30e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

‘Wat wilt ge dat Ik voor u doe?’, hoorden we Jezus vorige week in de evangelielezing aan Johannes en Jakobus vragen. Die twee vroegen toen voor zichzelf om de beste plaatsen. ‘Je weet niet wat je vraagt’, is Jezus’ antwoord. Zie eerst maar eens oog te krijgen voor mensen aan de kant, sukkelaars aan de rand van de samenleving. Vandaag vertelt Marcus over zo’n randfiguur, een blinde, die gedoemd is te bedelen, ergens aan de kant van de weg, aan de rand van de samenleving.

En opnieuw die vraag van Jezus, maar nu aan die sukkelaar: ‘Wat wilt ge dat Ik voor u doe?’. En hij zegt: ‘Dat ik zien kan!’. Vlak daarvoor is hij nog afgesnauwd door de omstanders. ‘Houd je mond’, zeggen die. Degenen die met Jezus meetrekken, zijn blijkbaar nog stekeblind. Hijzelf niet; hij is noch blind noch doof voor mensen aan de kant. Hij staat stil bij andermans verdriet. Hij houdt de pas in en luistert. Zijn blinde metgezellen vraagt Hij de blinde bij Hem te brengen. En in plaats van te snauwen, zeggen ze nu: ‘Heb goede moed. Hij roept je'.

Voortdurend vertelt Jezus parabels, gelijkenissen, verhalen waarin wij onszelf kunnen tegenkomen. En eigenlijk is het hele evangelie volgens Marcus één grote parabel over de weg die Jezus is gegaan, en de mensen die Hij op zijn weg ontmoette. En dus mogen we ons ook vandaag gerust afvragen: op wie lijken wij? Zijn wij iemand als die blinde, die - nog liever dan te zien - eerst en vooral gezien wil worden? En durven we dat dan ook te laten merken, of hebben we ons monddood laten maken, en zijn we het vertrouwen kwijt in de mensen en in God? Dit verhaal zegt in ieder geval: ‘Vraag gerust om hulp. Schaam je maar niet, en durf op te komen voor jezelf. Roep maar'.

En als we ons onder die omstanders rekenen, wie zijn we dan? Lijken we dan op hen die blijkbaar geen oog hebben voor het verdriet van anderen? Vinden wij mensen met vragen gauw lastig, en snauwen wij te vlug: ‘Wees stil. Ga weg. We moeten verder’? Als dat zo is, moeten we vandaag zeker bidden dat Hij ook ons geneest, opdat ook ons de ogen opengaan. En worden we dan zijn volgelingen? Of zijn we al een beetje zijn volgelingen, die anderen helpen opstaan: ‘Heb goede moed. Sta op. Hij roept je’? En ligt dat ook ons vooraan in de mond: ‘Wat kan ik voor je doen?'.

Want dat is waartoe wij, christenen, en als kerk, voortdurend worden uitgedaagd: stilstaan bij mensen, luisteren naar hun vragen, lastige mensen niet afsnauwen, kritische volgelingen niet aan de kant schuiven en monddood maken. Maar vragen: ‘Wat kan ik voor je doen?’, en dan elkaar helpen te zien welke weg we samen kunnen gaan. En telkens tegen elkaar, en zeker tegen de sukkelaars zeggen: ‘Heb goede moed. Sta op’, en laten weten: ‘Hij roept je’. Jij roept om Hem, en Hij roept om jou. Want God heeft je nodig om mensen te helpen die om hulp roepen.

Zoeken in Preken Online