Ze zeggen wel eens: met het evangelie kun je alle kanten uit. Maar dat is vandaag in ieder geval onmogelijk. Met dit evangelie kun je maar één kant uit: en die kant is de richting van boven naar beneden, van voor naar achter, van groot naar klein, van eerste naar laatste. Althans: ik geloof niet dat je het anders kunt zien: aan alle mensen die vooraan lopen, aan alle mensen die kerkelijk of maatschappelijk een eerste of in ieder geval een voorname plaats hebben wordt met een dikke pijl aangegeven dat ze naar beneden moeten komen. Hoe je her ook wendt of keert, dit evangelie brengt een revolutie teweeg in alle gangbare opvattingen over carrière maken, gezag uitoefenen, macht hebben, overste zijn. En met name de inhoud van gezag, leiding, overste-zijn wordt radicaal veranderd. Want voor al die begrippen wordt een compleet ander begrip in de plaats gesteld: namelijk dienaar van allen zijn.
Je kunt vaststellen dat deze evangelische revolutie beslist hier en daar voet aan de grond gekregen heeft. Neem alleen het woord ‘minister’ maar, uitgevonden door Franciscus, hetgeen ‘dienaar’ betekent. In toespraken van toekomstige presidenten hoor je uitdrukkingen als: ik wil het landsbelang dienen. Je hoort hen nooit zeggen: kies mij, want ik wil op de eerste plaats komen. En precies hetzelfde hoor je door kerkelijke leiders zeggen. De paus tekent zijn brieven en encyclieken met: dienaar der dienaren Gods. Een bisschop schrijft onder zijn brieven: geheel de uwe in Christus. Jonge mensen die gaan trouwen beloven een goede vader en moeder voor de kinderen te zijn. Doktoren zeggen: het gaat mij alleen om de patiënten. Priesters zeggen: ik ben geen priester voor mezelf, maar voor anderen.
We kunnen onszelf feliciteren. Praktisch alles wat we doen, doen we ten bate van anderen. Ja, we hebben dit evangelie, althans in woorden, in praktijk gebracht. Mogelijk dat hier of daar iets verbeterd kan worden, maar dat is een kleinigheid. God kan tevreden zijn! Het evangelie van zijn Zoon heeft zijn doel bereikt. En die doodenkele mens die nog zo graag de eerste wil zijn die zichzelf zoekt, en zo op zijn strepen staat, en zo fanatiek zijn status ophoudt, en zo nodig carrière moet maken en die door iedereen eerbiedig gegroet wil worden, en zo gauw op zijn teentjes is getrapt, die doodenkele sufferd sterft wel uit.
En als die uitgestorven is, zien we wel wie van ons nog in leven is!