God ziet naar ons om

B-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Doopouders beloven bij de doop van hun kinderen, dat zij het verhaal van Jezus aan hen zullen vertellen. Maar vaak moeten zij zelf het verhaal van Jezus nog leren. De ooit gekregen huwelijks-Bijbel zal dan open moeten. En dan staat daar om te beginnen het verhaal van Adam en Eva, van hun gelukzalige staat en de verleiding van de slang die hen tenslotte fataal wordt.
Ik heb daar als kind van genoten en ik vind het nog prachtig. Maar er is ondertussen wel wat gebeurd. Op de middelbare school hoorde ik, dat deze wereld niet in zes dagen is geschapen, maar miljoenen jaren nodig heeft gehad om zich te ontwikkelen. En nog eens miljoenen jaren waren nodig voor het verschijnen van de mens. Niks Adam en Eva, geen boetserende God of hoogst merkwaardige zondeval. Velen hebben in de tienerleeftijd het boek van hun jeugd voorgoed gesloten. Ik ben blij, dat ik dat niet heb gedaan. Want verder groeiend en studerend leerde ik dat de bijbel geen natuurwetenschap beschrijft. Het boek wil ons niet vertellen: zo en zo is het precies gegaan, maar veeleer: God staat aan het begin van alles; Hij draagt de hele evolutie en daarom is de wereld en de mens in diepste wezen goed. “God zag dat het goed was”, zo als ouders zien dat het goed is met hun kind en er alles voor zullen overhebben, dat ‘t zo blijft.
Vandaag horen we over het einde van de wereld. Verschrikkingen overal en van allerlei aard: oorlog, pest, aardbeving, hongersnood. “En daarna zullen de zon en de maan verduisterd worden. En dan zal men de Mensenzoon zien komen met grote macht.” Het lijkt of er gezegd wordt: zo zal het gaan, wees op uw hoede. Maar laten we niet dezelfde fouten maken van het begin. Ook in het einde wil de bijbel ons niet vertellen hoe het precies zal lopen. Wij krijgen geen mededelingen over het hoe of wat of wanneer. Ons Bijbelboek wil slechts zeggen: we hebben een begin met en uit God, we zullen ook een einde hebben, waarin God de mensen zal bijeenbrengen. God staat aan het begin en hij staat aan het einde. En daarom zal het einde tenslotte ook heel goed zijn. Ons bestaan hangt niet in de lucht, het is niet afhankelijk van toevalligheid.
In de kerk zeggen wij: Hij die ons het leven instuurde, zal ons ook in het einde opvangen. Hij voltooit ons bestaan, maakt het werkelijk af. Maar dat kost strijd, want God handelt niet buiten onze wil om. Wij zullen het gevecht moeten voeren met de wereld, die ons uit dat oorspronkelijke licht wil wegtrekken. Bovendien speelt die rampzaligheid en verduistering zich ook af op het microniveau van ons eigen hart. Wat dit betreft heeft Jezus dat ook voorgeleefd, toen Hij in de woestijn de duisternis en onzekerheid van zijn eigen hart moest overwinnen. Misschien kon Hij daarom op het einde, op het kruis zijn laatste woord spreken: “Vader, in uw handen beveel ik mijn Geest.” Hij was overtuigd van de opvang aan het einde.
Zoals Hij evenzeer overtuigd was van zijn komst uit het grote licht. Juist als de bladeren vallen kunnen we zeker zijn van de lente. Juist als duisternis en ellende toeslaan, mogen we ook weten van Gods zorg.
Het is te hopen, dat ouders dat aan hun kinderen kunnen duidelijk maken. Het lijkt mij een veilige start in het leven. Wees er zeker van: God staat aan jouw begin en aan jouw einde.

Zoeken in Preken Online