Wie is de grootste?

B-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Kinderen willen “de grootste” zijn. Zij gaan naast elkaar staan om te zien wie de grootste is. De volwassenen spelen dit spel verder, minder argeloos maar veel geraffineerder. Ik verdien meer, ik heb een grotere auto, mijn klederen zijn veel duurder, en mijn mooi huis!.. Wie de grootste is maakt Tolstoi ons duidelijk met een sprekend verhaal. Drie vrouwen gingen water halen bij de bron. Een oude man hoorde hoe die vrouwen om beurt hun zonen loofden. “Mijn zoon,” zei de eerste, “overtreft alle andere kinderen van het dorp in behendigheid.” “Mijn zoon,” zei de tweede, “heeft een stem als een nachtegaal. Als hij zingt valt alles stil en iedereen luistert naar hem.” De derde vrouw zweeg. “Waarom zeg jij niets over jouw zoon?” vroegen de anderen. “Ik zou niet weten waarin ik hem bijzonder zou kunnen loven. Hij is een heel gewone jongen, hij heeft niets bijzonders, maar ik hoop dat hij goed zijn man zal kunnen staan.” - De vrouwen namen hun emmers in de hand en gingen naar huis. De oude man volgde hen. Hij zag hoe zwaar die emmers waren en het verwonderde hem dan ook niet dat ze na enige tijd hun last weer op de grond zetten. De drie zonen kwamen hen tegemoet. De eerste duikelde drie keer kopje over en stond dan weer met zijn beide benen op de grond. “Wat een handige jongen,” riepen de vrouwen. De tweede stemde een lied aan en de vrouwen luisterden met tranen in hun ogen. De derde ging naar zijn moeder en zwijgend droeg hij de zware emmers naar huis. De vrouwen vroegen aan de oude man: “wat zeg je van onze zonen?” “Uw zonen…,” zei de man verwonderd, “ik zag maar één zoon. Alleen de jongen die zijn moeder hielp, heeft zich als zoon gedragen”.

“Wie van u groot wil zijn,” heeft Jezus gezegd, “moet aller dienaar zijn.” De grootheid van iemand openbaart zich volgens Jezus in het dienen. Daaraan had de oude man de zoon herkend. Daaraan zal men ook de christen herkennen. Daaraan zal men ook de Kerk van Jezus herkennen: een Kerk die niet dient, dient tot niets.

“Als je groot wilt zijn…” zegt Jezus. Het is eigenlijk normaal dat de mens vooruit wil komen, die drang is hem ingeboren. De mens is een onverzadigbaar wezen, maar deze drang moet in toom gehouden worden. Daarom zegt Jezus ook: “de groten maken misbruik van hun macht en zij, die als heersers over de volkeren gelden, regeren met ijzeren vuist. Dat mag bij u niet het geval zijn.” Dagelijks zien wij de gevolgen van zulke mentaliteit? De wereld wordt onleefbaar en mensen worden voor elkaar onuitstaanbaar omdat de een de ander verdrukt en onderdrukt. De zwaksten en kleinsten zijn in deze onbarmhartige strijd nog steeds het slachtoffer.

Christenen mogen hun macht alleen gebruiken om anderen te dienen. Zo bevrijden ze zichzelf van angst en zorg en geven ze iedere mens de ruimte om menswaardig te leven.

Zoeken in Preken Online