Zien en niet zien

B-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

In de lezingen van de laatste zondagen gaat het nogal dikwijls over blinden, mensen die het leven alleen vanuit hun eigen standpunt bekijken en stekeblind zijn voor andere mogelijkheden.

De farizeeën hebben een en al oog voor de wet en de geboden, maar ze zijn blind voor de dingen van het hart. De rijke jongeman laat zich verblinden door de rijkdom en ziet niet in waar het in het leven eigenlijk op aankomt. De leerlingen, met Petrus voorop, zijn al geen haar beter. Ze hebben oog voor de beste plaatsen en doorzien de bedoelingen van Jezus niet. Als zinnebeeld van al die mensen beschrijft Marcus vandaag in het evangelie die blinde Bartimeüs, die langs de weg zit te bedelen. Jezus is op weg naar Jeruzalem, de stad waar geen koningstroon, maar wel het kruis Hem wacht. Door de duisternis van het lijden zal Hij komen tot het licht van de verrijzenis. Maar de leerlingen zijn met blindheid geslagen. Zij kunnen Hem niet volgen. Bartimeüs is iedereen die Jezus nog niet volgen kan, maar hij is tegelijker tijd een uitnodiging om je ogen te laten openen door Jezus, om Hem te erkennen als je Redder.

Bartimeüs kende zijn ellende; hij was niet stekeblind. Hij was een man van hoop. En toen hij hoorde dat Jezus van Nazaret voorbijging, flakkerde die hoop op en vol geloof riep hij: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ Hij wist dat de Messias de ogen van blinden opende. Velen die met Jezus op weg waren, snauwden hem toe te zwijgen. Dat is de manier van handelen van mensen, die niet zien wat anderen zien. Zij willen de ziener tot zwijgen brengen, want anders wordt hun rust verstoord. Plotseling zullen de rollen nu omgekeerd worden. De blinde Bartimeüs wordt ziende door zijn geloof in de Messias. En als uitdrukking van zijn groeiend geloof roept hij nog harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ De volgelingen van Jezus openbaren zich nu als blinden, want zij begrijpen nog niet wie Jezus is. Zij zien nog dat de profetie van Jesaja hier tot vervulling komt: ‘Heb moed, vrees niet! Zie hier is uw God, dan worden de blinden de ogen geopend.’

Bartimeüs, de gelovige, is ziende geworden. Hij heeft veel meer ontvangen dan hij had durven hopen. Hij werd van binnenuit door Jezus verlicht. Hij die eerst verweesd langs de weg zat, volgt Jezus nu op zijn weg naar Jeruzalem. Hij is de ware volgeling van Jezus, die inziet dat Jezus dat alles moet lijden om zo zijn heerlijkheid binnen te gaan.

Wij mogen vandaag dit wonderverhaal niet vrijblijvend aanhoren omdat het onze rust zou kunnen verstoren. Wie zijn nu in werkelijkheid de blinden? Wie zijn de zienden? Zie ik al, of moet Jezus mij nog de ogen openen? Zijn zij de zienden die geloven in de mogelijkheid van vrede in een wereld zonder wapendepots, zonder wapenfabrieken? Zij zij het die geloven in de mogelijkheid van een ongeschonden schepping, met onbevuilde rivieren en zeeën, met gezonde planten en dieren? Zijn zij het die dromen van een rechtvaardige maatschappij, waar niemand gediscrimineerd wordt wegens zijn kleur, zijn godsdienst, zijn volk of zijn beroep? Zijn zij het die geloven in een vrijheid, zonder Berlijnse muur of prikkeldraad, zonder concentratiekampen of folterkamers? Zijn zij het die dromen van brood voor iedereen in de slums van de grootsteden in India en Latijns-Amerika en in de hutten van Afrika? Of zijn zij het die dromen van een gelovige christelijke gemeenschap, die iets wil betekenen voor de samenleving en daarin het zaadje van de hoop op een mooiere toekomst wil doen ontkiemen?

Wie zijn de blinden? Zijn zij het niet die rust en zekerheid als hoogste ideaal beschouwen of die ieder risico willen vermijden en krampachtig aan het oude vasthouden? Zijn zij het niet die meer in het verleden leven, dan zich te openen voor de toekomst of die alles berekenen en plannen, om toch maar zeker te zijn van de toekomst? Zijn zij het niet die alles schijnbaar nuchter en realistisch bekijken en daarom aanstonds een oordeel klaar hebben over alles? Zijn zij het niet die, als ze op de tv beelden zien van de Sahellanden, zeggen: ‘0, wat erg! ‘, en die er niet aan denken ook eens een flinke gift aan de vastenactie te geven?

Tot welke groep behoren wij? Zijn wij blind of ziende? Misschien hebben we wel iets van allebei?

Zeker zal Jezus, die Bartimeüs de ogen geopend heeft, ook onze ogen definitief willen openen. Hij zal dat doen, wanneer we evenals Bartimeüs onze blindheid willen erkennen. Kunnen wij hoopvol bidden: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’? Dat is een gebedsformule van de eerste christenen, een gebed dat overeenkomt met onze adem en met de klop van ons hart. Onophoudelijk kunnen we dat gebed herhalen. Bartimeüs heeft ons door zijn geloof de weg gewezen naar het licht. Wij zullen meer zien dan wij voor mogelijk houden, want Jezus volgen is komen tot het volle Licht!

Zoeken in Preken Online