De voorzitter van de Eerste Kamer heeft zijn partijgenoten aan de overkant van het Binnenhof, de leden van de Tweede Kamer, een tijd geleden oneerbiedig ‘stemvee’ genoemd. Ze stemmen precies - zei hij - zoals de fractievoorzitter hun opdraagt, en die doet weer precies wat de premier wil. Stemvee, zei hij dus heel onparlementair, en dat komt, legde hij uit, omdat ze in die Tweede Kamer bijna allemaal ambitieus zijn, nog iets willen bereiken. En dus houden ze zich gedeisd, en slikken ze hun kritiek in, want wie straks iets te vertellen wil hebben, moet eerst een tijdje zijn mond dichthouden, wil je tenminste je positie veiligstellen.
En dat wilden Johannes en Jakobus indertijd ook al: achter de rug van de anderen om vragen ze Jezus om de beste plaatsen. Mocht het zo ver komen dat Jezus zou gloriëren, laat ons dan, vragen ze stiekem, aan uw rechter- en linkerzijde zitten. Maar daarmee blijken ze bij Jezus aan een totaal verkeerd adres. ‘Je weet niet wat je vraagt’, zegt Hij. En Hij stelt een wedervraag: Zijn jullie, die de lusten willen, ook bereid de lasten te dragen? Anders gezegd: willen jullie, die aan mijn zijde willen zitten, eerst aan de zijde gaan staan van hen die lijden? Willen jullie de beker met Mij drinken? Bedoeld is de beker van het lijden.
Als de anderen ter ore komt waar Johannes en Jakobus op uit zijn, zijn ze kwaad en jaloers, want ze willen eigenlijk allemaal voorop staan. En daarom roept Jezus hen allemaal bij zich, en legt Hij voor de zoveelste keer uit dat ze anders moeten denken, niet uit mogen zijn op macht, succes en de beste plaatsen. Wie onder u groot wil zijn, moet dienaar van allen wezen. De groten der aarde regeren de mensen met ijzeren vuist; dat machtsdenken mag onder u niet het geval zijn!
Dat wisten de apostelen natuurlijk ook wel, en wij net zo goed als zij. Maar het huist nog steeds in ieder van ons: de beste plaats willen, succes najagen ten koste van anderen, en achter hun rug om. Of mensen naar je hand zetten, de baas willen spelen. Het is een bijna niet te bestrijden virus in onze samenleving, en helaas ook in onze lange tijd te machtige kerk, waarin achter de schermen vaak ook een stoelendans plaatsvindt om de beste plaatsen. Dat mag je gerust met het evangelie in de hand bestrijden en bekritiseren. Tenzij je daarmee alleen je eigen positie veilig wilt stellen. Maar tegelijkertijd moet ik dan bij mezelf nagaan wat ik persoonlijk waarmaak van die uitdaging af te zien van macht. Waar besteed ik de meeste tijd aan: dat ze tegen mij opzien of aan mensen op wie wordt neergezien? Wat ben ik er voor een: iemand die anderen dient of die gediend wil worden? Sta ik - wat Jezus vraagt - tobbende mensen terzijde?
Over stoelen en de beste plaats gesproken: wij hier in het Westen zitten in heel comfortabele zetels. We hebben de beste plaatsen aan tafel, en velen in de arme Derde Wereld zitten op een schopstoel of er is voor hen helemaal geen plaats aan tafel. Christen-zijn vraagt om aandacht en solidariteit met hen wie te weinig plaats gegund wordt aan tafel. Mede doordat wij hier heel dikwijls de beste plaats opeisen voor onszelf. Kom, zegt Jezus vandaag tegen ons allemaal, schuif eens een eindje op, en laat die sukkelaars erbij.