****29e zondag door het jaar Cyclus B 2012 (21.10.)****Jesaja 53, 10-11
Marcus 10, 35-45
Dat mag bij jullie niet gebeuren!
\
Beste vrienden,
Soms is de gezichtshoek waaruit je iets bekijkt wel doorslaggevend, vinden jullie ook niet? Wanneer je bv. met iemand praat die een hoofd groter is dan jezelf, dan moet je voortdurend omhoog kijken en dat voelt op de duur ongemakkelijk aan. Niet alleen door een pijnlijk gevoel in de nek, maar je krijgt dan meer en meer het gevoel dat je tegen hem of haar niet opgewassen bent. Hij of zij steekt, op z’n minst toch lichamelijk, kop en schouder boven je uit.
Of praat maar eens tegen een kind. Voor je het beseft gebeurt het dan soms dat je er uit de hoogte mee praat. Daarom zetten volwassenen zich ook dikwijls op één knie als ze iets belangrijks tegen een kind willen zeggen. Hoe dikwijls worden wij in de zielzorg niet geconfronteerd met het verwijt dat we wereldvreemd zouden zijn in onze prediking; dat we de mensen en hun zorgen niet altijd bemerken en dat we daarom dikwijls over hun hoofden heen praten. Maar om het even of we nu van boven naar onder of van onder naar boven praten – ik wil hier alleen maar aantonen dat we er intussen blijkbaar aan gewend zijn dat we dat “boven” en “onder” in onze dagelijkse omgang voortdurend tegen komen. Wie tot diegenen behoort die “boven” zijn, die is er geraakt, die kan de richting bepalen; terwijl diegene die zich “onderaan” bevindt moet gehoorzamen of anders met sancties moet rekenen. In tijden van economische crisis is die wetmatigheid nog veel brutaler en de voortdurende discussies over „de lagere klasse“ maken ons duidelijk hoe zeer ook wij reeds verstrikt zijn in de redenering: „boven“ zijn is goed en nuttig en als we „onder“ zijn, dan zijn we buitenstaanders, losers, of we horen er gewoon niet meer bij.
„Maar dat mag bij jullie niet gebeuren“ zegt Jezus ons in het evangelie van vandaag. En Hij gaat zelfs nog een stap verder. Hij, die werkelijk groot wil zijn en helemaal bovenaan wil staan, die moet volgens Jezus de knecht en de en slaaf van allen zijn.
Merken jullie dat het zich hier niet alleen om een andere gezichtshoek, maar om een volledig nieuw perspectief handelt? Wie groot wil zijn moet niet alleen bereid zijn om met de anderen op gelijke hoogte te discuteren of om te gaan, neen, hij of zij moet bereid zijn om zichzelf klein te maken en de anderen te dienen.
Dus geldt voor alle christenen: „als je naar boven wil, ga dan de weg langs onder!” Wat ons op het eerste gezicht echt dwaas lijkt, is nu juist de weg die Jezus heeft genomen. Hij, de zoon van God, is één van ons geworden, Hij heeft met en onder ons mensen geleefd en ons dagelijks leven gedeeld; Hij is neergedaald in de uiterste duisternis van de dood en heeft daardoor voor iedereen de weg naar boven, naar het leven, terug mogelijk gemaakt. „De mensenzoon is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen“ Hij heeft ons als dienaar verlost, niet als heerser. Daar moeten we telkens weer aan denken en daar moeten wij ook ons handelen als christenen uit afleiden.
