Anders werken

B-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen

Zebedeüs moet met zijn visserijbedrijf in Kafarnaüm een tamelijk rijk man zijn geweest. Hij had tenslotte dagloners in dienst. Dat zou hij nooit gekund hebben als hijzelf moeilijk rond had kunnen komen. Daar blijkt ook uit dat er erg veel werk te verzetten viel in de visserij op het meer van Galilea. Naast de vaste arbeidskrachten uit de eigen familie werden dagloners graag meegenomen als extra hulp. Ze stonden er waarschijnlijk ‘s morgens al wanneer ze vertrokken met de boten. Maar als dan op een dag een rabbi uit Nazaret langskomt en er zomaar ineens vier beroepsvissers zo uit het werk weglopen, moet dat voor Zebedeüs en zijn collega’s toch wel een zware aderlating zijn geweest. Heeft hij zich niet de dupe gevoeld van wat die profeet Jezus op touw wilde zetten? Nee, integendeel. Zebedeüs gaat er op geen enkele manier tegenin. Het lijkt er zelfs op dat hij en zijn vrouw Salome het toejuichen. Elders in het evangelie wordt van Salome verteld dat zij de groep rondom Jezus met haar vermogen onderhoudt. Dat doe je niet als je er niet achter staat. Maar waar staan zij en haar man dan achter?

Wat moeten wij hiermee in ons leven? Kunnen wij in onze eeuw iets navoelen van wat daar gebeurd is en het ons eigen maken? Van mensen die plotseling hun baan, hun werk, hun bedrijf zelfs omgooien, kijken we tegenwoordig niet meer op. Mensen die halverwege hun loopbaan het roer helemaal moeten omgooien, dat kennen we wel. Maar is dat vergelijkbaar met wat hier door Marcus verteld wordt? Waarschijnlijk niet. Want waarom moeten mensen in onze samenleving zo vaak hun baan opgeven? Omdat het in onze economie van de groei gaat over zoveel mogelijk geld maken in zo weinig mogelijk tijd? Omdat de wereld van het geld en van de consumptie dat eist?

Dat lijkt toch in niets op die vier vissers die, nog ruikend naar de vis, achter Jezus aan gaan. Zoals Zebedeüs en Salome, spontaan hun jongens afstaan en zelf nog kapitaalverlies lijden voor zoiets onproductiefs als een rijk van God, dat is nu toch ondenkbaar?

Er is maar een mogelijkheid om te verklaren waarom het appèl dat Jezus doet op hun zoons Jakobus en Johannes, en op de broers Simon en Andreas zo’n geweldig antwoord krijgt. Dat woord ‘Kom en volg mij’ moet hun ziel geraakt hebben. In die jonge vissers, die zo goed waren in hun vak, moet de spontane wil hebben gesluimerd iets groters te doen in hun leven. Het woord: ‘Ik zal maken dat jullie vissers van mensen worden’, moet dat in hen hebben opgeroepen. Visser zijn, maar dan anders. Visser zijn - want iets anders konden ze niet - maar dan om een diepere reden dan winstbejag. Om mensen rondom deze wonderlijke rabbi te verzamelen. God weet hoe of waarom. Maar hier zien ze iemand die een begin wil maken met een samenleving waarin het anders zal gaan dan de cirkel van kleine of grote vangst.

Het is dat verlangen waardoor dit verhaal volgens Marcus voor ons vandaag herkenbaar wordt. Want die diepe wens kennen wij allemaal. Dat het er ooit van komen zal. Een samenleving waarin het om mensen zal gaan en niet meer om de economie. De hoop op iemand die iets inbrengt tegen die dwingende stroom van hebben en houden; die geen mensen opoffert, maar opvangt in het net van aandacht en zorg; die eindelijk eens dat eenrichtingverkeer stop weet te zetten; van: pakken wat je krijgen kan; die opkomt voor mensen die daar doodongelukkig van worden. Iemand die weet dat we op die manier nergens zijn met onze wereld. Dat verlangen ligt in alle eeuwen en tijden als een nieuw vangnet van liefde op ons te wachten. In de vissers van Kafarnaüm ten tijde van Jezus van Nazaret, maar ook in die grote stad Nineve van onze wereld. Diep in ons hart weten we dat Jona, Jezus, Franciscus, Boeddha en al die anderen gelijk hadden. ‘Bekeer je’ betekent: doe het anders. Ja, wij moeten het anders doen, menselijker. Wat we ook zijn, uitzendkracht of cafébaas, computerprogrammeur of dokter, we hoeven niets anders te worden. We moeten het alleen anders doen. Mensen laten tellen, één voor één, uniek zoals ze zijn. Mensen moed inspreken, onderdak geven, heel maken, bevrijden, naar elkaar toe brengen, verzamelen in één gemeenschap. Misschien kunnen wij ons niet zomaar gewonnen geven zoals Zebedeüs en Salome. Misschien moet het bij ons voorlopig blijven bij onze kleine bijdrage aan de actie Kerkbalans. Maar de oproep is er. Dat is al iets, en het is geen dwingelandij. We kunnen ook als Zebedeüs gewoon ons bedrijf voorzetten en op een minder totale manier erachter staan. Maar het grotere wat in het woord van Jezus van Nazaret doorklinkt, zal langs het water van ons leven komen. En telkens zal het dat verlangen in ons wakker roepen naar die betere wereld. Mag dat moment komen dat we na veel laveren en kruisen, na eindeloos netten repareren en schoonmaken, eindelijk weten hoe we alles anders kunnen doen en zo achter de Nazarener aan gaan.

Zoeken in Preken Online