‘De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs voor velen.’ Dat is het laatste vers in de Marcustekst. In 1991 ontstond er in De Bazuin een discussie rond een artikel van de Belgische franciscaan Leonard Broux dat getiteld was “Verouderde offertheologie, liturgische gebeden verwoorden niet hedendaagse ervaringen, maar de ervaring van een verre en vergane wereld” (11 januari 1991). Een discussie die, volgens Broux, de kern van ons christelijk geloof, het hart van de gemeente, de oorsprong en hoogtepunt van heel het christelijke leven, en de oorzaak van alle hedendaagse geloofsmoeilijkheden raakt.
Volgens Broux is het voor moderne gelovigen niet meer aanvaardbaar dat God Jezus’ lijden en dood heeft gewild. Broux vat die onaanvaardbare leer kort samen: ‘… de mens heeft door zijn zonden God zo beledigd dat het lijden en de dood van Jezus noodzakelijk waren om God met de mens te verzoenen. Immers de belediging, God aangedaan door de zonde, is ‘oneindig’ groot, en daarom kan geen enkel schepsel deze belediging uitwissen. Alleen Gods zoon kan dit door zijn lijden en dood. Zo heeft hij de mens verzoend met God. Achter deze voorstelling schuilt een onchristelijke en zelfs afschuwelijke godsopvatting: een gekrenkte, wraakzuchtige God, die alleen maar gepaaid kan en wil worden door het bloed, het lijden en de dood van zijn zoon. Deze offertheorie houdt verband met vroegere heidense (en joodse) offeropvattingen… Het is duidelijk dat zo’n offeropvatting totaal onmogelijk is voor een gelovige van deze tijd.’ In een podiumdiscussie die daarop volgde, schreef een lezer dat Broux niet alleen de spijker op zijn kop slaat, maar ook de kern van het christendom raakt. Maar, vraagt die lezer zich dan af, wat houdt dat oude begrip ‘offer’ dan wél in?
Of, als we die vraag stellen in de context van het bovengegeven Marcuscitaat: wat bedoelde Jezus toen hij zichzelf een losprijs (voor onze bevrijding) noemde.
Er is een evangelie waar je de volgens Broux verouderde verzoeningstheologie niet aantreft: het evangelie volgens Lucas. Voor Lucas sterft Jezus eenvoudigweg omdat hij onder ons een goed, helend en bevrijdend leven leefde. Een leven dat zo haaks op de levenspraktijk van de politieke en godsdienstige gevestigde orde stond, dat een conflict niet kon uitblijven. Dat is ook de opvatting van Marcus, hoewel Marcus het ons hier wat moeilijk maakt door over die losprijs te spreken. Voor Marcus is Jezus degene die door de vader Gods wereld ingestuurd werd om de daar aanwezige pachters ter verantwoording te roepen over hun gedrag en er door woord en daad het ‘goede zaad’ te zaaien. (12,1-8). Jezus is zo geen onschuldig slachtoffer, dat door een wraakzuchtige en rechtende God opgeëist wordt om als zoenoffer te dienen voor een zondige mensheid. Jezus’ lijden en dood zijn de onvermijdelijke gevolgen van de woorden die hij hier in onze wereld sprak en het leven dat hij er leefde. Als hij zich in dit verband ‘losprijs’ noemt, betekent dat hij er zich goed van bewust is wat hem zal overkomen, maar dat hij die prijs voor ons heil wil betalen.
Als Broux’ theorie juist is - en ik ben er van overtuigd dat dit zo is - dan zouden we op het ogenblik onder de gelovigen die verschuiving ook moeten kunnen constateren.
Hoe denken op het ogenblik kinderen bijvoorbeeld over Jezus’ lijden en dood? Robert Coles, een psychiater aan Harvard University, wijdde zijn leven aan het onderzoek van dergelijke kwesties bij kinderen. In een recent boek over het geestelijke leven van kinderen (The Spiritual Life of Children, Boston 1990) besteedt hij een hoofdstuk aan deze vraag. Een negen jaar oud katholieke meisje van Ierse afkomst antwoordde hem zo: ‘Je bedoelt waarom Jezus kwam en waarom hij stierf? Nu, hij werd verwacht, dat staat in de bijbel. Dus kwam hij, hij probeerde een goede leraar te zijn, en hij was ook een dokter. Hij genas mensen. Maar toen werd hij vermoord. Hij was te goed voor deze wereld… en dat moeten we ons herinneren. Hij gaf er niet om dood te gaan. Hij was er bedroefd over, maar hij wist dat hij door zou leven, en daarom doen wij dat ook, dat is wat de zuster zegt, en wat onze kerk zegt, dat is wat hij voor ons deed.’