4e zondag door het jaar Cyclus B 29-01-2012 Deut: 18, 15-20I Mk 1, 21-28
- De macht van de liefde -
Beste vrienden,
Wat is eigenlijk een demon, een onreine geest? In de Bijbel is er altijd weer sprake van demonen en onreine geesten die mensen in hun macht gebracht hebben. Voor hun medemensen lijken deze zwaar ziek of zelfs gek te zijn en worden door hen “bezeten” genoemd. Zelfs exegeten hebben het doorgaans moeilijk om die geesten en demonen nader te omschrijven zonder daarbij gevaar te lopen dat de kerk weer eens bloot gesteld wordt aan het verwijt van duistere middeleeuwse praktijken
Onlangs zag ik op National Geographics dat archeologen bij opgravingen een aantal schedels uit de klassieke oudheid hadden gevonden die blijkbaar een schedelboring hadden ondergaan; ze vertoonden allemaal een klein rond gaatje. Uit onderzoek bleek dat die boringen nog tijdens het leven van die mensen gebeurd waren. Stel u voor. Een gat boren in de schedel van een levende mens! Méér dan tweeduizend jaar geleden! Waarom? Dat moet toch echt levensgevaarlijk zijn geweest? Bovendien bleek dat de gaten te klein waren om geneeskundig nuttig te zijn. Daarom nemen de wetenschappers aan dat de boringen ertoe dienden om aan demonen de mogelijkheid te geven om het lichaam van de bezetene te verlaten.
Voor mij is dat gewoon een bewijs dat het geloof in, en vooral ook de angst voor demonen en onreine geesten in de oudheid, en zelfs nog tot zeer laat in de middeleeuwen, zeer sterk verbreid was. Alle volkeren , ook de joden, waren daar doodsbang van. Men geloofde dat heel de wereld en ook de atmosfeer eromheen vol was met duivels en boze geesten. Die vlogen of zaten overal, vooral kleine kinderen in de wieg werden door hen bedreigd. Demonen waren aan het werk in elke levensfase van de mens en ze hadden slechts één doel: de mensen schade te berokkenen. Het gevaar bestond vooral voor nachtelijke wandelaars, reizigers, zwangere vrouwen en kinderen. Voorbeelden uit onze streken waren bijvoorbeeld Kludde en Lange Wapper, die Antwerpen onveilig maakten.
De Bijbelse mens geloofde dat demonen even oud waren als de schepping zelf. Een oud Joods verhaal vertelt dat twee engelen, Assael en Schemchasai, zich van God hadden afgewend om zich aan de schoonheid van twee mensendochters te laven. De ene, Assael, zou achteraf wel berouwvol naar God zijn teruggekeerd, maar de andere heeft bij een aantal vrouwen een reeks kinderen verwekt, wier nazaten nu als demonen de ganse wereld bevolken. Bij dergelijke denkbeelden en angsten moet het ons toch niet verwonderen dat zogenaamde Geest- en duivelbezweerders bij een groot aantal mensen al altijd hoogconjunctuur hebben gehad. Met formules en toverspreuken probeerden ze schijnbaar bezetenen, met min of meer succes, van boze machten te bevrijden. Zo is het misschien wel interessant om weten dat onze middeleeuwse voorstelling van de duivel als gehoornde gestalte met bokkenpoten eigenlijk uit de wereld van de Griekse sagen afkomstig is. De Griekse god Pan , die wandelaars rond de middag dikwijls een panische schrik bezorgde, werd altijd met horens en bokkenpoten voorgesteld.
Goede vrienden, als we het evangelie van vandaag met die achtergrondkennis lezen wordt ons duidelijk dat de wereld waarin Jezus leeft ook door angst en verschrikking wordt geteisterd. Die angst knecht de mensen en maakt hen onvrij. Daarbij komt het er echt niet op aan of we die ongelukkige mensen, zoals toen gebruikelijk was, “bezeten” noemen of dat we hen, zoals we dat nu doorgaans doen, onder “dwangneurotisch”, “psychotisch” of gewoon als “junkie” catalogiseren. Het is gewoon een feit dat het beknellende en dwangmatige kwaad, hoe men het ook benoemt, nog steeds een realiteit is. In zijn brief aan de Romeinen schrijft de apostel Paulus reeds: “Mijn innerlijk schept behagen in Gods wet, maar in mijn handelen ontwaar ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn rede, en mij als gevangene uitlevert aan de wet van de zonde die in mij leeft”. (Rom. 7,21-23)
Ook vandaag nog zijn er genoeg mensen die zich totaal van zichzelf vervreemd voelen. Dergelijke mensen horen dikwijls stemmen en voelen zich als het ware “door derden bepaald” en “op afstand bestuurd”. De volksmond zegt dan meestal: „Die heeft ze niet meer alle vijf op een rij”.
