Tijdens een autorijles een vijftien jaar geleden, sprak ik met mijn instructeur veel over van alles en nog wat. Nu mis ik soms die discussies meer nog dan de eigenlijke lessen. Tijdens een van die lessen spraken we over een gemeenschappelijke kennis. Wil, de instructeur, vertelde dat de man ‘een nieuw leven’ begonnen was. Ik kende toen die uitdrukking nog niet en vroeg Wil wat hij daarmee bedoelde. ‘Nou, gewoon, hij is van zijn vrouw af, en opnieuw getrouwd.’, antwoordde Wil.
Ik vertel dit, omdat wij mensen net als Wil niet graag over scheiding praten en andere woorden gebruiken om maar niet dat ene woord te hoeven gebruiken. Scheiding is iets wat we liever uit de weg gaan, want het boezemt ons angst in. Waarom zou de kennis die na jarenlang trouw getrouwd te zijn geweest de enige zijn die opeens door zijn vrouw werd ingeruild voor een ander? Dat zou mij ook kunnen overkomen en daarom zwijg ik liever daarover.Stel dat ik ook zo afgedankt wordt, wat gebeurt dan met onze kinderen en met mij? Wie zijn partner verliest, raakt een stuk van zichzelf kwijt en zal op zoek moeten naar het verloren Ik. Dat kan heel lang duren, sommigen lukt het nooit.
Ook in Jezus’ tijd komt echtscheiding voort. Aan Jezus wordt gevraagd of echtbreuk geoorloofd is. Zij tegenstanders willen hem klem zetten. Jezus gaat dan niet op de details van de wet in, maar zoals altijd gaat het hem om de kern van de zaak. Hij verwijst naar een tekst uit het eerste boek van de bijbel, het boek der Schepping. In die tekst draait alles om de zin:’ Het is niet goed dat de mens alleen is.’ Dat wisten de schrijvers van het scheppingsverhaal dus ook al. Daarom wordt een tweede mens geschapen, die heel curieus in de oertekst mannin wordt genoemd, terwijl de eerste mens man heet. De schrijver wil kennelijk de nauwe verwantschap tussen man en vrouw benadrukken. Met woorden van onze tijd: man en vrouw zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Of zoals de joodse Talmoed zegt: de vrouw is door God welbewust geschapen uit de zijde van de man. Niet uit zijn hoofd, want dan zou de man wel eens kunnen gaan denken dat hij de vrouw zelf bedacht heeft. Ook niet uit de voeten van de man, want dan zou deze denken dat hij dus haar meester was. Nee zegt de Talmoed: uit de zijde van de man is zij geschapen, zodat de vrouw dicht bij het hart van de man zou zijn. En omgekeerd is de man dan natuurlijk ook dicht bij het hart van de vrouw.
Prachtige woorden, nabijheid, het hart van de ander. Elk stel dat kiest voor een gemeenschappelijk leven heeft dromen gevuld met dergelijke woorden gedroomd. De realiteit van het samenleven blijkt niet altijd in zulke kleuren geschilderd te kunnen worden. Veranderende omstandigheden, zoals bijvoorbeeld de geboorte van kinderen, verslechterende materiële omstandigheden, verlies van jeugdige schoonheid of gewoon jaloezie en egoïsme, kunnen ervoor zorgen dat de partners van het begin, de man en de mannin, uit elkaar gaan groeien.Maar dan juist in die lastige tijden moet blijken wat die beloofde trouw van de huwelijksdag voor inhoud heeft. Op die dag en vast ook wel op dagen ervoor heeft men immers beloofd elkaar niet uit elkaar ‘s genade te laten vallen, ook in moeilijke uren elkaar bij te staan.
‘Want het is niet goed dat de mens alleen zij..’ zegt Jezus. Mensen hebben immers elkaar nodig. Dat bedoel ik niet in de eng-geslachtelijke zin. Het is eerder zo dat mensen levensgezellen van node zijn: anderen die korter of langer samen met je optrekken, lief en leed delen, onder een dak wonen, dezelfde idealen delen. Ik vind het dan ook een van de goede dingen van de laatste jaren dat er allerwegen meer tolerantie is gegroeid voor andere vormen van samenleven bijvoorbeeld in groepen, al of niet op basis van een gemeenschappelijk ideaal.
Maar ook bij alternatieve vormen van samenleven kan het na een tijd niet meer lukken. Hoe mooi het ideaal van trouw ook is, soms kan het met de beste wil van alle partijen niet worden gerealiseerd. Jezus heeft oog voor die realiteit. Hij ziet kennelijk om zich heen dat het ideaal van twee mensen bij elkaar ‘tot de dood ons scheidt’ niet altijd volgehouden kan worden. Hij verwijst dan nadrukkelijk naar de scheidingsbrief die mannen hun vrouwen konden meegeven bij een scheiding. Nog meer dan in onze tijd waren in Jezus’ tijd vrouwen slachtoffers bij scheiding. Zij hoorden ook na de scheiding nog tot het bezit van de man, behalve wanneer de man haar een brief had meegegeven waarin hij afzag van zijn bezitsrechten. De vrouw was dan weer volledig vrij te gaan en te staan waar zij wilde. In feite roept Jezus mensen op barmhartig te zijn door gescheiden mensen niet steeds met hun scheiding te confronteren. Hij roept mensen op elkaar niet uit de weg te gaan maar juist op te zoeken, want ‘het is niet goed dat de mens alleen zij’. Mensen, die ‘een nieuw leven’ begonnen zijn, hoeven echt niet steeds aan dat feit herinnerd te worden. Ook hen mag ruimte gegund worden.