Beste dorpsgenoten,
De eerste lezing en het evangelie hebben een heel bijzondere overeenkomst: in beiden horen we dat het volk zich verzet tegen het feit dat er anderen waren die deden wat blijkbaar alleen aan Mozes en Jezus toekwam. Wat verbeeldden die zich wel!
Mozes en Jezus daarentegen hadden er geen bezwaar tegen.
Jezus maakt het heel duidelijk: het doet er niet toe dat iemand duivels uitdrijft in mijn naam. Want " wie niet tegen mij is, is voor mij."
En dan spreekt Jezus over een beker water geven. Is dat dan niet heel iets anders dan duivels uitdrijven?
Water geven is een daad van barmhartigheid, maar geen kleinigheid in de ogen van Jezus.
Onze dagen en straten zijn vol van daden van barmhartigheid: te vergelijken met het geven van een glas water: beleefd en voorzichtig zijn in het verkeer, kinderen opvoeden, thuis en in school, jeugdkampen leiden in de zomer, mantelzorg zoals dat heet, zoals De Zonnebloem dat doet, aandacht voor zieken en bejaarden, buurtverenigingen draaiend houden en initiatieven nemen, zingen in een koor, de mis dienen, een ander zien staan, aandacht hebben voor een ander. Noem maar op.
Dat zijn allemaal daden van barmhartigheid, iets doen voor anderen. Van zulke mensen zegt Jezus: “Wie niet tegen mij is is voor mij.” Daar voor hoef je niet naar de kerk te gaan, daarvoor hoef je niet katholiek te zijn.
In 1969 ben ik weggegaan uit Nederland. En toen ik in 1992 terugkwam vond ik een sterk veranderd land. Om dat te beschrijven gebruik ik de woorden die ik in de krant las: “Tact, gevoeligheid en eerbied voor anderen lijken een soort schijnheiligheid. Alles moet gezegd en gedaan kunnen worden in alle openheid en zonder enige beperking, lompheid is een soort ideaal, grofheid en geweld zijn nodig om te laten zien dat je meetelt.” Hard gezegd!
Op een zachtere manier gezegd: We hebben ingeleverd aan barmhartigheid. Iedereen moet zichzelf maar zien te redden.
De laatste weken hebben we vaak in de krant kunnen lezen dat de godsdienstigheid in Nederland heel snel afneemt. Over tien jaar zou nog maar 3% van de katholieken naar de kerk gaan.
“Wie niet tegen mij is is voor mij.” In het perspectief van Jezus gaat het niet zozeer om afname van kerkbezoek maar om afname van barmhartigheid.
De acht werken van barmhartigheid: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, naakten kleden, vreemdelingen herbergen, gevangenen bezoeken, zieken bezoeken, doden begraven. Klagen over lege kerken valt daar niet onder!
We kunnen dat figuurlijk verstaan en dan valt er zo veel meer te doen dan alleen die acht werken. Bovendien en dat is het belangrijkste: wat wij hier doen, resoneert over de hele aarde, wat wij hier doen wordt elders opgepikt en voorgezet, wat wij hier doen, klein als een pluisje, wordt door de wind meegenomen en brengt elders rijke vrucht.
En Jezus zou weer zeggen: " Wie niet tegen mij is is voor mij."
Dat het zo moge worden.