27ste zondag B (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom. Wat is God toch trouw. Iedere zondag opnieuw mogen wij hier komen om zijn goddelijke gaven te ontvangen. En wat is God blij als wij zijn trouwe oproep beantwoorden met onze trouwe komst.

Trouw maakt het geluk van mensen duurzaam. Moeilijkheden kunnen met Gods kracht overwonnen worden. Misschien wel altijd. Want God kan alles.

Vragen wij God dat wij in deze viering weer een beetje meer op Hem mogen gaan lijken, opdat het geluk dat wij elkaar willen schenken kan uitgroeien tot een steeds mooier geluk.\

OPENINGSGEBED

Goede God, Gij hebt de hele wereld geschapen tot één wijde ruimte waarin de ene mens de ander nodig heeft om uw liefde te ervaren. Neem uit ons hart de hardheid weg die man en vrouw van elkaar kan vervreemden, die in elke mens uw beeld verduistert. Schenk ons de trouw die niet verbreekt wat Gij verbonden hebt. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.\

PREEK

Broeders en zusters, vandaag spreekt Jezus Christus over de moraal van huwelijk en gezin. En in onze tijd liggen de regels van het evangelie en de Kerk heel gevoelig bij vele mensen. Mensen kunnen deze wetten ook niet begrijpen als zij niet worden gedragen door een levende relatie met Jezus Christus en als zij niet een zekere ervaring hebben met het leven vanuit het geloof.

Waarom spreekt Jezus duidelijke taal over huwelijk en gezin? Omdat Hij kijkt naar zoals God het heeft bedoeld vanaf het begin. Wij kunnen daarover lezen in de eerste lezing van vandaag uit het boek Genesis. Belangrijk daarbij is niet de vraag of de vrouw wel of niet uit de zijde van de slapende man is genomen, maar - en dat is de moraal van het verhaal - dat man en vrouw zich zo aan elkaar hechten, dat zij een vlees worden.

Het huwelijk tussen man en vrouw is bedoeld als een beeld van het verbond, dat God met de mens wilde aangaan, want daarover gaat in feite het eerste deel van de Bijbel, in het boek Genesis. De drieëne God wilde de mens laten delen in zijn leven van geluk, vrede en harmonie en datzelfde leven zouden ook man en vrouw met elkaar mogen delen.

Nu weten wij maar al te goed, wat er in de praktijk van terecht is gekomen. Misschien dat sommige mensen moeite hebben met het verhaal van de slang en de zondeval zoals dat letterlijk in de bijbel staat, maar als wij eerlijk willen zijn, zullen we toch moeten toegeven, dat het resultaat er wel naar is. Wij, mensen, leven in een gebroken bestaan. En dat geldt niet alleen voor de relatie tussen man en vrouw, maar ook voor de relatie tussen ouders en kinderen, voor de relatie tussen de buren in de straat, tussen werkgevers en werknemers, kortom het geldt voor alle relaties. Binnen de drieëne God speelt de liefde voor de Ander steeds de hoofdrol, maar binnen onze menselijke relaties gooit de eigenliefde voortdurend roet in het eten. Als Jezus Christus spreekt over scheidingsbrieven en over de hardheid van onze harten, dan heeft Hij het eigenlijk over onze eigenliefde. Iets wat zacht is kun je beter vasthouden, want het neemt de vorm aan van je eigen hand. Zo blijven ook twee zachte harten, twee liefdevolle harten, makkelijker bij elkaar. En zo is het ook in onze verhouding met God: slechts door de liefde, echte, hartverwarmende liefde, kunnen God en mens bij elkaar blijven.

Zoals gezegd: wij leven in een gebroken bestaan. De hardheid van onze harten veroorzaakt de zonde in ons leven. Maar Jezus Christus is als goddelijke geneesheer, als Heiland, in ons leven gekomen. Door het doopsel laat Hij zijn genade en zijn liefde weer in ons leven. Wij kunnen dagelijks leven vanuit de sacramenten. Maar juist omdat wij, katholieken, zoveel hulpmiddelen hebben, durft Jezus Christus het aan om de lat voor ons een beetje hoger te leggen. Van ons vraagt Hij meer dan van anderen. Wij zijn geen lid van het Oude Verbond, waarin gold “oog om oog, tand om tand”, maar wij zijn lid van het Nieuwe Verbond, het Nieuwe en Altijddurende Verbond dat gesloten is door het vergieten van Jezus’ bloed, teken van zijn uiterste liefde voor ons. Wie leeft in het Nieuwe Verbond mag en moet leven vanuit die goddelijke liefde. Wij hebben de kracht in ons om niet te hoeven toegeven aan die soms zo sterke eigenliefde. De hardheid, de gebrokenheid en de zonde hoeven in ons leven niet meer het laatste woord te hebben. Daarom trouwen katholieke mensen ook in de kerk. Niet allereerst omwille van het mooie ritueel, maar om aan God te vragen, dat zij de liefde mogen bewaren, mogen laten groeien, ook en juist als het moeilijk is. Veel mensen begrijpen deze leer van Jezus niet. Zij zijn alle dagen van de week met van alles en nog wat bezig, maar niet of nauwelijks met God en dan is het ook niet zo vreemd dat je Gods genade niet of nauwelijks ervaart. Zij vinden geen vreugde en geen kracht in de omgang met God, ook niet wat betreft hun samenleven als man en vrouw, als vader en moeder. Ik kan het me voorstellen dat als je het zonder de kracht van God moet doen de leer van Jezus heel erg hard overkomt.

