Als een mens gedurende lange tijd slaapmiddelen neemt, heeft hij geen gezonde slaap meer. Hij slaat dan de droom fase over. En die droom fase behoort tot de natuur, tot de gezondheid van de slaap. Zo heeft iemand me dat gezegd en ik heb dat geloofd. Als het niet waar is, is het dus de fout van mijn informant… Maar intussen geloof ik dat.
Zo is het ook met ons leven overdag. Wie de dagen doorbrengt zonder droom, leeft niet gezond. Die leeft vlak en dor en saai. De droom draagt ons leven. De droom motiveert mensen: ze overleven dank zij de droom. Anders zijn ze levend dood, teistert hen alles wat voorbijgaand is en zijn ze overgeleverd aan alles wat mensen zonder uitzicht laat: modes, geruchten, berichten, statistieken, reclame, sensatie, horoscopen en krantengeroddel. Heel die informatiewinkel drijft ons feilloos naar pessimisme en naar moeheid van leven.
Alleen wie droomt, overleeft de matheid van het bestaan. Hij ziet licht als het duister is en houdt moed als het allemaal zoutloos is.
Ik weet het wel: dromen en dromen is twee. Er zijn dromers die nergens zijn, die onaangepast en onwennig in het leven staan. Ze staan buiten de realiteit van vandaag. Ze zijn afwezig. Ze zijn nooit hier. Iets anders is het dromen van de profeet Hij is de realist bij uitstek. Hij ziet en hij doorziet de realiteit. Hij is allesbehalve afwezig. Hij staat met zijn twee voeten in de pijn en de angst van mensen. Dat ziet hij met heldere ogen. Maar hij ziet nog iets anders: hij ziet, dat de werkelijkheid altijd een dubbele bodem heeft. Dat God er mee bezig is, dat God erin aanwezig is. Hij ziet het leven in beweging. Hij ziet geschiedenis, hij ziet dwars door het heden de toekomst. Hij kijkt nooit in stilstaand water maar in een stroom die, per definitie, stroomt! Soms ziet hij, dat het water vastloopt in een poel van slijk. Soms ziet hij, dat het een open bedding tegemoet vloeit. Eigenlijk ziet een profeet altijd de twee. En noch voor het éne noch voor het andere wordt hij geloofd. Voorziet hij een ramp, dan is hij een zwartkijker. Die dringend zwijgen moet. Voorziet hij nieuw leven, dan is dromen plots bedrog. Die fantasietjes kunnen mensen best missen. Hij is dus een dubbel gevaar.
Jeremia kent dat. Hij heeft het aan den lijve meegemaakt. Toch had hij gelijk. Alleen wie aan volk motieven kan geven om te dromen, dient het volk. Heeft een zekere Teilhard de Chardin dat niet gezegd? En heeft een officieel document van het laatste Concilie dat niet van hem overgenomen?
Gelukkig zijn de dromers dan toch nog niet de kerk uit! Het zal goed met ons gaan zolang wij de prof eten en de dromers niet doden.
Dat is het onderricht van de geschiedenis.