Je hoeft maar de krant te lezen om te zien welke enorme rol macht speelt in onze samenleving. Iedereen wil de eerste plaats innemen, desnoods over de rug van de anderen. Men werkt zo lang met zijn ellebogen totdat men op de eerste stoel zit. Dit streven naar macht zie je niet alleen in de maatschappij, het is vaak ook heel duidelijk in de Kerk. Hoe dikwijls heeft de Kerk in haar geschiedenis zich niet verbonden met rijken en machtigen om het zogenaamde ‘goede’ door te drukken.
En laat ons maar bij ons zelf blijven: als wij eerlijk zijn, moeten wij bekennen dat ook wij streven naar macht, vaak ten koste van anderen, wij willen altijd gelijk hebben, wij maken ruzie als men ons vernedert, wij zijn stiekem blij als het anderen slecht gaat.
Ja, zo zijn mensen en zo waren ook de apostelen.
Twee ambitieuze apostelen, Jakobus en Johannes, komen bij Jezus met een dringend verzoek: ‘Meester, wij willen dat U voor ons doet, wat wij U vragen’. En Jezus, dienstbereid zoals Hij altijd is, vraagt: ‘Wat willen jullie dat ik voor je doe?’ Vlot komt het antwoord: ‘Laat ons in uw glorie, links en rechts van U zitten’. Voor alle duidelijkheid kun je het ook zo formuleren. ‘Wij zouden graag twee ministersposten hebben, zodra U aan de macht komt'.
Jezus straalde macht uit. Hij had al tegen zijn leerlingen gezegd dat zij Hem zouden zien komen op de wolken met grote macht en heerlijkheid. De evangelisten vertellen hoe Jezus macht bezat over zieken en onreine geesten, macht over de wind en het water, macht over de sabbat en de vergeving van de zonden. Jezus hield die macht niet voor zichzelf, Hij liet de apostelen daarin delen, door hun macht te geven om duivels uit te drijven en zieken te genezen. Maar op die macht waren de apostelen niet erg uit, zij wilden macht om te kunnen heersen over de mensen.
Het antwoord van Jezus op hun vraag is eigenlijk vernietigend: ‘Jullie weten niet wat jullie vragen!’ Zij staan mijlen ver af van wat Jezus bezighoudt. Toch wijst Jezus hen niet op bescheidenheid of liefde. Hij wijst hen alleen op zijn eigen levensweg. Hij verkrijgt zijn macht alleen door de kelk van het lijden te drinken, door de vuurdoop van de beproeving te ondergaan. Om ieder misverstand te voorkomen geeft Hij hun nog een korte commentaar: ‘Politieke leiders heersen met ijzeren vuist en de groten maken misbruik van hun macht tegenover minderen. Dit mag bij jullie niet het geval zijn’. Jezus zegt hun dit zo absoluut, dat daarover niet te discussiëren valt: macht is wezensvreemd aan de blijde boodschap. Hij heeft geen boodschap aan de macht, tenzij deze: wie bij jullie groot wil worden, moet dienaar zijn van allen en wie bij jullie de eerste wil zijn, moet voor iedereen slavenwerk doen. Jezus geeft hier zijn apostelen zeker een bittere pil te slikken. En ons evenzeer. Geen heersers over mensen, maar dienaars van iedereen moeten de leerlingen van Jezus zijn. Waarom weigeren velen, die zich leerling van Jezus noemen, deze pil te slikken?
Dit dienen ligt ons niet zo erg. Het is ons niet van nature gegeven tenzij op kleine schaal: een moeder bewijst diensten aan haar kind, een man aan zijn vrouw en een vriend aan zijn vrienden. Maar het dienstbetoon waarover Jezus het heeft, is een dienstbetoon voor iedereen: ‘moet slaaf van allen zijn!’ Begin daar maar mee, de minste zijn, je vernederen, het vuile werk opknappen, inspringen waar niemand inspringt. Door zulke dienstbaarheid komt de macht van Jezus aan het licht. Als wij nu samen met Jezus het brood gaan eten en de beker drinken, dan verklaren wij ons bereid zijn lot te delen, met alle vernedering die dit met zich kan meebrengen. Om u te dienen, moge God ons bijstaan.