Geen plaats opeisen

B-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Het heeft wel iets weg van plaats bespreken wat de twee leerlingen Jakobus en Johannes bij Jezus komen doen. Hoe komen ze erbij zou je zeggen. Laten we het eens van verschillende kanten overwegen. Het kan zijn dat het gewoon een prestigekwestie was tussen Jezus’ leerlingen. Wie van ons zit eerste rang. Niet voor niets winden de anderen uit de kring zich zo op over deze poging om voor te dringen in het koninkrijk Gods. Maar omdat Jezus de vraag niet zo resoluut afwijst, kan het best ook anders liggen. In een ander evangelie (volgens Matteüs) staat namelijk dat hun moeder Salome erbij was toen de beide jongens met hun vraag kwamen. Dan ligt het natuurlijk wel even anders. Want welke moeder zou niet in de zorg zitten als twee van haar kinderen een goeroe achterna gaan zonder enige garantie voor de toekomst? Heeft zij met haar vermogen de groep van de rabbi niet steeds van het nodige voorzien? Zijn in Kafarnaüm niet ineens twee man personeel uit een visserijbedrijf verdwenen? Dat rondtrekken met Jezus levert niets op. Mag er dan misschien iets tegenover staan? Vandaar wellicht dit onderhoud met de meester.

Hoe gewoon menselijk zijn die dingen. Mensen zitten vol ambities, hun rechten, hun doelen. Ook wij. Ook als het om zoiets immens gaat als God die liefde is, blijven we rekenen vanuit onszelf. Daarom is het buitengewoon leerzaam zoals Jezus dit aanpakt. Hij moet wel beseft hebben hoe onze gewoonheid afstak tegen de buitengewoonheid van zijn totale inzet. Daarom worden die twee kortzichtige jongens ook niet zomaar teruggefloten alsof het onwillige honden zijn. Dat plaats bespreken kan niet, zegt Jezus, maar hij stelt voor iets ánders te bespreken: niet hun toekomst zoals zij die zien, maar hun instelling.

Willen jullie achter mij aan? Willen jullie proberen te doen wat ik doe? Kortom willen jullie mijn beker drinken? Natuurlijk zeggen ze ‘ja’, want ze zijn open, zij hebben hun hart op de goede plaats. Kom, zegt Jezus, laten we dan maar eens ophouden over die linker en rechter stoel naast mij. Laten we de zaken eens echt op een rijtje zetten. Plaatsen vergeven, vriendjespolitiek bedrijven, dat is de truc van de machtigen. Jullie zien het dagelijks om je heen. Maar zo gaat het niet bij ons. Verdelen en heersen, mensen tegen elkaar opzetten en dan de baas spelen, dat is het spel van de tirannie. Jullie kennen het als dagelijks nieuws. Maar zo gaat het niet bij ons.

We weten niet wat de leerlingen daarvan gezegd hebben. Maar als het aan ons lag, zouden we tegen Jezus zeggen: Rabbi, die litanie kennen wij ook. Ook wij kennen dat dagelijks nieuws met die steeds toenemende mensenvloed die uitgebuit en rechteloos blijft op aarde door het spel van de macht. Maar wij zeggen: En zo zal het wel altijd blijven. Ook wij zien dat eindeloze netwerk van de handlangers, de grenzeloze lobby om een plekje te reserveren in welzijnsland. Maar wij zeggen op onze beurt: Heer, zo zal het wel altijd zijn. Wat wilt U ons nu eigenlijk inprenten? Waarmee wilt U ons een riem onder het hart steken? Wij zien toch zelf dat het zo niet werkt.

Er staat in de eerste lezing een woord van Jesaja dat ons verder kan brengen als we daarmee Jezus’ bedoeling belichten. Er staat: Hij gaf zijn leven als verzoening, maar hij zal een nageslacht zien. Dat woord, dat nog veel ouder is dan het Marcusevangelie, doorbreekt eigenlijk de impasse. Want hoeveel radeloos nieuws we ook bij elkaar horen of zien, als er ook maar even iemand is die het aandurft te gaan doen wat Jezus zei, opent zich een geweldig perspectief. Dan wordt ons een geweldig hart onder de riem gestoken. In mensen als Franciscus of Florence Nightingale, in bisschop Romero of paus Johannes XXIII gebeurde dat. Mensen die in wezen even gewoon waren als wij, maar die van hun gewoonheid een springplank hebben gemaakt. Op een gegeven moment was voor hen niets normaler dan te gaan doen zoals ook Jezus had gedaan: de beker van de menslievendheid tot de bodem leegdrinken. Zij reserveerden zich voorgoed een plaats bij de mensen die niet meedoen in het belangenspel. Maar daarom juist zijn ze nu onvergetelijk geworden. Daarom leven zij in ons voort en hebben zij in ons een nageslacht. Zij brengen ons het diepe inzicht bij waarom Jezus eigenlijk stierf. In een flits belichten zij de weg naar de toekomst, die uiteindelijk ook de onze is.

Mogen ook wij door dat woord worden verlicht, en ertoe uitgedaagd worden niet te aarzelen ons aan te sluiten bij die stoet die op weg is naar die toekomst.

Zoeken in Preken Online