De mens die zien wil

B-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

Een blinde zit in Jericho langs de weg. Dat staat er niet voor niets. Daar zit geschiedenis aan vast. Daar zal nu ook geschiedenis worden geschreven. Jericho is de plaats waar ooit de muren in de weg stonden voor de doortocht naar het beloofde land. Die muren werden ooit gesloopt door Jozua. Nu Jezus, de tweede Jozua, voor muren staat van onbegrip, nu moet hier opnieuw de doorbraak gebeuren. Het gebeurt aan een blinde. Bartimeüs is zijn naam.

Toen Bartimeüs riep om Jezus, werden muren opgeworpen. Hij mocht niet bij Jezus komen: ‘Ze snauwden hem toe te zwijgen. Jezus die per definitie redder is, mag geen redder zijn. Zijn reddend gebaar wordt afgeremd. Hij mag niet in de buurt van de blinde komen en de blinde niet in Jezus’ buurt. Muren worden opgetrokken. Het verhaal van de ontmoeting mag niet worden gepubliceerd. Voor de zoveelste keer staat Jericho in de weg. Voor de zoveelste keer worden barricades opgeworpen: geen toegang voor de belofte van het Rijk Gods. Jezus wordt voor een muur geplaatst. Wedden dat hier een wonder gebeurt?

Het wonder gebeurt inderdaad. Voor één keer gebeurt het met veel geroep. De bedelaar roept, de menigte roept, Jezus roept en de leerlingen roepen. Dan wordt het roepen stilte. Jezus staat oog in oog met de blinde! Wat op zich een paradoxaal gegeven is. Maar in die stille confrontatie wordt één van de mooiste en meest menselijke gesprekken gevoerd uit het hele evangelie. Dat is helemaal niet grootsprakerig. Het is naakte eenvoud. De blinde die al een bedelaar is, werpt zijn mantel af. Die man is dus arm, blind en naakt. Hij heeft niets te bieden. Hij is één en al behoefte. Daarop stelt Jezus een vraag. Een meer overbodige vraag is ondenkbaar: ‘Wat wilt ge dat ik voor u doe?’ Natuurlijk antwoordt de blinde: ‘Rabboeni, maak dat ik zien kan.’ En hij zag… en volgde Jezus. Dat is de perfecte logica van het Rijk Gods. Zuiverder kan Marcus het hele project van het evangelie niet tekenen.

Hier is in enkele trekken het hele Jezusverhaal geschetst. Met weinig woorden is hier het hele boek geschreven. De muren van onbegrip storten in. Jezus dringt de algehele verdringing terug met een indringend woord: Hij wil de ogen openen van de mens die niet ziet. Hij opent de mens om de weg te zien die hij moet gaan. Jezus geneest niet zomaar zieke ogen. Hij zet mensen op (de) weg. Hij geneest als profeet. Hij opent op groot leven. Hij opent mensen op de ruime weg waar geen muren in de weg staan. De blinde, de arme en de naakte mag meegaan, leerling worden en volgeling. Een stil succesverhaal. De ogen werden niet geopend om te zien, maar om te gaan. Dat is eventjes een klein verschil. Het is het verschil tussen genezing en roeping. Jezus roept roepende mensen om met Hem mee te gaan, door dikke muren heen.

Voor vele ommuurde mensen staat er dik beton tussen hen en hun bevrijding. Ze zien het niet meer zitten. Wellicht is dat zelfs de beste typering van de kwaal van de moderne mens? Misschien zuchten we te veel? Misschien klagen we te veel? Misschien houden we te zeer vast aan de versleten mantel van ons ommuurd verleden? Dan blijven we gewoon blind en arm en naakt.

Bartimeüs heeft ons veel te leren.

Zoeken in Preken Online