Tussen de eerste lezing en de evangelielezing liggen vele eeuwen. En het gekke is, dat er in beide lezingen eigenlijk precies hetzelfde gezegd wordt. Er is in al die eeuwen niets veranderd.
Mozes had aan een aantal mensen de geest van profetie gegeven. Zij gingen profeteren. Maar het bleek, dat er nog twee anderen gingen profeteren, die niet tot de groep behoorden. Razend loopt men naar Mozes toe en zegt: dat moet u hen verbieden. Dat is te gek. Zij horen er niet bij.
Eeuwen later helpen de apostelen Jezus en zij bevrijden mensen van banden en van een slechte mentaliteit. Maar naast die twaalf is er iemand die ook mensen bevrijdt en hen verlost van een slechte geest. En ook de apostelen lopen razend naar Jezus toe en zeggen: dat is toch te gek. Dat moet U verbieden. Daar moet U een einde aan maken. Hij hoort niet bij ons. En wat blijkt nu? Bijna twintig eeuwen later leven wij. En we doen eigenlijk precies hetzelfde. Er is nog steeds niets veranderd. In alle kerken zijn er mensen, die zo dolgraag andere mensen buitensluiten omdat zij er niet bij horen. Er zijn zelfs bisschoppen die daar last van hebben. Maar daar hoeven we het niet over te hebben. Het gaat nu om ons.
Wij hebben ons opgesplitst in verschillende groepen: conservatief, progressief, Rooms-katholiek, Nederlands-hervormd, Gereformeerd. Op zich is dat niet zo erg. Maar er zit iets vijandigs in. En dat is wel erg. Er zit iets m van: wij hebben het meeste van Christus te pakken. En dan hebben we niet in de gaten, dat we in feite Christus vierendelen, en met een afgerukt lidmaat van Christus in de hand zeggen: wij hebben het. Jullie niet. Naar jullie preken luister ik niet. Naar jullie afgodendienst ga ik dan ook niet. Dit is precies hetzelfde als wat door de beide lezingen wordt afgewezen. Namelijk dat je tegen die anderen, tegen die andersdenkenden zegt: jij hoort er niet bij. Ik accepteer jou niet.
Wat de Bijbel ons nu vraagt is te zeggen: ik accepteer jou, en ik hoop dat je mij ook accepteert. En daarmee moeten we niet alle verschillen wegvagen. Een bloementuin is alleen maar mooi als er verschillende bloemen in staan. Verschillen kunnen elkaar zo prachtig aanvullen. Verschillen die plaats geven aan elkaar brengen iets moois tot stand. Dat zien we toch overal?
Zijn man en vrouw geen tegenstellingen? Maar als zij tot gemeenschap komen worden zij herboren en de vrucht ervan is: een kind, gloednieuw, verrassend mooi.
Zijn ouders en kinderen niet dikwijls tegenstellingen? Maar als ze in liefde samenzijn, ontstaat de warmte van een gezin.
Zijn ogen en handen en andere ledematen niet verschillend? Breng ze bijeen en er ontstaat een lichaam.
Zijn brood en wijn niet verschillend? Maar samengebracht in liefde worden ze tot eucharistie.
Land alleen is woestijn. Land en water samen wordt een akker. De zon alleen verschroeit. Zon en regen brengen vruchtbaarheid.
Maar dan moeten wij anderen die van ons verschillen niet buitensluiten. Want het zou wel eens kunnen zijn dat we samen tot iets moois komen.