Vandaag horen wij deze boodschap op missiezondag. De dag die dit jaar onze blik richt op de Christene gemeenschappen in Guatemala. Daar werden in de voorbije jaren veel mensen vermoord, omdat ze durfden opkomen voor de verdrukten in de samenleving. Ook al hebben de Guatemalteken zeker niet altijd reden tot feesten, ze beheersen als geen ander de kunst om niet bij de pakken te blijven zitten en tot de actie over te gaan. Dat verdient toch wel een stevige duw in de rug. De kerk in dat kleine Centraal-Amerikaanse land heeft dan ook resoluut gekozen voor een ontmoeting met de armsten in de samenleving: de boeren zonder land, de mensen zonder rechten en de kinderen zonder school. Hoe kunnen zij hun leven uitbouwen? Wat geeft hen een toekomst? En dan natuurlijk steeds weer de prangende vraag: „Hoe kunnen we van een God van het leven spreken wanneer de ervaringen van armoe, dood en eenzaamheid zo overweldigend zijn? De situatie in Guatemala is dramatisch. Maar wat ons, als leden van de Kerk toch een beetje met trots mag vervullen is het feit dat de Kerk daar de enige instantie is die voor die mensen opkomt, die hen ontmoet en met hen op weg gaat. Ook wij hier in het rijke westen worden ertoe opgeroepen om, in dienst van een meer rechtvaardige en meer vredevolle wereld niet sprakeloos te blijven maar te helpen. Jezus heeft zich ook bezorgd getoond voor de armen en de zieken, voor de lammen en de melaatsen, voor allen die door de vooroordelen van anderen werden uitgesloten. Hij heeft hen bij hun naam geroepen en hen in het midden van de meedogende belangstelling en van de menselijke gemeenschap geplaatst. Ja, Jezus heeft zich door die mensen laten raken, Hij heeft zonder angst met hen gesproken en liet zich door hen zelfs aanraken. Door Hem kwamen al die mensen tot de ervaring dat ook zij graag worden gezien en dat ze vanuit die liefde ook het geloof aan zichzelf terug kunnen vinden. Als Jezus zieken geneest, dan betekent dat voor ons vandaag: Laten we niet langer altijd weer om ons eigen ik heen draaien. We mogen ons niet laten overweldigen door pessimisme en door onze slechte ervaringen. Maar we moeten veeleer het leven in onszelf en in de anderen terug laten opbloeien. Anderen nabij zijn, ons om hen bekommeren en er altijd voor hen zijn, dat is ook voor ons de beste medicijn. Wanneer Jezus „melaatsen geneest“, dan kan dat voor ons, vandaag, betekenen: Help mee om al die muren en vooroordelen te slopen waardoor mensen telkens weer in bepaalde schuiven worden gestoken of zelfs uit de maatschappij worden uitgestoten. Help mee om al die machtkartels op te ruimen die er voor zorgen dat mensen, omwille van de prijs, geen toegang krijgen tot de levensnoodzakelijke geneesmiddelen. Help mee om de steeds weer opduikende gevoelens van racisme en vreemdelingenhaat te overwinnen en werk er aan mee om er voor te zorgen dat aids lijders niet langer worden uitgestoten. Wanneer Jezus „demonen uitdrijft“, dan versta ik dat als een opdracht voor ons vandaag: laat ons mensen worden van de dialoog en ons inzetten voor vreedzame betrekkingen tussen alle mensen en volkeren. Laat ons werktuigen van de vrede worden en laten we ons inzetten voor vredevolle betrekkingen tussen alle mensen en volkeren. Laten we werktuigen van de vrede worden, die kunnen weerstaan aan het geweld in ons eigen hart en op die manier ook Gods boodschap van leven, van solidariteit en van liefde in woord en daad zichtbaar en voelbaar maken.
„Bij jullie mag dat niet gebeuren!“ zegt Jezus. Proberen wij werkelijk altijd om Kerk en gemeenschap van Jezus Christus te zijn? Een kerk en een gemeenschap waar de omgangsvormen tussen mensen op solidariteit en liefde voor elkaar zijn gebaseerd, omgangsvormen die wel niet overeenkomen met wat we dikwijls om ons heen zien, maar wel met wat ons in het Evangelie wordt voorgehouden. Laten we proberen om de weg voor het Rijk Gods voor te bereiden opdat al diegenen die zich nu onderaan de maatschappij voelen of die nu tot de derde, vierde of zelfs tot de vijfde wereld behoren, zouden kunnen aanvoelen: Bij God is dat niet zo; bij Hem zit ik altijd op de eerste rij! Amen.