Ik zal mensenvissers van je maken

B-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen

Ik zal maken dat jullie worden: vissers van mensen, zegt Jezus tot zijn apostelen. Is dat een nieuwe naam voor hen? Zij waren toch al vissers. Stel u eens voor dat de apostelen geen vissers waren, maar dat zij smeden of timmerlieden waren, zou Jezus dan ook tegen hen gezegd hebben: Ik zal je tot mensensmid, tot mensentimmerman maken? Ik denk van niet. Jezus zelf is de mensenvisser en Hij zal de apostelen op de eerste plaats tot vissers maken, om te kunnen delen in zijn macht. Als Hij zou zeggen: Ik zal je tot mensensmid, tot mensentimmerman maken, dan zou dat niets anders kunnen betekenen dan: je moet de mensen naar je hand zetten, zoals de smid het ijzer naar zijn hand zet of zoals een timmerman een stuk hout bewerkt. Het zou dan voor hen zoveel betekenen als: je moet de mensen je mening opdringen, je moet ze manipuleren. En dat wil Jezus zeker niet.

De betekenis van Jezus woorden “Ik zal jullie tot vissers van mensen maken” is: tot nu toe ging jullie belangstelling op de eerste plaats uit naar je beroep van visser en jullie gezin, maar vanaf nu moet heel jullie belangstelling uitgaan naar de mens, naar alle mensen. “Kom, en volg Mij” zegt Jezus hun en wees van nu af bezorgd om de medemens: zijn noden en wensen, zijn zorgen en verlangens. Daarin bestaat eigenlijk de bekering die Jezus van elk van zijn leerlingen vraagt: keer je tot de andere mensen, beschouw hen niet meer als een ding, als een zaak, vraag je nooit meer af: wat heb ik aan die mens, hoe kan ik aan hem verdienen. Want elke mens heeft een onvervreemdbare persoonlijkheid, iedere mens heeft het recht te zijn zoals hij is. Ook een gehandicapt kind, ook een bejaarde opa die aan aderverkalking lijdt. Fundamenteel is een mens niet eerbiedwaardig om hetgeen hij bezit en ook niet om hetgeen hij doet, maar omdat hij een kind van God is. In Jezus opgenomen zijn wij allen evenwaardig en daarom verdient iedere mens onze eerbied en onze liefdevolle zorg.

Vissers van mensen. Ik kom er toch nog even op terug om alle misverstanden te vermijden. Het gaat niet om mensen ‘te vangen’, in de betekenis van zieltjes te winnen of mensen bij de neus te nemen. Het Griekse werkwoord ‘vangen’ betekent ‘in leven houden, tot leven brengen’. Daarom mogen wij de opdracht van Jezus voor zijn volgelingen zo verstaan: ‘Wees mensen nabij, zodat zij in leven blijven, zodat zij opnieuw tot leven komen’. “Mensen die niet bestaan, een naam geven’ zei dokter Jan Vermeiren, toen hij vorig jaar in de katholieke universiteit van Brussel een eredoctoraat kreeg omwille van zijn sociaal evangelisch geïnspireerd werk in dienst van de kansarmen. Mensen vissen, wil in de geest van Jezus zeggen: mensen redden uit de bedreiging, mensen uit de nood op het droge halen, mensen binnenbrengen in het grote net van geborgenheid en eenheid.

“Kom volg Mij.” Jezus roept ons vandaag ook bij onze naam om zorg te dragen voor mensen, dichtbij en ver weg, om God door onze zorg voor hen geloofwaardig te maken. Talloze mensen dreigen te verdrinken, sommigen in materiële zekerheden, anderen in de totale onzekerheid. Hoevelen dreigen te verdrinken in de eenzaamheid, in de zinloosheid van hun leven. Hen moeten wij vaste grond onder hun voeten geven.

Maar wij die alles hebben, wij kunnen zo moeilijk alles, ook onszelf achterlaten om Jezus te volgen in zijn zorg om de mensen. Daarom liggen zoveel dode vissen op het strand, zitten er nog zoveel verward in de netten van de slavernij. Geven we niet God daarvan de schuld, maar zoeken we de schuld bij ons zelf.

Zoeken in Preken Online