Ze zijn nu op weg naar het zuiden. Het besluit om naar Jeruzalem te gaan is genomen. Het is voor de laatste keer dat ze bij hem thuis zijn. Jezus had een huis in Kafarnaüm. Onderweg hebben zijn leerlingen er over geruzied wie van hun de voornaamste is. Dat wil natuurlijk zeggen wie van hen de machtigste is. Ze hebben niets van Jezus’ idee van macht begrepen. Ze doen dat ook nu niet, hoewel hij hen zegt hoe hij zich over zal leveren ‘in de handen van mensen’, en hoe die hem zullen doden. Ze snappen niets van zo’n geweldloosheid. Het is een categorie die bij hen eenvoudigweg niet opkomt. Ze begrijpen niets van zijn aanpak. Ze durven er hem zelfs geen vraag over te stellen.
Jezus heeft het over het hoogtepunt in zijn leven, als hij spreekt over ‘het zich overleveren in de handen van de mensen’ en over de dood en verrijzenis die daar het gevolg van zullen zijn.
Een leven dat in zijn geheel een demonstratie was van dienstbaarheid. Hij beperkt zich in zijn onderricht, dat hij hun nu geeft, niet tot die climax van kruis en verrijzenis.
Hij zit thuis. Hij zit aan zijn eigen tafel. Ze zitten in een kring rondom hem. Ze voelen zich min of meer op hun gemak. Ze hebben wat gegeten en zijn wat aan het drinken. Het is op dit vlak van hele gewone alledaagse dingen en verhoudingen dat het nieuwe leven begint. Zoals Gandhi eens zei: ‘Als je de dienstbare geweldloosheid niet beoefent in je persoonlijke alledaagse relaties met anderen en er toch op vertrouwt om dat wel te kunnen in belangrijkere zaken, dan kom je zeker bedrogen uit.’ Ook in dit geval komt de verandering van beneden, en niet van bovenaf. Het is het werk, of het kruis, waar je dagelijks mee te maken hebt.
Hij wil illustreren wat hij zegt. Hij heeft wel vaker de behoefte om zijn woorden, die hijzelf beschreef als zaadjes die hij (vaak verloren) zaaide, met een concreet gebaar kracht bij te zetten. Hij doet dat dan met wat hij rondom zich aantreft. In dit gevalwil hij duidelijk maken dat hij kwam om de bestaande verhoudingen in hun wereld omver te gooien. Dat iemand die macht heeft, juist vanwege die macht, dienstbaar dient te zijn.
Hij doet het door een kind uit de straat te roepen. Dat lijkt een romantisch gebaar. Het is dan ook vaak zo afgebeeld. Een kring van ruige apostelen, een lieve Jezus, en een snotterig verlegen kind in hun midden. Het was niet alleen maar een beetje sentiment en gevoeligheid. Wat hier gebeurt graaft veel dieper.
Hij doet het in een andere cultuur dan de onze. Hij doet het in een tijd en streek, dat kinderen op de allerlaatste sport van de sociale en economische ladder staan, wat status en rechten aangaat. Zoals ze dat ook nu nog in zoveel streken, bevolkingslagen en overheidsbestedingen doen.
Hij neemt het kind, plaatst het in hun cirkel, omarmt het en identificeert zichzelf ermee, zeggend: ‘Wie een kind als dit opneemt in mijn naam, neemt mij op; en wie mij opneemt neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.’ Met zo’n kind in huis heb je God thuis.
Dit is niet de enige keer in het evangelie volgens Marcus dat Jezus kinderen en de manier waarop zij behandeld werden en behandeld zouden moeten worden, als model neemt voor zijn sociaal programma (9,42; 10,13-16).
Het moet voor zijn leerlingen een onverwachte schok geweest zijn, toen ze hem dat zagen doen. Het betekent namelijk niet alleen dat kinderen zo in de ogen van God en diens Mensenzoon even belangrijk zijn als die goddelijke personen zelf. Het betekent tevens dat Jezus hier hun hele wereld, en de hele hiërarchische orde ervan, omver gooit. Wat boven scheen, is nu onder, en wat onder was boven. Wat eigenlijk helemaal geen prioriteit had, is nu plotseling de eerste geworden.
Toch gaat het daar bij Jezus in dit voorval niet op de eerste plaats om. Het gaat hem in de eerste plaats om zijn leerlingen. Die moeten hun eigen persoonlijke verhoudingen ten opzichte van zichzelf, van elkaar en ten opzichte van alle anderen herzien. Ze moeten hun belachelijke gekibbel over wie de voornaamste is en zo vergeten. Het is tegen hun hiërarchische neigingen dat Jezus zijn aanval richt. Zij zijn het die ‘om’ moeten voor ze hem zelfs ook maar kunnen begrijpen. Bij iedere kerkpolitieke twist zou er een kind in ons midden moeten staan.