Negenentwintigste zondag door het jaar (1997)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Als we aan de apostelen denken dan zien we voor ons 12 mannen die met Jezus aan het begin van de kerk staan, 12 heilige mensen, bezielde mensen, geestelijke mensen. Maar als je het evangelie van vandaag leest dan merk je ook dat het echte mensen waren met menselijke kortzichtigheden, niets menselijks is hen vreemd.
Als Jacobus en Johannes vragen aan Jezus’ linker- en rechterhand te mogen zitten in zijn glorie, dan denken ze niet aan de hemel, aan glorie na de dood. Nee, dan denken ze aan een hoge positie in het leven nu, want ondanks al Jezus’ woorden hadden ze toch het idee dat hij koning zou worden in deze wereld, net als alle andere koningen. En ze droomden ervan dan een belangrijke en machtige positie te krijgen als het zover was.
Diezelfde houding vinden we terug in heel de geschiedenis van de kerk terug: het dienaar zijn van Jezus Christus ging maar al te vaak gepaard met macht, gezag, niet alleen geestelijk maar ook gewoon wereldlijk. Er zijn in de Middeleeuwen heel wat pausen en bisschoppen geweest die meer koningen en prinsen waren dan geestelijke leiders. En het is nog niet zo heel lang geleden dat met name in de dorpen de pastoors tegelijk ook burgemeester en veldwachter waren. Hetzelfde zag je ook een beetje bij missionarissen. Ze gingen het geloof verkondigen bij de heidenen, maar de meesten waren wel behept met wat we tegenwoordig noemen: een koloniale mentaliteit: zij waren de baas, zij wisten alles beter, maar al te vaak twee handen op een buik met de koloniale machthebbers.
Nu is het natuurlijk erg gemakkelijk en ook goedkoop om kritiek te leveren op de handelswijzen van missionarissen, pastoors en bisschoppen. Ze waren allemaal kinderen van hun tijd en voor de allermeesten kun je alleen maar grote bewondering hebben: hun grote ijver en inzet zijn geweldig groot geweest. Ze hebben, in vaak hele moeilijke omstandigheden, ontzettend veel werk verzet. Bovendien, laten we eens naar onszelf kijken: zijn wij zo anders?
De zucht naar macht en aanzien, meer willen zijn dan anderen, de neiging om de baas te willen spelen over anderen zit er bij de meesten van ons, van kinds af aan. Als je kinderen gadeslaat die ergens aan het spelen zijn, dan hebben ze nogal eens ruzie met elkaar. En meestal is het probleem dat iedereen de baas wil spelen over de anderen en dan botst het natuurlijk.
Maar zijn wij, volwassenen, eigenlijk wel een haar beter, ook al doen we het misschien niet zo luidruchtig en wat subtieler. Je hebt natuurlijk mensen die uitgesproken bazig zijn, en dat zijn meestal niet de prettigste mensen. Maar een beetje zit het er bij ons allemaal in.
Tegen zijn apostelen zegt Jezus: jullie moeten geen bazen willen zijn, zoals de heersers der volken. Wie onder u groot wil worden moet dienaar van u zijn. Dat ideaal houdt hij ook ons voor. En dat is veel gevraagd. Dat is verschrikkelijk moeilijk. En toch, in elke vorm van samenleven, of het een huwelijk is, een gezin, of welke vorm van gemeenschap ook overal waar mensen samen wonen, waar mensen samen werken, daar zal alleen dan levensvreugde en geluk te vinden zijn, als mensen zich dienstbaar opstellen naar elkaar toe. Maar als iedereen de baas wil spelen, als iedereen vooraan wil staan, als iedereen zijn eigen belangen steeds voorop zet, dan komt daar een hoop narigheid van, dan verziekt dat de sfeer van saamhorigheid. We zien het overal gebeuren, in het groot en in het klein. Maar leren we er ook iets van?

Zoeken in Preken Online