Zo gauw als we de woorden ‘vissers van mensen’ horen denken we bijna vanzelf aan missionarissen. Bij dat vissen gaat over het redden van zielen. Die verklaring over ‘vissers van mensen’ is zo bekend dat we er meestal verder niet eens bij stilstaan; laat staan dat we uit proberen te vinden of er wellicht iets heel anders bedoeld is.
Als we dat wel doen, en als we de tekst opnieuw, zonder die vooronderstelling, bekijken, blijken er heel andere mogelijke betekenissen te zijn.
Misschien moeten we de tekst ook wel op een andere manier bekijken. Het blijft anders eigenaardig klinken dat na Jezus’ plechtige aankondiging: ‘De tijd is vervuld en het rijk Gods is nabij, bekeert u en geloof in de goede boodschap’, hij dan alleen maar een wandeling gaat maken, waarbij hij wat vissers aantreft, die hij tot zijn leerlingen maakt.
Dat doet wat aan als een anticlimax. Het is ook vreemd dat Jezus van de vissers die hij tegenkomt zo maar zonder meer evangelisten maakt.
Er moet hier meer aan de hand geweest zijn. Dat is het volgens sommige commentaren dan ook (Ched Myers, Binding the Strong Man, A Political Reading of Mark’s Story of Jesus, New York 1988). Het is niet voor niets dat na de plechtige aankondiging van het begin van het rijk Gods, het bij Marcus vissers zijn die als eersten door Jezus aangesproken worden.
Profeten hadden de term ‘vissen’ en dus ook ‘vissers’ al eerder gebruikt. Als Jeremia (16,16) het over ‘vissen’ heeft, dan heeft hij het over een proces en een oordeel, over een schiften, en zoeken naar hen die in hun onrechtvaardigheid goddeloos optraden, en die hun schulden dienen te betalen. Ezechiël voorzegde (29,4) dat de machtigen en rijken van deze wereld als vissen met hun kaken aan een vishaak geslagen zullen worden, en Amos (4,2) versterkt dat beeld als hij profeteert dat die machtigen van deze wereld samen met hun kroost in ‘vismanden’ afgevoerd zullen worden.
Er is voor de mensheid een echte bekering nodig om aan dit alles te ontkomen. Zijn de door Jezus gekozen leerlingen de eersten die zo bekeerd ontsnappen aan dat lot?
Hier komt nog iets anders bij. De vissende families die Jezus aantreft op zijn tocht langs de kust van het Meer van Galilea zijn niet zonder middelen. Het zijn misschien geen grote, maar in ieder geval wel kleine ondernemers. De onderneming van Zebedeüs is zo groot, dat hoewel de familie ingeschakeld is, ze het met die familie alleen niet aan kunnen. Ze hebben dagloners in dienst. De vier die Jezus volgen, de gebroeders Simon en Andreas en de gebroeders Jakobus en Johannes, laten niet alleen maar hun inkomsten en de economische organisatie van dit alles in de steek, ze laten ook hun hele sociale zekerheid achter zich. Ze laten hun hele wereld zoals die was achter. Dat is het wat Jezus van hen vraagt. Dat is hoe hij ze vangt.
Sommige commentatoren menen dat Jezus dit deed, omdat hij meende dat het eschatologische einde van de wereld nabij was, en dat hij daarom ook anderen kon vragen hun verantwoordelijkheid op te geven. Het is moeilijk aan te nemen dat zijn gedrag op een dergelijke vergissing zou berusten. Jezus vroeg hen niet om alles in de steek omdat het einde nabij was. Dat zou in kunnen houden dat hijzelf de verwerkelijking van het rijk Gods in deze wereld niet voor mogelijk hield.
Jezus vroeg henjuist om zich te bekeren omdat er in deze oude wereld een nieuwe wereld - die van het koninkrijk van God - aan het binnenbreken was. Binnen deze wereld moet het oude aan de haak geslagen en gevangen worden. Het oude moet achtergelaten worden. Dat is wat Jezus van die vissers vroeg.
Zelfs de manier waarop hij zijn leerlingen werft is al een teken van die nieuwe wereld. Alles wat hij doet is ongewoon. E. Schweitzer merkte op dat Jezus zijn leerlingen niet op de normale manier bij elkaar krijgt. Het waren in die tijd en omgeving de leerlingen die naar een meester zochten en niet omgekeerd. Hier is het de meester die werft.
De eerste vereiste die hij van zijn leerlingen vraagt is hun zaken niet zoals normaal voort te zetten. Er is een einde aan die oude wereld gekomen, het koninkrijk van God is inderdaad aangebroken. Zelfs gewone termen als vissen en vissers hebben een nieuwe betekenis gekregen, hoewel de profeten dat al wisten. Maar daar zijn zij natuurlijk profeten voor.