“De Heer heeft besloten zijn dienaar, zijn dienares te doen lijden”, zegt Jesaja vandaag. En het evangelie eindigt met: “De Mensenzoon is gekomen om zijn leven te geven als losprijs voor velen.” Merkwaardige teksten. Je leven als losprijs? Wie vraagt daarom?
Wie schept er genoegen in om op deze wijze een prijs te vragen? Vraagt onze God dat? Het lijkt erop of God het lijden wil. “Het heeft God behaagd”… Zo beginnen vaak overlijdensadvertenties. Of mensen zeggen tegen je, als hen een ernstig lijden overkomt: “Het is Gods beschikking, wat zul je dan nog rebelleren?”
Ik geloof niet dat God het lijden wil.
Ik herinner me de mens, die jaren geleden al het licht uit zijn ene oog is kwijtgeraakt. Nu heeft de dokter achter zijn goede oog een grote tumor ontdekt. Die moet weggenomen worden. De artsen hebben hem gezegd: je zult voortaan blind zijn.
Een geweldige worsteling volgt. Hij roept en schreeuwt: “Dat kan ik niet dragen, dat zal ik niet dragen, ik wil het niet dragen.” En toch moet het, het moet wil er leven zijn.
Ik kom mensen tegen die pas hun vrouw of man verloren; ik vraag: “Hoe gaat het?” Moet het niet, pastoor?
‘s Nachts gaat de telefoon: de politie vraagt me om te gaan zeggen, dat een jonge vader bij een verkeersongeluk is omgekomen. Dat kan ik niet, dat durf ik niet. En toch moet het! Ze hebben je nodig.
Het lijden is er. Waarom? Uit die diepe strengeling van menselijk falen en menselijk gebrek, uit de onvoltooidheid van onze wereld komt dat lijden voort. Je ontkomt er niet aan en soms staat het als een blok graniet voor je. Je kunt er niet omheen. Je kunt ook niet blijven staan; het leven gaat verder. Je moet er iets mee. Welnu, dan is er dat woord voor jou: “Ik-zal-er-zijn.”
God wil het lijden niet. Hij kan het niet willen, want Hij wil alleen geluk; of Hij is geen God. God kan de dood niet willen, want Hij is het leven totaal.
Het lijden is naar mijn overtuiging absurd en de dood eveneens, Ik weet er geen raad mee. God is de Levende, dat weet ik wel, en kan alleen maar het leven kiezen. God laat het toe, zeiden we vroeger. God lijkt ons te zeggen - zo versta ik nu Jezus van Nazaret - “Ik wil het lijden niet. Ik wil voor jou een weg er doorheen. Ik wil dat je er van leert om mens te worden. Ik zal je overeind houden. Ik beteken voor jou een kracht. Het zal je lukken.”
Zo is het mogelijk om in het aangezicht van de dood en van alles wat dodelijk is te kiezen voor het leven. Je steeds afvragen: wat wordt er nu van mij verlangd? Dat is zeker niet bij de pakken neerzitten, want dan gaat ieder uitzicht verloren, dan ben je dood in het leven.
Misschien hebt u dat ook, dat eenmaal door het lijden heen, je achteraf vaak zegt, het had misschien niet moeten zijn, maar toch heb ik er iets van geleerd.
Vader stierf, moeder stierf en achteraf moet je zeggen: en tóch was daar leven in, in de manier waarop ze het deden. Zo valt er voor gelovige mensen veel te zien, te proeven, óók in het lijden. En achteraf zul je misschien constateren: een weg ten leven biedt de Heer ons door het lijden heen. Als je het delen wilt, als je erover spreken wilt, als je je verantwoordelijkheid ervoor op je wilt nemen, als je het samen kunt doen met anderen.
Niet de manier van de leerlingen: “Plaats ons op uw troon van glorie.” is de weg ten leven. Maar die andere: aan elkaar en aan elkaars lijden dienstbaar zijn.
Ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, juist daar, waar gezocht wordt naar een weg uit de dood.