Zesentwintigste zondag door het jaar (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Ik weet niet wat u gedacht hebt bij het beluisteren van het laatste gedeelte van dit evangelie, maar toen ik deze tekst las, moest ik denken aan die donderpreken van vroeger: toen ging het ook van dik hout zaagt men planken, toen werd er ook zo vlug gedreigd met de straf van de hel.
Dat was de tijd dat de predikanten ook alles afwisten van goed en kwaad, en ook precies wisten aan te geven wie bij de goeden hoorden en nog meer: wie bij de slechten, wie de hemel verdienden en wie zeker in de hel terecht kwamen, nou ja, bijna zeker, want misschien hadden ze nog een heel klein kansje om zich op het laatste ogenblik te bekeren.
Dat was ook de tijd dat katholieken en protestanten elkaar verketterden, dat het hier in het katholieke zuiden kon gebeuren dat katholieke kinderen niet mochten spelen met protestantse kinderen, want die zaten, klein en onschuldig als ze waren, toch aan de verkeerde kant. Ieder moest in zijn eigen hok blijven.
Dat was ook de tijd dat een jongen of meisje thuis verstoten kon worden als hij of zij protestant werd om te kunnen trouwen met degene van wie ze hielden, met alle verdriet en pijn die daar het gevolg van waren.
Dit is gelukkig verleden tijd, en tegelijk toch ook weer niet. De wrijving tussen katholieken en protestanten is dan wel verleden tijd, maar nu is er vaak wrijving tussen christenen en moslims. Te gemakkelijk worden soms alle moslims bij de slechten gerekend, te vaak ziet men in moslims potentiële terroristen, een gevaar voor de samenleving en dat is wezenlijk een onchristelijke houding.
Nou, dat soort hokjesgeest heeft Jezus zeker nooit bedoeld, dat blijkt ook wel uit het evangelie, m.n. ook uit de tekst van vandaag.
Johannes spreekt er schande van dat iemand die geen volgeling is van Jezus, toch in zijn naam wonderen doet. Dat kan toch niet! Maar Jezus wuift de verontwaardiging van Johannes heel luchtig weg. Laat hem toch, Als hij maar goed doet, maakt het toch niets uit in wiens naam hij het doet. Wie niet tegen ons is, is voor ons.
Heel Jezus’ prediking, al zijn handelen: het gaat steeds om zorg en aandacht voor de medemens, met name voor de kleine, de zwakke. de weerloze, de verdrukte. Zijn blijde boodschap gaat heel concreet om goed doen, goed zijn voor anderen: een beker water, een woord van troost, een helpende hand, voor een zieke mens, voor een verdrietige mens, voor wie dan ook.
In de tijd dat katholieken dachten dat zij alleen in de hemel konden komen, gebeurde het in een Brabants dorp dat de dokter kwam te overlijden, een zeer geziene en geliefde arts, die dag en nachts voor zijn patiënten klaar stond. Er mankeerde maar één ding aan hem: hij was niet katholiek, hij was niets, geloofde nergens in.
En de mensen in het dorp treurden en zeiden: zo’n goeie mens, wat verschrikkelijk toch dat hij niet in de hemel kan komen.
Maar de oude pastoor, een wijs man, ergens zijn tijd ver vooruit, zei: maak je maar geen zorgen: die zit vast en zeker heel hoog in de hemel. Hij droeg wel niet de naam van Jezus, maar Jezus heeft ongetwijfeld zichzelf in hem herkend.
Dat vind ik een heel mooie zegswijze: het gaat er niet zozeer om wie of wat je bent het gaat er niet om bij welke club je hoort, of wat jouw politieke, culturele of godsdienstige achtergrond is: als Jezus zich maar in jou herkennen kan: dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste. En hij zal zichzelf alleen herkennen in het goede dat we doen voor elkaar.

Zoeken in Preken Online