Zesentwintigste zondag door het jaar

B-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Onze samenleving is ingedeeld in allerlei hokjes en vakjes. En zolang ieder maar in zijn eigen hokje blijft, dan is er niets aan de hand. Maar een ander moet niet proberen in ons hokje te komen, daar is hij niet welkom. En als je door de samenleving in een bepaald vakje gestopt ben, dan mag je daar niet meer uit. Hokjesgeest is dat en het komt meer voor dan we zelf in de gaten hebben.
Jezus’ leerlingen waren verontwaardigd omdat buitenstaanders in Jezus’ naam goed gedaan hadden, terwijl zij helemaal niet bij hun groep hoorden. Maar Jezus reageert heel nuchter: wat maakt dat nu uit, als ze maar goed doen.
Tegenwoordig kennen we dat gelukkig niet meer maar als vroeger een katholiek eens naar een protestantse kerk ging, dan was dat schande en zonde. Ieder hoorde in zijn eigen hokje te blijven. Ik denk dat Jezus zou zeggen: wat maakt dat toch uit, als ze maar bidden in mijn naam.
Een oudere man in de mijnstreek vertelde eens verontwaardigd hoe zijn kinderen geweigerd werden voor de eerste communie omdat hij toen bij de socialistische mijnwerkersbond was, bij de rooien. Zijn kinderen mochten niet echt in het katholieke hokje zijn omdat volgens de pastoor de vader in het verkeerde hok zat. Ik denk dat Jezus die handelswijze zonder meer afgekeurd zou hebben: wat maakt het nu uit, als die vader maar goed voor zijn kinderen zorgt.
Groepsvorming is natuurlijk heel normaal, dat gebeurt altijd en overal op allerlei niveaus. Het is vanzelfsprekend dat families een hechte groep vormen, dat vrienden elkaar opzoeken, dat gelijke belangen, gelijke idealen mensen bij elkaar brengen.
En natuurlijk liggen soms grenzen van groepen vast: als een vrachtwagenchauffeur hoort niet thuis bij de bond van huisartsen, en een fietsenmaker hoort niet thuis bij de apothekersvereniging.
Maar heel vaak worden door mensen onnodige en bedenkelijke grenzen opgeworpen, grenzen die er niet zouden mogen zijn. Vaak worden mensen buitengesloten op grond van vooroordelen of zelfs discriminatie, of ook een stuk onverschilligheid of zelfs domheid.
Als een Nederlander en een Turk voor dezelfde baan komen solliciteren, dan heeft in de meeste gevallen die Turk geen schijn van kans. En als er ergens een woonwagenbewoner aan de deur komt, dan wordt die zo gauw mogelijk afgepoeierd, daar wil men niets mee te maken hebben. Hokjesgeest is dat en ook al is het vaak best een beetje begrijpelijk, het is niet goed te praten en toch je komt het overal tegen, in het groot en in het klein.
Iemand die pas een kamer in een verzorgingstehuis gekregen had, zei me eens: Ik weet gewoon niet waar ik kan gaan zitten, want steeds krijg ik te horen: hier mag jij niet zitten, daar zitten wij altijd met een vast groepje. Over gastvrijheid gesproken! Onbedoeld en onbewust zijn mensen soms hard en geven anderen het gevoel dat ze er niet bij horen, en dat is heel erg.
Zeker in het verleden maar ook nu nog wel hebben sommige gelovige en kerkelijke mensen ook iets van zo n bedenkelijke hokjesgeest: zo van: wij zitten in het goede hokje en al die andersdenkenden in het verkeerde of ze dwalen maar wat rond. Sommige gelovige mensen hebben een beetje de neiging om zichzelf een beetje bij de beteren te rekenen en neer te kijken op de anderen. Ik denk dat Jezus tegen hen en ons zou zeggen: het kan me niets schelen bij welke groep je hoort, als je mijn idealen maar uitdraagt en mijn blijde boodschap maar daadwerkelijk gestalte heeft in je leven. Wie niet tegen ons is, is voor ons.

Zoeken in Preken Online