Gezagsdoorbraak

B-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

Marcus houdt ervan in de episoden die hij vertelt de zaken bij elkaar te houden. Hij geeft het begin van een gebeurtenis aan, maar ook het einde. Hij schildert ons een toneel, maar hij breekt dat ook weer af. Het is een van de retorische technieken die hij als een goede verteller gebruikt. De liturgisten, die zijn evangelieteksten helaas voor ons uit elkaar knipten, hebben die vertelgave ofwel helemaal niet erkend, of ze houden er geen rekening mee.

Marcus begint zijn relaas van Jezus’ eerste optreden als een leraar door Jezus de synagoge van Kafarnaüm binnen te doen schrijden (eiselthon). Het decor voor het verhaal dat hij zo opzet, breekt hij weer af als Jezus met zijn leerlingen de synagoge verlaat (exelthontes, 1,29). Dat laatste vers valt in ons tekstfragment weg.

Door dit verknippen valt er meer weg. Het is iets symbolisch, maar het is misschien daarom juist zo interessant.

Jezus komt op een heilige dag (de sabbat) een heilige plaats (de synagoge) binnen, en verlaat die weer na die plaats en tijd met enkele woorden en een gebaar voorgoed veranderd te hebben.

Hij betreedt een ruimte die, omdat ze heilig is, door anderen beheerst wordt, en hij doorbreekt die heerschappij. Hij begint die doorbraak, en hij beëindigt ze ook.

Marcus gebruikt nog een andere retorische techniek om duidelijk te maken waar het hem om gaat. Hij gebruikt dan herhalingen. In de tekst die we hier van hem hebben herhaalt hij het werkwoord ‘onderrichten’ tot drie maal toe: ‘en hij onderrichtte hen… ze waren vol verbazing over zijn onderricht want hij onderrichtte hen…'

Jezus schreed die synagoge niet alleen maar binnen, maar hij trad er tot grote consternatie en verbazing van de aanwezigen als leraar op.

Om die verbazing en wat er eigenlijk aan het gebeuren is te begrijpen zou het helpen om een recente gebeurtenis te vinden die er op lijkt.

Ik meen dat die te vinden is bij wat er in zoveel landen nog niet zo lang geleden gebeurde bij een bezoek van de paus. Denk aan de keren dat de ongetwijfeld sacrale plaats en tijd rond de paus als onderrichter doorbroken werd door iemand die zich niet aan de van te voren nauwkeurig gecensureerde en goedgekeurde toespraken houdt. In Nederland was het een vrouw, in België een meisje, in Rouanda een student.

Zelf maakte ik iets dergelijks op meer seculier vlak mee toen ik een bijeenkomst bijwoonde ergens diep in Maasai-land in Kenia. Het was een vergadering waarin de ontwikkeling van de streek besproken werd. De Maasai waren van ver in de omtrek bij elkaar gekomen. Enkele regeringsvertegenwoordigers - er was zelfs een minister bij - spraken de bijeenkomst eindeloos toe. Tot er plotseling een oudere krijger in volle tooi opstond. Hij onderbrak de minister die aan het woord was, zei dat hij lang genoeg geluisterd had en dat hij meende dat het nu zijn beurt was. Iedereen keerde zich vol verbazing naar hem. De minister was nog wel het meest verbaasd. Hij gaf een teken, de veiligheidspolitie sprong op, arresteerde de man en verwijderde hem voordat hij zijn eerste zin af had. Die minister had onmiddellijk door dat zijn gezag op het spel stond. Dat stond het ook bij die pausbezoeken en het was het geval in Kafarnaüm.

De aanwezigen daar waren er niet alleen maar verbaasd over dat de leek Jezus hen begon te onderrichten, maar ook op de manier waarop hij dat deed.

Hij deed het niet zoals ze gewoon waren van de schriftgeleerden. Je wist precies wat je van hen kon verwachten, de gecompromitteerde partijlijn en niets dan dat. Jezus sprak op een andere manier, hij sprak vanuit zijn hart, hij sprak met een nieuw - en Marcus herhaalt het woord tweemaal gezag.

Een conflict blijft dan ook niet uit. De lekenpredikant Jezus, die zo het domein van de schriftgeleerden betreedt, ondervindt onmiddellijk tegenstand van een man die in de macht was van een onreine geest. Die onreine geest begint met Jezus uit te dagen: ‘Wat heb je met ons te maken?’, en hem met een verwijzing naar zijn schamele afkomst op zijn plaats te zetten: ‘Jij uit Nazaret!’ Maar dan slaat die uitdaging over in angst: ‘Ben je gekomen om ons in het verderf te storten?'

Een vreemde vraag. Wie zijn die ‘ons’ waar die boze geest het over heeft? Voor welke gezags- en machtsdoorbraak is die boze geest bang?

Zoeken in Preken Online