Hoeveel mensen lezen elke dag de advertenties in de krant om werk te vinden? Zij kijken na of ze de voorwaarden kunnen vervullen die eraan verbonden zijn, of ze de diploma’s bezitten… Zij kijken uit naar een kruiwagen of een politieke vriend en hopen dan iets te vinden, met in hun achterhoofd de gedachte dat het toch niets worden zal. Er zijn er zoveel die zoeken… Het probleem van de werkloosheid kwelt de mensen.
Om christen te worden hoeven wij ons daarover geen zorgen te maken. Die hebben wij zo al genoeg. Door het doopsel en het vormsel zijn we al door de Heer aangeworven om in zijn dienst te staan. Jezus geeft aan ieder zijn taak in deze wereld. Hier speelt de werkloosheid niet mee.
Wat is de boodschap van het evangelie van vandaag? Wij zijn allen geroepen tot navolging van Jezus: wij mogen Jezus’ zending voortzetten. Toen Jezus zijn openbaar leven begon, riep Hij mensen om Hem te helpen bij de vestiging van Gods Rijk op aarde. Door bemiddeling van mensen wil Hij alle mensen verzamelen in het ene Godsrijk.
Hij bouwde zijn Kerk met eenvoudige mensen. Daarom mogen wij ons niet ergeren aan de menselijk kant van de Kerk.
De roeping van Jezus heeft een eigen kenmerk. In die tijd zochten de leerlingen zelf een rabbi om onderricht te worden, en daarna konden andere leerlingen zich bij die nieuwe rabbi aansluiten. Jezus echter kiest zelf zijn leerlingen uit. Hij kiest wie Hij wil en roept hen op, niet om een tijdje bij Hem te zijn, maar om bij Hem te blijven een heel leven lang. Zijn roeping is onherroepelijk. Zijn roeping is radicaal. Hij roept leerlingen weg van hun dagelijkse bezigheden, weg van hun boot, weg van hun netten, weg zelfs van hun vader en hun eigen gezin.
Jezus roept zijn apostelen twee aan twee: Andreas en Simon, Johannes en Jakobus, als een teken dat Hij hen roept tot gemeenschap. Niemand wordt alleen gelovig: samen hebben wij een taak te vervullen. Het Rijk van God kan alleen maar opgebouwd worden door mensen die zich bij Jezus aansluiten, die met Hem verbonden zijn.
Mensen worden geroepen ter navolging. Jezus navolgen betekent dan niet alleen: je netten en je vader achterlaten. Het is veel meer: je moet jezelf achterlaten en Jezus in je laten leven. Je wordt als het ware een tweederangsmens: niet wat jij denkt of wilt is van belang. Je moet proberen te denken en te willen wat Jezus denkt en wil, niet meer bedacht zijn op geld en bezit, niet meer uit zijn op prestige.
En die vissers laten alles liggen en staan en volgen de Heer zonder te vragen: waar gaat de weg naartoe of hoe gaat het nu verder? Ze vertrouwen hun Meester in de vaste hoop en met het vaste geloof dat ze met Hem zeker hun levensdoel zullen bereiken, al weten zij nog helemaal niet hoe dat eruit zal zien.
Jezus roept de apostelen als gezondenen: ‘Kom, Ik zal mensen-vissers van u maken.’
De weg, Jezus achterna, is een weg naar de mensen toe. Je moet mensen verzamelen, zoals de vissers vissen verzamelen in een net. Wat een contrast! Zal de wolf het lam niet aanstonds verslinden? Mensen kunnen wel eens een wolvennatuur hebben. Ze verslinden de anderen door hun hebzucht. Ze buiten mensen uit, zoals de wolven hun buit verslinden. En daartussen staan de apostelen weerloos en met een grote opdracht van de mensen lammeren te maken: mensen die bedacht zijn op vrede en gerechtigheid, mensen die kinderen van God genoemd worden.
Als wij zo voor Jezus alles achterlaten, zal Hij ook met ons zijn. ‘Ik zal met U zijn’, zegt Jezus. Jezus zelf zorgt voor zijn lammeren opdat ze niet verscheurd worden door de wolven. Hij doet dat door mensen te roepen die zijn weg willen gaan: gewone, kleine mensen, maar ook rijken en geleerden, zondaars en vromen, ja alle mensen zonder uitzondering.
Als Jezus ja gezegd heeft tot onze roeping, zal Hij ons ook de kracht geven om in zijn dienst onze taak te vervullen. Zijn kracht zal de geroepene steeds nabij zijn, en Hij zal de gezondene nooit in de steek laten.
Moge dit evangelie vandaag weer onze moed versterken om in onze dagelijkse bezigheden trouw te blijven aan onze roeping: mensen samen te brengen in dienst van het Rijk van God, dat in het hart van ieder mens geplant moet worden.