Net als vorige week krijgen wij in het evangelie van vandaag weer een
verhaal over de roeping van de eerste leerlingen. En die roeping
gebeurt op een heel eenvoudige manier. Zo eenvoudig dat het voor mensen
van onze tijd eigenlijk heel moeilijk te begrijpen is.
Veronderstel
maar eens even dat er nu iemand op zoek zou gaan naar medewerkers om
een kerk, of een andere gemeenschap, op te bouwen die meer dan
tweeduizend jaar zou moeten standhouden. Waarschijnlijk zou die persoon
dan beginnen met een profiel op te stellen waaraan die medewerkers
moeten voldoen. En vervolgens zou men de kandidaten uitgebreid gaan
screenen en testen en aan allerlei proeven onderwerpen. Jezus doet het
anders. Hij spreekt gewoon een paar simpele vissers aan. En wat nog
merkwaardiger is: die mannen laten meteen hun netten in de steek en
volgen Hem. De enige aansporing of informatie die ze krijgen is: “De
tijd is rijp en het koninkrijk van God is ophanden. Bekeer u en geloof
in de goede boodschap”.
Onbegrijpelijk of toch ook weer niet?
Simon, Andreas, Jacobus, Johannes: waren dat dan supermensen? Hebben
die niet even getwijfeld en zich afgevraagd of ze het wel zouden
kunnen, of ze van het ene moment op het andere hun vertrouwd leventje
zouden achterlaten? Wie waagt er nu zomaar een sprong in het onbekende?
En: zou dat ook in onze tijd nog kunnen?
Zo radicaal misschien
niet, maar het kan wel. En het gebeurt ook. Mensen worden ook nu nog
geregeld gevraagd om een taak op zich te nemen, of uitgedaagd om hun
grenzen te verleggen. En heel dikwijls is de eerste reactie dan: dat is
niets voor mij, ik kan dat niet, ik ben daar niet voor opgeleid, ik heb
daar geen tijd voor. Maar enkelen wagen het toch. Zij vinden de tijd
rijp, zij geloven in de boodschap. En dan gebeurt soms een klein wonder.
Een
paar voorbeelden. Sinds enkele jaren wordt in onze parochie de
catechese van de vormelingen gedragen door ouders. Bij een eerste
ouderavond wordt er gevraagd wie er dit jaar bereid is om mee te
werken. Dat houdt in: wie wil er een paar avonden samenkomen om de
catechese voor te bereiden en dan ook een zaterdag of een zondag
daadwerkelijk catechese geven aan de vormelingen? De meeste mensen
denken dan: dat is toch niets voor mij, ik kan dat niet. Maar ieder
jaar zijn er die de stap wagen. En dan ondervinden ze dat ze het wél
kunnen, als ze maar samenwerken en elkaar bemoedigen en inspireren. En
achteraf horen we dan dat ze er heel veel deugd aan beleefd hebben.
Hetzelfde
zien we bij de voorbereiding van de eerste communicanten. Ook hier
worden ieder jaar weer ouders gevonden die vrijwillig willen meewerken.
Dit jaar weer een pak meer dan de vorige jaren. Ouders die vinden dat
voor hun kinderen de tijd rijp is en die de goede boodschap mee willen
doorgeven.
Het is trouwens niet alleen in de kerk dat we dat
meemaken. Hoeveel mensen zetten zich niet actief en met hart en ziel in
voor de school van hun kinderen in een oudercomité of werkgroep? In een
buurtcomité of in de organisatie van straatfeesten? Hoeveel jongeren
zijn niet actief in een jeugdbeweging of een sportclub? En hoeveel van
die mensen dachten aanvankelijk niet dat ze er het talent niet voor
hadden, dat de tijd hen ontbrak, dat ze het niet gingen kunnen?
De
laatste zomers was er op zondagavond op televisie het programma “Fata
Morgana”. Een gemeente werd daar uitgedaagd om een vijftal opdrachten
uit te voeren en sterren te behalen. Daarvoor was telkens de
medewerking vereist van honderden vrijwilligers. Een week tijd kregen
ze om een bouwwerk in elkaar te steken, een kunstwerk na te maken, een
reuzetapijt te weven, noem maar op. En ook hier weer: de eerste reactie
was vaak: ik kan dat niet, dat is niets voor mij. Tot men zag hoeveel
anderen er meededen en het aantal vrijwilligers groeide maar aan. En we
weten natuurlijk allemaal dat in dat programma wel een en ander zal
gemanipuleerd zijn, maar toch. De inzet van die duizenden mensen, daar
kon je toch niet naast kijken.
Als mensen ingaan op een
uitnodiging, een uitdaging, een roeping, dan kunnen ze niet anders dan
een sprong nemen in het onbekende. En ook vandaag blijft God ons
roepen, niet om ons leven radicaal te veranderen, maar toch om – vaak
in heel kleine dingen – mee te werken aan zijn Rijk. En daarvoor is
altijd een stukje bekering nodig. Of verandering of herbronning, een
nieuw inzicht. Net zoals bij die eerste leerlingen.
Ik kom nog even
terug op dat evangelie. Jezus zegt daar tot die vissers: “Kom achter
Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken”. Die zin is
lang opgevat als een uitnodiging om mensen in de netten te vangen zoals
men vissen vangt. Om mensen te bekeren tot het enige, ware geloof. En
ze dus in onze kerk, in ons clubje te krijgen.
Maar we kunnen het
ook anders begrijpen. Vissers van mensen zijn erop gericht andere
mensen op te vissen. Mensen die dreigen te verdrinken, die kopje onder
aan het gaan zijn. En dan komen we regelrecht bij pater Damiaan. Hij
probeerde geen mensen in zijn netten te vangen, hij viste de mensen in
miserie op. Dàt opvissen van mensen, dat kunnen wij eigenlijk allemaal.
Op de plaats waar we zijn, in het milieu waarin we ons bevinden.
Daarvoor is de tijd altijd rijp.
Als we tenminste geloven in de goede boodschap …
Hem achterna (2009)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen