Verleden zondag zagen we hoe leerlingen van Johannes Jezus gingen volgen. Johannes had hen gezegd dat Jezus het Lam Gods was. Waarom Jezus volgen? Waarom niet blijven bij Johannes? Hadden zij niet beiden dezelfde boodschap? Preekten zij niet beiden het Rijk Gods en de bekering? Wraakten zij niet beiden de schijnheiligheid in de godsdienst? Riepen zij niet beiden op tot boete? Eisten zij niet beiden rechtvaardigheid, zoals gij zelf trouwens regelmatig eist? Nam Jezus alleen een fakkel over van Johannes nadat deze was gevangen genomen? Preekten zij na elkaar dezelfde revolutie of verkondigde Jezus iets anders dan Johannes?
Het evangelie geeft het antwoord: ‘Nadat Johannes was gevangen genomen ging Jezus naar Galilea en verkondigde er Gods Amnestie’. Evangelie wil inderdaad zeggen blijde boodschap. En blijde boodschap betekent amnestie. Want als een koning de troon besteeg in de oude tijden werd een algemene amnestie afgekondigd. Dit is het wat gebeurt als Jezus optreedt: Hij luidt het nieuwe koningschap van God in. Hijzelf bestijgt de troon en gaat heersen voor Hem. Déze blijde boodschap betekent vergiffenis van zonden, kwijtschelding van straffen, amnestie, voor allen die zich aan Hem onderwerpen, die zich tot Hem keren, die zich bekeren. Hierin ligt het verschil tussen Johannes en Jezus, dat Johannes de komst van dat Rijk aankondigt, terwijl het met Jezus zelf ingeluid wordt. Johannes preekte bekering als voorbereiding, terwijl Jezus in het Rijk opneemt wie zich bekeert. ‘Uw zonden zijn u vergeven ‘Ik wil, word genezen’. ‘Uw geloof heeft u gered’. ‘Komt tot Mij, die belast en beladen zijt’. Met Jezus is de wet van de vergiffenis begonnen. Dàt is de Blijde Boodschap.
‘Komt, volgt Mij: Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt’, is een ander woord van Jezus. Hijzelf luidt het Nieuwe Rijk in. Hij vestigt het, bevestigt het, door leerlingen te roepen die zijn wet doen handhaven. Als zijn wet die van de vergiffenis is, kan het niet anders als dat zijn wethouders vissers van mensen worden. Iedereen wil zich eigenlijk laten vangen als het om vergiffenis en kwijtschelding gaat. Eerder dan in een net gevangen te worden, gaat het er om uit een net bevrijd te worden. Bisschoppen en priesters moet men herkennen aan dit teken: dat zij de wet van vergiffenis handhaven en doen onderhouden. Als zij dàt niet doen verkondigen zij namelijk de Blijde Boodschap niet. Zij vangen dan geen mensen, of beter, zij bevrijden dan geen mensen. Zij oefenen dan hun dienst, hun ministerie niet uit. Zij brengen geen verzoening, alhoewel Paulus schrijft: ‘Hij heeft ons de dienst der verzoening toevertrouwd’. De Kerk leest ieder jaar opnieuw het Evangelie. Ieder jaar herbegint de lezing van de Blijde Boodschap. Ieder jaar wordt weer de wet van de amnestie afgekondigd. Ieder jaar is het Rijk Gods rakelings nabij. Ieder jaar is de tijd vervuld. Ieder jaar is de verzoening mogelijk. Ieder jaar geraken mensen weer in hun netten verstrikt. Ieder jaar zijn anderen weer bezig hun netten te herstellen. Ieder jaar ook zijn er weer anderen die hun netten in de steek laten en Jezus volgen. Er zijn er die in de boot blijven. Er zijn er die vluchten, zonder zelf goed te weten waarheen, zoals Jona, op de wereldzee, om uitgespuwd te worden op het strand, vanwaar zij naar hun Ninive kunnen vertrekken, om de bekering te prediken en velen naar het land van de verzoening te leiden.
Het is ja en nee voor predikers en luisteraars. Het is beamen en verloochenen. Het is vervulling van de tijd voor onvervulde harten. Het is wet van vergiffenis en wet van hardheid. Het is geloof in de Blijde Boodschap en ongeloof. Het is prediking en stilte. Het is meegaan en laten afweten. Het is Jezus horen en thuis blijven. De twee blijven mogelijk in elk leven, over welke netten men ook gebogen is.
Wat niet meer mogelijk is, is zich doof gebaren, beweren dat het onverschillig is of men in verzoening of in verharding leeft, leven alsof het Rijk Gods niet onder ons is, alsof de Blijde Boodschap niet gepredikt is, alsof het alleen een kwestie van roeping zou zijn en niet ook een kwestie van antwoorden als God roept.