Zware gevallen worden nu meestal behandeld door psychiaters of psychologen, die deze mensen doorgaans goed kunnen helpen. Maar er zijn ook heel wat mensen die zich aan de rand van die dwangmatigheid of in een depressie bevinden en die zich daar uit eigen kracht niet van kunnen bevrijden. Zij hebben dan de hulp nodig van goede vrienden die naar hen kunnen luisteren en hen kunnen bijstaan. Als wij die mensen willen bijstaan en helpen moeten we ons er eerst en vooral van bewust zijn dat we daartoe de steun en de actieve hulp van God nodig hebben. Want God maakt voor zijn werking in de wereld altijd gebruik van mensen. Als wij die mensen willen bijstaan en helpen bestaat de eerste stap naar genezing er altijd in dat de zieke zich van zijn situatie bewust wordt. Maar dat kan alleen gebeuren als hij begeleid wordt door een vrije, liefdevolle en helende medemens. Door eenvoudige vergelijking heeft de zieke de mogelijkheid om die vreemde krachten die hem in de ziekte gevangen houden te herkennen; maar hij is doorgaans niet in de mogelijkheid om zichzelf ervan te bevrijden.
Verbetering is pas mogelijk door het vinden van de “juiste” woorden van genezing. Ik zeg hier heel bewust de “juiste” woorden; want er zijn ook woorden die de toestand alleen maar verergeren en nieuwe dwang en nieuwe “bezetenheid” voortbrengen.
Als dergelijke woorden worden uitgesproken door mensen die op macht uit zijn, dan steekt daar meestal alleen de macht van het kwaad en het geweld achter, die nieuwe angsten, verschrikking en onderdrukking met zich meebrengt.
Maar als in de gesproken woorden de macht van de liefde doorklinkt, de volle macht van God, dan is genezing mogelijk: want liefde maakt één, ze geneest, ze geeft een gevoel van zelfvertrouwen en van saamhorigheid.
Jezus heeft in zijn woorden die volle macht van God laten werken, en de mensen voelden heel goed aan dat het bij de door Jezus’ uitgeoefende autoriteit over iets heel anders ging dan bij het aanmatigende autoritaire optreden van de schriftgeleerden. Zelfs eenvoudige mensen konden toen, en geloof me, dat kunnen ze ook vandaag nog, zeer goed het verschil maken tussen enerzijds theologisch geklets, lege frasen en formules die slechts een schijn van autoriteit geven en anderzijds die woorden die met de helende kracht en met de autoriteit van Gods oneindige liefde worden uitgesproken.
De eersten veroorzaken uiteindelijk alleen maar nieuwe angsten en beperkingen. De in tweede instantie aangehaalde woorden daarentegen bevrijden door hun liefde van alle angsten, het zijn woorden die helen en opbouwen.
Een dergelijke liefdevolle autoriteit krijg je niet door theologische studies en ook niet door een wijding – beide had Jezus ook niet. Een dergelijke autoriteit krijg je alleen door je vol vertrouwen te openen voor de oneindige liefde die God is.
Wie met God dreigt en de mensen angst aanjaagt in plaats van hen uit angst te bevrijden, die kan nooit met Gods volmacht en autoriteit spreken. En omgekeerd: Waar de macht van de liefde helend en bevrijdend werkt, daar is God zelf duidelijk aan het werk.
Soms is die werking van God heel spectaculair en gebeurt het zelfs dat de Kerk een dergelijke gebeurtenis, die we soms ook een wonder noemen, kan bevestigen en officieel erkennen. Maar in veruit de meeste gevallen gebeurt die werking in stilte en zonder enige ophef.
Wanneer iemand, na een overlijden, voor een ander tot steun en houvast wordt.
Wanneer iemand vol deelneming luistert als een ander zijn leed klaagt.
Wanneer iemand liefdevol blijft, ook wanneer zijn omgeving hem met ruzie en haat bestookt.
Wanneer iemand een medemens die door schuldgevoelens wordt verteerd, Gods vergevende liefde garandeert.
Wanneer iemand zo veel vertrouwen geeft dat de angst uit de ziel van de andere verdwijnt.
Dat zijn allemaal “genezingen van demonen onder Gods volmacht”, die ook vandaag door elk kind van God kunnen worden volbracht. Dus ook door U en door mij! Amen.