OPENINGSWOORD
Welkom in het grote gezin van de Kerk. Het hoofd van dit gezin - de baas van dit gezin - is Jezus. Wij, alle mensen, groot en klein, zijn de kinderen van dit grote gezin.
Het is net als thuis. Daar heb je ook een hoofd van het gezin, vader en moeder, en je hebt de kinderen. En zoals er thuis van alles moet gebeuren om alles goed te laten verlopen - schoonmaken, opruimen, geld verdienen, boodschappen, eten, en samen ook leuke dingen doen - zo moeten er in het grote gezin van de Kerk ook allerlei goede dingen gebeuren: bidden, zingen, luisteren naar God en naar elkaar, elkaar helpen als wij ziek, arm of verdrietig zijn, andere mensen vertellen over God. Dat zijn de dingen waarvan God houdt en die nodig zijn om blij en gelukkig te worden.
Sommige andere mensen, die niet bij het grote gezin van God willen horen vinden dat maar stom. “Zit jij bij een kerkkoor? Ben jij misdienaar? Wat stom zeg!” Nu lachen zij je uit. Maar later, als zij bij God aankomen en zien dat Hij echt bestaat, hebben zij er spijt van. Dan denken zij: “Had ook ik maar wat voor God gedaan!”
Laten wij niet boos op hen zijn. Laten wij medelijden hebben. Het zijn mensen, die de kans hebben om iets voor God te doen. En ze gebruiken die kans niet. Jammer. Doodzonde. Bidden wij voor hen. En als zij ons uitlachen, proberen wíj dan vriendelijk te blijven. Misschien komen zij onder de indruk van onze goedheid en gaan dan ook in Jezus geloven.\
PREEK
Ik heb hier een glas water. Wie weet hoe wij Jezus hiermee een plezier kunnen doen? (…) Wie kan nog iets noemen waar wij Jezus een plezier mee kunnen doen? (…) Wat gebeurt er met de wereld als wij dit soort dingen doen? (…)
Jezus zegt dat als wij iemand een glas water te drinken geven, dat Hij dan zó blij is, dat Hij ons er een beloning voor geeft. Wat is een beloning? (…) Krijgen jullie thuis ook weleens een beloning? Wat voor beloning krijgen papa en mama voor hun werken?
Wat voor een beloning wil Jezus ons geven? Vrede, geluk, liefde, kracht. Hoe meer goede dingen wij doen, hoe meer vrede en kracht Jezus ons geeft. Als iemand ons bijvoorbeeld uitscheldt, vinden ook wij dat natuurlijkniet leuk, maar wij zijn door Jezus zó vol vrede en geluk, dat wij de kracht hebben om gelukkig te blijven. Als iemand ons uitscheldt, dan helpt Jezus ons er aan denken, dat God van ons houdt, dat er ook nog andere mensen zijn, die van ons houden. Dan worden wij dus niet heel boos en ongelukkig.
Wat is de allermooiste beloning, die God ons geeft? De hemel. Zijn alle mensen in de hemel even gelukkig? Alle mensen in de hemel zijn heel erg gelukkig, maar de een heeft een wat groter hart dan de ander. In dat grotere hart kan wat meer geluk dan in een kleiner hart. Maar het grote hart èn het kleine hart zitten helemaal vol geluk. (Neem een groot glas en een klein glas en een schenkkan, en giet ze tot de laatste druppel vol) Kan er nog een druppeltje bij? Denken jullie dat het kleinere glas jaloers is op het grotere? Nee, hij zit helemaal vol. Hij is helemaal tevreden.
Maar als jullie nú zouden mogen kiezen, wat zouden jullie later in de hemel dan willen zijn: als een klein glas of als een groot glas? Hoe kun je er nu voor zorgen dat je wordt als een groot glas? (door heel veel goede dingen te doen).
Deze viering heet “Oog, hand, voet, gebruik ze goed”. Je kunt met je ogen en handen en voeten heel veel goede dingen doen. Door ieder goed ding wordt jouw glas een beetje groter. (neem een bodem van bambino en laat ieder kind in een vierkant er een nieuw steentje op leggen; het ‘glas’ wordt steeds groter)