Hoeveel reclamespotjes zouden wij niet verteren op een dag? En elke reclameboodschap wil ons vertellen hoe gemakkelijk wij het ons wel kunnen maken, hoe mooi we wel kunnen zijn, hoe we voor onszelf kunnen zorgen, hoe we onszelf kunnen verrassen met een geschenk.
Eigenlijk wil elke reclameboodschap ons meedelen hoe belangrijk we wel zijn.
Op het eerste gezicht is dat onschuldig. Waarom ook niet?
Maar op het ogenblik dat we er niet kunnen op ingaan omdat we de centen er niet voor hebben, of omdat we de gezondheid er niet voor hebben, of het voorkomen daarvoor missen of alles tezamen, dan voelen wij ons niet meer belangrijk, integendeel, dan voelen wij ons als afgeschreven, als mensen die met hun tijd niet meer meekunnen, dan smaakt het bitter.
In het evangelie van daareven werft Jezus zijn eerste medewerkers niet aan met een reclamespotje om hen te zeggen hoe goed zij het wel zullen hebben bij Hem. Hij voorspelt hen geen mooie carrière met alles er op en eraan.
Integendeel, van meet af aan zegt Hij hen: gij zult andere mensen opvissen. Gij zult het beste van uw krachten geven opdat zij het goed zouden hebben, opdat zij zich zouden kunnen ontplooien en volop mens worden.
Men kan de kerk veel verwijten, men kan haar veel fouten aanwrijven die zij in het verleden heeft gemaakt: haar gebrekkige en soms kinderachtige voorstellingen van het geloofsgoed, haar onnodig belasten van de gewetens en het misbruiken van haar macht.
Maar feit is dat zij altijd een enorme reserve aan edelmoedigheid heeft voortgebracht, in alle tijden, tot op vandaag, bij ons en in de vreemde, tot aan de grenzen der aarde, in onbaatzuchtige zorg en dienstbetoon aan de minsten der mensen. Het beschavingswerk van de kerk door de eeuwen heen is niet te schatten. Het is niet toevallig dat Pater Damiaan in Vlaanderen als eerste Belg werd verkozen.
“Ik zal u vissers van mensen maken” Die wekroep wordt ook vandaag nog altijd beantwoord, zelfs meer en meer. Meer en meer mensen doen vrijwilligerswerk. En wat is dat anders dan mensen opvissen? In zoveel verschillende vormen, in ziekenhuizen en instellingen, in gevangenissen en buurtwerk, in wereldwinkel en bond zonder naam, in zoveel naamloze en verborgen zorg voor medemensen die het moeilijk hebben.
Vrijwilligerswerk breidt uit, ook buiten de kerk in moderne vormen, en soms veel efficiënter. Wij kunnen daar alleen maar blij om zijn.
Het is wellicht de betekenis van dit evangelie om de diepere zin van elke dienst aan de medemens aan te duiden. Of men het zo aanvoelt of niet, het is meewerken aan Gods droom over mens en wereld.