« Leven vanuit uw buik » Zoiets klinkt ons vertrouwd in de oren. Het buikgevoel is in.
Geen hersenspinsels, geen vergezochte redeneringen, geen hooggestemde idealen; neen, gewoon leven met al uw zintuigen wagenwijd open. Dat is de boodschap.
Nog niet zo lang geleden was dat anders. Vorming tot volwassenwording ging samen met het onderwerpen van het lichaam aan de geest. Het zinnelijk lichaam was het paard en het geestelijke in de mens was de ruiter. Het kwam er op aan het paard te doen gehoorzamen aan de dressuur van de geest: Gevoelens moesten beheerst en zelfs verdrongen worden. De geest boven de drift: Apollo en niet Dionysius moest gevolgd worden. Dat was mens worden, vijftig jaar geleden.
Nu leven wij in een tijd dat het zintuiglijke en het zinnelijke voorrang heeft op het geestelijke.
Alles zien, in kleuren, in drie dimensies, maar vooral zonder taboes en zonder grenzen.
Alles horen met zoveel mogelijk decibels zo dat je de muziek kunt voelen tot in uwe buik.
Alles voelen, alles meemaken, alles beleven tot de roes en de bedwelming toe.
Dat is volwassen worden vandaag.
Het is tegen die achtergrond dat wij het evangelie kunnen lezen. Aan welke kant staat Jezus met zijn boodschap? Wantrouwt Hij het lichamelijke en het zintuiglijke? Ik denk het niet maar Hij kijkt wel verder. Een mens is meer dan zijn buik, meer dan zijn zintuigen.
Jezus verkoopt zijn waarheid in heel brutale bewoordingen. Hier laat Hij zien dat Hij geen kamergeleerde is, maar een volksmens, die de brute en ongezouten taal van het volk gebruikt.
In zinnen als mokerslagen zegt Hij heel fijnzinnige dingen: Zintuigen zijn kostbare geschenken van de Schepper, maar zij blijven slechts een weg. Waarheen zij ons leiden, is belangrijker. Uiteindelijk komt het er op aan dat uw hart rust vindt in een serene omgang met God en met de medemens. Elke avond uw hoofd kunnen neerleggen in het besef dat je niemand hebt gekwetst, geen van deze kleinen hebt zeer gedaan, maar dat je zo’n mensen gelukkig hebt gemaakt.
Met de kleinen bedoelt hij niet alleen de kinderen, maar iedere mens die zich klein voelt omdat hij arm is, omdat hij minder sterk is, omdat hij minder aantrekkelijk of minder begaafd is.
Eigenlijk is dat een goeie gedachte voor een startdag. Het is een signaal: In een tijd dat het genieten van het leven zo wordt gepromoot als iets dat ieder voor zich moet bereiken, moeten wij als christenen een dieper evenwicht en een dieper geluk nastreven: Bedacht zijn op anderen, vooral op diegenen die altijd het minst aan bod komen en de minste kansen krijgen.
Er worden enorm veel initiatieven genomen op het vlak van ontspanning en vorming en cultuur. Als kerk, dat wil zeggen, als gemeenschap van Jezus, moeten onze initiatieven de andere initiatieven niet overtroeven maar zij moeten zich afstemmen op die mensen, die dikwijls het meest vergeten worden.
‘Leven vanuit uw buik’ maar dan wel met een instinctmatige voorkeur voor diegenen die Christus noemt: de minsten der mijnen.