Het zou natuurlijk heel mooi zijn als onze maatschappij ook zou leven vanuit God. Maar zo is het helaas niet. En daarom denkt zij ook anders over het huwelijk als de katholieke kerk. Wij denken vanuit God en de schepping en het evangelie van Jezus. Maar onze overheid, de politiek, denkt aan samenlevingsvormen, die vooral administratief en fiscaal in orde moeten zijn. Maar er zijn ook gelovigen, die moeite hebben met de leer van Jezus Christus en zijn Kerk. Want als je in Jezus gelooft zijn er toch bepaalde zaken die wel mogen en die niet mogen. Dat er bijvoorbeeld geen scheiding mogelijk is en dat je dus trouw moet zijn tot het einde toe. Mensen vragen zich af waarom de Kerk zich niet een beetje meer aanpast aan deze tijd? Waarom is de Kerk niet wat toegeeflijker? De zwakheid van de mens is dan wel niet goed, maar soms toch onvermijdelijk en begrijpelijk. Waarom moet per se alles worden vastgelegd in wetten en regels?

Jullie begrijpen waarschijnlijk wel, dat het in een persoonlijk gesprek soms een beetje anders loopt als in een openbare preek. Iedere mens leeft namelijk - of behoort te leven - volgens zijn of haar eigen geweten. Daar mag en wil de kerk niet aankomen. Een geweten kan natuurlijk dwalen, maar dan nog moet een mens zijn geweten volgen. De Kerk mag en moet proberen de gewetens van de mensen te vormen, maar het laatste woord is altijd aan het persoonlijke geweten.

De Kerk houdt ons in het openbaar uiteraard wel de hoge normen van het evangelie voor, anders stompen wij, mensen, af. De Kerk doet niet aan gedoogbeleid. Dan begeef je je op een hellend vlak en weet je niet in welke diepte je eindigt. De Kerk wil ons prikkelen en uitdagen om zoveel mogelijk met de ons gegeven genade te doen. Daarom is de leer op de preekstoel en in de Katechismus heel duidelijk. Niet om ons af te stoten, maar om ons te stimuleren. Wij weten echter allemaal hoe zwak wij zijn. Dat het dagelijkse leven soms een beetje anders is als de leer. We moeten niet zeggen, dat dat niet erg is. Het is wel erg, heel erg zelfs. Gebrokenheid in huwelijken gaat altijd ten koste van het geluk van mensen, vooral van de kinderen natuurlijk. Scheiding is dan ook niet zozeer een recht als wel een menselijke tragedie. Dat weet God. Dat weten wij allemaal. Er zijn momenteel veel rechten, die mensen of groepen van mensen zich hebben toegeëigend. Of het op de lange termijn allemaal goed is, dat zal de toekomst uitwijzen.

Broeders en zusters, over je eigen situatie is altijd een persoonlijk gesprek met de Kerk mogelijk. Het kan verhelderend werken, verrijkend, stimulerend, geruststellend. Een van Gods grootste gaven is zijn barmhartigheid, die altijd weer nieuwe kansen geeft.

Wij leven allemaal in verschillende situaties: getrouwd of als vrijgezel, celibatair of God toegewijd of misschien ook gescheiden. Laten wij allemaal de komende week eens nadenken over de vraag hoe wij kunnen groeien in liefde en trouw naar God toe en naar elkaar. Als wij er echt over nadenken, misschien met mensen in gesprek gaan, een goed boek of een artikel lezen over dit onderwerp en we proberen onszelf weer een beetje bij te sturen, waar nodig, dan ziet God dat we ons best doen, dat we van goede wil zijn. Dan zal Hij een handje helpen, een goddelijk handje helpen. En bidden wij voor mensen, die het moeilijk hebben. Gaan we misschien een keer op bezoek. We zijn een gemeenschap, een geloofsgemeenschap. Wij zijn er voor God en voor elkaar.\

SLOTWOORD

Een man had vier zonen, die altijd ruzie hadden met elkaar. Op een dag zei de vader tegen hen: “Ga het bos in en zoek zoveel takken als je kunt dragen.” Dat deden ze. Elk van hen kwam terug met een grote bos takken op de schouder.
Toen zei de vader: “Neem nu ieder een tak en probeer die te breken.” Dat vonden ze een gemakkelijke opdracht en ieder brak zijn stok doormidden.
Vervolgens zei de vader: “BindT nu al je takken met een touw samen en probeer dan de hele bos doormidden te breken.” Ze probeerden wat ze konden, maar de takken die afzonderlijk zo gemakkelijk doormidden braken, bleken nu als bundel ijzersterk en onbreekbaar.
Toen zei de vader tegen zijn zoons: “Wat je met deze stokken hebt gedaan, dat kan ook jullie overkomen. Wanneer je alleen maar voor jezelf vecht, ben je kwetsbaar. De mensen kunnen je breken. Maar als je samen werkt en elkaar vasthoudt, ben je net zo sterk en onbreekbaar als een takkenbos.

Zoeken in Preken Online