Langs de weg

B-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

De uitdrukking ‘Gods volk onderweg’ is meer dan zomaar een theologisch item van een concilie of een aardige vondst van een bisschop (lang, lang geleden). Het is een woord dat de beweging van Israël en de kerken trefzeker karakteriseert: het gaat om God, om het volk, om de weg, en we zijn er nog niet. De weg is onze eigenlijke plek: de weg naar recht en vrede, naar een bewoonbare aarde, naar verzoening en vrede, naar elkaar. Maar de bekommernis van hen die geloven gaat uit naar wat langs de weg zit en ligt, omwille van de weg.

Langs de weg, in chaos dooreen:\

  • blindgeborenen en blind gemaakten, mensen die het niet meer zien zitten;\
  • gehandicapten en verlamden, kinderen zonder toekomst, vastgelopen vaders, bejaarden die niet meer vooruit kunnen;\
  • zwangere vrouwen met alleen maar een verleden, barende meisjes met enkel een toekomst;\
  • bedelaars uit verre landen, uitgedoofde heroïnehoertjes uit onze steden;\
  • doodzieke mensen, weduwen met hun zeurend gemis, maag- en hartlijders;\
  • kleine knoeiertjes en internationale oplichters die zichzelf buiten spel hebben gezet;\
  • stervenden - het geld van de acties was al lang op - met zwermen vliegen als enig gezelschap;\
  • uitgerangeerde arbeiders, als oud vuil langs de straat gezet; \
  • mannen die nog nooit één woord van waardering hoorden en die er verbitterd van werden;\
  • vrouwen, gebruikt en achteloos terzijde geschoven, of in de hoek getrapt, afgesnauwd.
    Mensen langs de weg, in chaos dooreen, luidkeels roepend of juist zwijgend, ontroostbaar in tranen of ongeneeslijk cynisch, gelovend tegen beter weten in of verbitterd geraakt en ongelovig gemaakt: zonen en dochters van Timeüs.
    En wij maar zingen (‘Wij zijn samen onderweg, alleluja’), om niet te hoeven luisteren? En bidden en vergaderen: om niet te hoeven kijken? En vechten over de waarheid: om de werkelijkheid te kunnen vergeten?

Gebeuren er nog wonderen? De wereld is vol wonderen. Eenlingen vinden aansluiting ondanks alles, vaak ook ondanks zichzelf. Naamloze massa’s worden aanspreekbare groepen. Schuld maakt plaats voor vrijheid, zelfbeklag voor vanzelfsprekend hulpbetoon, en medelijden voor eerlijkheid. Mensen worden tochtgenoten, worden in de kring getrokken, zetten elkaar op weg. Blinden en lammen, zielenpoten en mankepoten gaan voorop; zwangere vrouwen gaan rechtop, fier de buik vooruit. Afhankelijkheid verkeert in zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.
En soms gebeurt op de weg zelf het grootste wonder: dat zij die menen te zien, werkelijk gaan zien; dat zelfgenoegzaamheid en snauwen verkeren in een hartelijke uitnodiging. Hoe noem je al die wonderen: genezing? bekering? Ze gáán; hun geloof heeft hen gered.

De waarde van een wonder ligt niet in de oorzaak (waardoor werd ik genezen?), maar in het effect (word ik mezelf, een ander mens, een tochtgenoot, deel van het volk?). Van belang is niet: kan ik weer zien? Maar: gebruik ik voortaan mijn ogen? Niet: doen mijn benen het weer? Maar: wat doe ik voortaan met mijn benen? ga ik ergens naar toe?

De zending van Jezus wordt niet gelegitimeerd door zijn wonderen, maar door zijn op-weg-krijgen van mensen. Eenmaal op weg mag je zeggen: hij heeft mij genezen. Maar dat kun je pas zeggen, wanneer je al een heel eind op weg bent: wanneer het gebleken is in jóuw zending en jóuw wonderkracht.

Jezus als wonderdoener, tovenaar, superstar, liefdadiger: het misverstand duurt voort tot in onze dagen. Hijzelf heeft nooit de eer aan zich gehouden, hij heeft gewezen op de mensen langs de weg, op de noodzaak van beweging, op God die mensen ziende en gaande maakt.
Het is God die de volkeren terugvoert uit ballingschap en vervreemding, God-in-en-door-mensen. Het is God, God-in-en-door-mensen, die Davids kinderen herstelt in waardigheid; die vrouwen verzamelt tot bevrijdende opstandigheid, werklozen tot nieuwe solidariteit; die zwarten ertoe oproept het juk af te werpen, die kleine mensen groot maakt. Is het God die ons…? ‘Rabboeni, maak dat ik zien kan!'

Zoeken in Preken Online