Ga open

B-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

Jezus deed wonderen. Hoe Hij ze deed, weten we niet. Maar dat Hij zieken en bezetenen genas, staat vast. Hij maakte er naam en faam mee. De meeste mensen zagen daarin een bewijs dat Hij de beloofde gezant van God was, de Messias. Wanneer die zou komen, dan zouden de grote beloften in vervulling gaan. Zo had de prof eet Jesaja geschreven: ‘Dan worden de ogen van de blinden geopend en de oren van de doven geopend.’ En zie, het gebeurde. Jezus moest wel de Messias zijn.

In het kader van het evangelie zijn die wonderverhalen bijgevolg heel belangrijk. Ze maken mede de kern uit van de Blijde Boodschap, dat is de melding dat de Messias inderdaad gekomen is: Jezus van Nazaret. Wij van onze kant raken altijd weer in verlegenheid met die verhalen. Laat het dan nog allemaal zo gebeurd zijn, het staat toch ver van ons af. Jezus kon wonderen doen, maar wij kunnen dat niet. Zo eenvoudig is dat. De kans is dan ook groot dat de wonderverhalen voor ons concrete geloofsleven eigenlijk niet veel betekenen. Dat is jammer, want het gaat toch om een vrij omvangrijk stuk uit het evangelie.

Het hangt er allemaal van af hoe we die verhalen benaderen. Als het blijft bij onoplosbare raadsels, dan hebben we er inderdaad niets aan. Het heeft weinig zin om toch een mogelijke verklaring voor het onmogelijke te gaan zoeken. Wat er dan mee aan te vangen?

Om te beginnen - en nu ga ik even tegen de haren in strijken - het behoort tot het geloof dat wonderen wel mogelijk zijn. En dan bedoel ik: waar de Heer werkelijk toegang krijgt tot ons bestaan, kunnen dingen gebeuren die we eerst niet voor mogelijk hielden. Maar dat is dan ook het grote punt: krijgt de Heer werkelijk toegang? Gaan wij naar Hem toe met de vraag: ‘Leg uw handen op ons’? Mag Hij dat doen? Durven we Hem te vragen dat Hij onze oren en ogen opent?

Wanneer Jezus bij de doofstomme komt, pakt Hij hem op een bijna aanstootgevende manier vast. Hij steekt zijn vingers in de oren en raakt zijn tong met speeksel aan. Dat is meer dan een preek vol goede raad of een aanwijzing van christelijke waarden. Dat is fysiek contact. Welnu, het belangrijkste wat de Heer ons gegeven heeft, is zijn lichaam en zijn bloed als voedsel en drank voor ons. Het zijn dingen waardoor Hij met ons in contact wil komen. Natuurlijk zijn dat geen tover-middelen. Maar het gaat er in de eerste plaats om dat wij dat contact, dat Hij via die dingen met ons zoekt, ook zelf toelaten. Stel dat die doofstomme zich niet had laten aanraken, dan had Jezus niets kunnen doen, zelfs geen wonder. De vraag is of de Heer ons mag aanraken. Want dat wil Hij.

Jezus slaat zijn ogen ten hemel, zucht en zegt: ‘Ga open.’ Dat is de genezing van die man. Een gezond mens is een open mens, die kan horen en zien, en zijn hart kan openstellen, zelfs voor de onzichtbare God. Misschien is dat wel het grootste wonder.

Zoeken in Preken Online