Homilie op de 4e zondag door het jaar B: “Iemand met gezag!”
(Mc. 1, 21-28) Zusters Passionistinnen, Tielt, 29 januari 2012
In de evangelietekst, die we zopas beluisterd hebben,, staat er een zinnetje dat me enorm boeit, namelijk: “Jezus sprak als iemand die gezag bezit.” De vraag die daarbij rijst, is deze: “Zou dat nu nog kunnen, iemand die op onze dagen met gezag spreekt?”
Sinds de contestatieperiode in 1968 is het toch een gemeenplaats te zeggen dat onze tijd een zware gezagscrisis doormaakt, en dat op alle terreinen.
Zeker in onze gezinnen! Het is een vrij algemene klacht van heel wat ouders dat hun gezag niet meer aanvaard wordt door hun groter wordende kinderen. Zelfs de kleintjes protesteren bijzonder graag.
Dezelfde klacht hoor je in de scholen.
De Kerk, met haar sterke hiërarchische structuur, ontsnapt zeker niet aan de algemene gezagscrisis. Wie luistert er nu nog naar de kerkelijke gezagsdragers als ze richtlijnen uitvaardigen over godsdienstbeleving, moraal, maatschappijbeeld, enz…? Zelfs benoemingen van een bisschop door de paus of van een pastoor door de bisschop worden door sommige priesters en door vele gelovigen niet meer aanvaard. En de media spelen daar gretig op in. Waar is de tijd van “Roma locuta, causa finita” (als de paus of de bisschop gesproken heeft, is de zaak afgehandeld)?
Ook onze maatschappij lijkt stuurloos en onbestuurbaar door gebrek aan gezag in de politiek, in het bedrijfsleven, kortom in alle sectoren. In onze democratie is er een nieuwe dictatuur ontstaan van de media, politieke partijen, vakbonden, beroepsverenigingen, milieuactivisten, enz… Daarbij is het niet meer zoals de soldaten vroeger zongen: “Langs achter stapt de korporaal. Dat is de zot van allemaal!” Integendeel! Nu wordt de generaal “de zot van allemaal”. Als b.v. een gevangene ontsnapt uit de gevangenis, is dat niet meer de schuld van de cipiers, maar van de minister van Justitie, die het regime te laks houdt. En als er een gevangene zelfmoord pleegt, is dat weer de schuld van diezelfde minister, omdat het regime te hard is.
Dat alles is erg, want een maatschappij zonder gezag is onleefbaar. Ik weet wel, de gezagsdragers hebben vroeger soms dwaze beslissingen genomen en onschuldige slachtoffers gemaakt. De succesfilm over priester Daens is er een sprekend voorbeeld van. Het verleden te fel idealiseren wijst meestal op een gebrekkige kennis van de geschiedenis. Het succes van de nieuwe fascistische groeperingen roept dan ook ernstige bedenkingen op.
De vraag bij dat alles is waarom de gezagscrisis pas in de laatste 50 jaar zo acuut geworden is. Dat vraagt toch een kleine bezinning.
Vroeger had men een zeer rustige maatschappij, waarin weinig veranderde: een rimpelloze samenleving zonder nieuwe problemen. Het gezag had er de taak de bestaande orde te handhaven. Dat was niet eens zo moeilijk, want men had voor alles beproefde oplossingen, door ervaring uitgetest.
In de laatste 50 jaar is er meer veranderd dan in 150 jaar voordien. Die snel veranderende maatschappij, vooral dank zij de ontzettende technische vooruitgang en de grote communicatiemogelijkheden, brengt steeds nieuwe problemen die steeds nieuwe oplossingen vragen. Wie nu gezag draagt, moet niet meer de orde handhaven, maar die orde scheppen op het gebied van de moraal, het geloof, het gezins- en maatschappijmodel. Die orde scheppen is veel moeilijker dan de bestaande orde handhaven en doorgeven, want bij het scheppen van die orde heeft men geen beproefde oplossingen bij de hand.
Gezag hebben is iets te zeggen hebben in de dubbele betekenis van het woord, namelijk dat je er iets van af weet en dat je precies daardoor gezag afdwingt. Gezag is niet meer gebaseerd op de functie die je bekleedt: je hebt geen gezag meer louter omdat je bisschop, minister, leerkracht, vader of moeder bent. Je wordt als gezagsdrager maar erkend als je op de hoogte bent van de nieuwe problemen en waarden van onze tijd. Dat is ontzettend moeilijk in een tijd van stroomversnelling als de onze. Om gezag te hebben moet je daarbij nog duidelijk maken dat de beslissingen die je neemt, verstandig zijn. Misschien is dat, zeker bij jongeren maar ook bij vele volwassenen, niet mogelijk. Overleg en inspraak lost dan ook niet alles op. Om gezag te hebben moet je ook consequent zijn met jezelf: je moet zelf doen wat je aan de anderen oplegt. Voor dat soort eerlijkheid zijn mensen op onze dagen terecht bijzonder gevoelig. Het gesjoemel van sommige gezagsdragers, de pedofiele praktijken in de Kerk en in zoveel andere sectoren, worden terecht afgestraft.
Jezus, - zo hoorden we in het evangelie van vandaag, - sprak als iemand met gezag. Hij had iets te zeggen. Hij verkondigde een boodschap van vrede, geluk en vreugde. Hij had het charisma om zijn toehoorders te overtuigen. En Hij deed vooral zelf wat Hij hun vroeg, heel consequent, tot op het kruis.
Mensen zoals Jezus noemen we heiligen: Benedictus, Franciscus, Pater Damiaan, bisschop Romero en zoveel anderen van wie we de naam niet meer kennen. Ze hadden een boodschap voor de mensen van hun tijd, net als sommige indrukwekkende figuren als Mother Teresa of Soeur Emmanuelle. Het zijn allemaal mensen die indruk maken en meestal ongewild een groot gezag hebben, omdat ze, net als Jezus, ons iets te zeggen hebben en zelf beleven wat ze verkondigen.
Hadden wij vandaag maar meer dergelijke politici, priesters, bedrijfsleiders, sociale werkers, vaders en moeders, die weten wat ze zeggen en doen wat ze zeggen! Het ware een “brave new world”, een heerlijke nieuwe wereld!
G. Buyse, pastoor-deken em. Tielt