Wij geven de voorkeur aan een vriendelijke en troostende Jezus, die altijd vergeving schenkt en ons geruststelt. Maar soms komt Hij met onheilspellende vooruitzichten aandragen. Hij schetst een beeld van kosmische rampen die ophanden zijn. De zon zal verduisteren, de maan zal geen licht meer geven, zelfs de sterren zullen van de hemel vallen. Kortom, de totale ontreddering. Dergelijke voorspellingen komen in de Schrift wel meer voor in de zogenaamde apocalyptiek, bijvoorbeeld bij de profeet Daniël en in het boek van de Openbaring van Johannes.
De vraag is natuurlijk wat wij daaraan hebben, wat zoiets betekent voor hedendaagse gelovigen. Jezus dacht waarschijnlijk, zoals velen van zijn tijdgenoten, dat het einde van de wereld zeer nabij was. Maar wij hebben een heel ander wereldbeeld. Daarin is ook wel sprake van een langzaam uitdoven van de kosmos, maar er is alsnog geen reden tot paniek, want we hebben nog vele miljoenen jaren respijt. Tenzij de mensen zelf een handje toesteken en bijvoorbeeld een nucleaire of ecologische apocalyps veroorzaken. Dan zijn ze zelf verantwoordelijk voor de totale ontreddering. Als waarschuwing kan het wel tellen.
Maar hoeven we in het evangelie per se te zoeken naar voorspellingen over de toekomst van onze planeet? In sommige sekten is men daar ijverig mee bezig. Jezus mag dan wel een somber beeld schetsen, Hij verbiedt tegelijk ook dat wij zouden gaan speculeren over ‘dag en uur’, want alleen de Vader kent dat. Het evangelie biedt geen waarzeggerij. Toch willen die sombere vooruitzichten iets aanbrengen wat wel degelijk Blijde Boodschap is.
De beelden die Jezus gebruikt, wijzen allemaal op ondergang. Zelfs wat onveranderlijk en eeuwig zijn gang lijkt te gaan - zon en maan en sterren - is niet eeuwig: ‘Hemel en aarde zullen voorbijgaan.’ In feite is dat geen nieuws. Onheilsprofeten zijn van alle tijden. Nieuws is wel wat Jezus daar dan nog aan toevoegt: ‘Maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.’ In die zin bieden zelfs de apocalyptische bladzijden van het Nieuwe Testament een Blijde Boodschap. De Heer zegt: ‘Wat voor verschrikkingen u ook te wachten staan, wanneer alles wankelt en ten onder gaat, dan ben Ik er nog, met het woord dat Ik hier en nu rot u richt.'
De rampen waarover Jezus het heeft, hoeven niet noodzakelijk onze hele planeet te treffen. Ze kunnen zich plots voordoen in ons eigen leven. Ons eigen bestaan is broos en breekbaar. Het evangelie is nuchter genoeg om ons regelmatig aan die onprettige waarheid te herinneren. ‘Wanneer rampspoed en tegenslag ons treffen, wanneer alles ten onder gaat, ook dan ben Ik er,’ zegt de Heer.
‘Dan,’ wanneer is dat dan? Hier hoeven we niet te piekeren over datum en uur. Dat heeft geen zin, want het dan is… nu. Naarmate wij nu Jezus’ woorden ten volle ernstig nemen, zullen ze dan troost en redding brengen.