26e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Vorige zondag zette Jezus een kind in het midden, binnen de kleinste kring van de apostelen. Hij was voor de derde keer over het einde begonnen, over zijn lijden, dood en verrijzenis. Hij was heel ernstig. De apostelen waren ook ernstig. ‘Ze hadden onderweg een woordenwisseling gehad over de vraag wie de grootste was Vele grote mensen die ernstig spreken houden er de kinderen buiten. Ze sturen ze weg van tafel. Ze kunnen gaan spelen als het over macht, over liefde of over geld gaat. Dat zijn dingen voor grote mensen. Bij Jezus is het anders. Precies als de apostelen het over geld en macht hebben en als Hij hen over liefde spreekt, haalt Hij er een kind bij, zet het in hun midden, omhelst Hij het en leert de apostelen met het kind op zijn knieën.

Alleen met het kind in het midden wordt ernstig gesproken, wordt evangelisch gesproken, want kinderen zijn als God: ze zijn groter dan de mensen die twisten over de vraag wie de grootste is.

Als de kinderen groter zijn, dan ook zij die zijn zoals de kinderen: de ‘kleinen die geloven’. Vandaag gaat het over deze laatsten. Ze zijn de eersten in het Koninkrijk en hebben recht op de eerste plaatsen. Ze zitten het dichtst bij de Meester.

De ‘kleinen die geloven’ gaan vaak achteraan zitten, of halverwege, in de kerk, in vergaderingen. Nergens nemen ze de eerste plaatsen in. Ze weten dat ze in Gods ogen klein zijn en houden zich ook klein tegenover de mensen. Ze springen niet naar voor om catechese te geven of om mede de parochie te leiden, of om te zeggen hoe het moet in de Kerk. De priester heeft moeite om ze naar voor te halen, om ze, zoals Zacheüs, uit hun boom te halen.

Jezus haalt ze naar voor, Hij plaatst ze in het midden, Hij leert de apostelen bij hun beleid hun gezindheid te peilen telkens als ze een waarachtig woord willen spreken, telkens ze aan de Kerk een richtlijn willen geven, telkens ze iets willen behouden of vernieuwen. Zij, de ‘kleinen die geloven’, zijn het, die niet mogen geërgerd worden. Zij zijn het die de apostelen niet volgen, die op grote en kleine bijeenkomsten afwezig blijven, of die er het woord niet nemen. Zij vallen niet op, maar drijven vele duivels van onrecht uit in de hardheid van het dagelijks leven. Zij doen het in Jezus’ Naam. Zij leven dicht bij Hem en zijn overal ter wereld het hart van de Kerk. Op theologische en pastorale cocktails zijn ze niet, maar geven dagelijks hun ‘beker water te drinken’ in Jezus’ Naam. Zij hebben het hart van de Boodschap begrepen. Ze weten waarover het gaat en leven er naar.

De ‘kleinen die geloven’ hoeven zich geen hand of geen voet af te hakken: ze hebben geen twee handen om alles bijeen te graaien, geen twee voeten om overal de eersten te zijn. Ze hoeven zich geen oog uit te rukken: hén wordt geen blik gegund in de binnenkamers. Ze zullen nooit alles zien en alles weten. En het zal altijd zo blijven: ‘De armen hebt ge altijd bij u’. De ‘kleinen die geloven’ zullen altijd ‘het Rijk Gods binnengaan’.

Wie leiding heeft in de Kerk, of wie aan de leiding van de Kerk deelneemt, moet zich zelf laten leiden door de ‘kleinen die geloven’. Die hebben het bij het rechte eind.

In Jezus’ tijd waren er groepen die zich vurig voorbereidden op de komst van de Messias. Verminkten, kreupelen en blinden hielden ze buiten hun kring: die waren niet goed genoeg. Jezus, de Messias, stond midden onder hen, maar ze herkenden hem niet. Hij was goed voor iedereen, voor de verminkten, de kreupelen, de blinden eerst. Hij keerde alles om. Door zijn kruis zou het voor allen heerlijk worden. Ook in de Kerk moet het zo zijn.

Zoeken in Preken Online