Vorige week hoorden we over de apostelen; hoe ze samen kibbelden - die eerste kerkleiders - wie van hen de belangrijkste was. Wie de baas zou zijn. En we hoorden toen ook hoe Jezus hen op hun nummer zette. Vandaag zet Hij hen weer op hun plaats, omdat zij denken dat zij het alleenrecht hebben om mensen heil te brengen, om goed te doen.
Tussen die evangelielezing en de eerste lezing van dit weekend liggen vele eeuwen. In beide verhalen gebeurt hetzelfde (en we hebben sindsdien nog weinig of niks bij geleerd): Mozes heeft zijn leiderschap gedeeld met zeventig anderen, en geholpen door Gods Geest wijzen zij het volk de weg. Wanneer er dan nog twee anderen als profeet optreden, komen de mensen zeggen: ‘Dat moet u hun verbieden. Die horen niet bij de zeventig. Dat mogen ze niet’. Maar Mozes zegt dat het wel degelijk mag. Nog sterker: ‘Ik zou willen dat het hele volk, iedereen, in Gods Geest zou werken en leven'.
En eeuwen later speelt dus hetzelfde: ‘Rabbi, we hebben iemand duivels zien uitdrijven. Dat mag toch niet? Hij hoort immers niet bij ons’. Maar Jezus, de nieuwe Mozes, reageert aldus: ‘Laat maar doen’, zegt Hij tegen die jaloerse apostelen die denken het alleenvertoningsrecht te hebben. ‘Laat maar doen. Wie niet tegen ons is, is vóór ons’. Ruimer denken kan bijna niet.
We zijn intussen twintig eeuwen verder, en weer blijken we niet veel bijgeleerd te hebben. Kinderen worden gedoopt, en groter geworden worden ze gevormd. Beide keren ontvangen ze de heilige Geest. Maar als die begeesterde christenen in alle openhartigheid gaan spreken, wordt hun al gauw gevraagd te zwijgen; dan hebben ze geen recht van spreken. Ze horen niet bij die zeventig of bij die twaalf. Ze zijn niet gewijd, niet officieel aangesteld. Ze hebben niet de goede opleiding.
Maar Mozes noch Jezus beperkt de Geest tot een kleine exclusieve club. Dat zouden wij als kerk - juist in onze dagen - heel goed in onze oren moeten knopen. Want in alle kerken zijn er mensen, leiders dikwijls, die onnodige grenzen trekken, muurtjes bouwen, en mensen willen buitensluiten. Terwijl de Bijbel vraagt dat wij zeggen: Ik waardeer jou, en hoop dat je mij ook respecteert. Daarmee bedoelen we niet alle verschillen glad te strijken, maar ze juist op hun waarde te schatten.
Een bloementuin is pas mooi als er verschillende bloemen en kleuren in staan. Land alleen is woestijn; land en water worden akker. De zon alleen verschroeit; zon en regen brengen groei en vruchtbaarheid.
We hebben elkaar nodig, en juist doordat we zo verschillend zijn, kunnen we er samen iets moois van maken; en dus niemand buitensluiten! In onze samenleving niet, en zeker niet in onze kerk, die een voorbeeld dient te zijn van openheid en ruimhartigheid. Stelt Jezus dan geen eisen? Jawel (lees maar verder): Wie kleine mensen verdrukt, armen uitbuit, de werker zijn loon onthoudt, die is te licht voor het rijk van God.
Maar wie naar eer en geweten aandacht besteedt aan gewone en kleine mensen, die hoort eigenlijk bij ons thuis - zegt Jezus. Die heeft de kern waar alles om draait, begrepen, en mag zijn zegje doen!