De geopende mens

B-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

De theorie van de bevestiging is stilaan gemeengoed geworden. Dat is een dieptepsychologisch winstpunt. De mens die niet wordt bevestigd, wordt ook niet geopend. Hij blijft steken in zijn geslotenheid. Er zit stoornis op het ritme van zijn ademhaling: hij kan niet uitademen, omdat hij niet heeft ingeademd. Psychologen hebben daar een goed woord voor: enkel de mens die werd opgevoed met basisvertrouwen zal zich kunnen toevertrouwen aan het leven en aan mensen. Zonder de ervaring van vader- en moederliefde wordt de mens ook onbekwaam om vader en/of moeder te zijn voor anderen. Dat is een logische maar ook een harde levensles. Als het ons verboden wordt liefde in te ademen en vrijheid, zullen wij bezwaarlijk in vrijheid bestaan en liefde uitademen. Wie veel met mensen omgaat, zal deze wetmatigheid elke dag dramatisch ervaren. Wij betalen allen de prijs voor een gesloten opvoeding. Ofwel denken we open en vrij, omdat we werden geopend op leven.

Marcus laat er geen twijfel over bestaan: Jezus is een mens die opent op leven. Dat is niet min. Het is zelfs het mooiste van het christendom. God wil geopende mensen. Effeta, mens, ga open. Dat is zijn slagwoord. Een christendom dat mensen toespreekt, is een aanfluiting van Gods hartenwens. Hij wil de vrije mens. Alles wat sluit en afsluit, is Hem vreemd. Alles wat de mens krampachtig opsluit in zijn kerker, is miskenning van zijn droom. Dat klinkt wel mooi, maar dat is uiteindelijk ook zeer vreemd. Mensen doen niets anders dan deuren sluiten en omheiningen plaatsen. Mensen zijn toch zo bang. Ze houden van alles wat sluit als een bus. Dan voelen ze zich veilig.

Wat dat betreft, is het christendom een averechtse boodschap. Het cultiveert geen strategie van gesloten cenakels. Het wil deuren openen op leven. Het mikt niet op zogezegd nederige, benepen mensen. Dan zouden wij Gods lieve gelaat verbergen. Wat zo ongeveer het ergste is wat aan christenen verweten kan worden. Daarover gaat het protest van Jezus. Hij is de mens genegen. Hij vindt de doofheid en de stomheid van de mens heel erg. Hij wil de bedienaar zijn van onze vreugde, de supporter van ons geluk.

Daarmee zegt Hij veel over wat godsdienst is: dienst aan God en dienst aan de mens. Knielen voor God is eerbiedig omgaan met de mens die vastgelopen is. Het is teder datgene aanraken wat de mens in zijn krampachtigheid zo gespannen en nerveus vasthoudt. Het is therapie voor het broze geheim van de andere mens.

In ziekenhuizen en in de afdeling palliatieve zorg is dat alles ontzettend concreet. Het ergste is niet de terminale kwaal. Het ergste is niet de angst voor het sterven. Het ergste is dat de mens plotseling ervaart dat hij niet heeft geleefd! Hij is nooit open geweest en vrij om lief te hebben. Verpleegsters en verplegers mogen schreeuwen: zeg het dan toch, spreek. Voor vele mensen is het na vijftig jaar systematisch zwijgen een onoverkomelijke en troosteloze handicap. Daar heeft het evangelie van zeer nabij mee te maken. Het wil de mens geopend. Effata, leef, spreek, sta op. Verrijs! In de programmafolder van het christendom staat nooit geschreven: sleutel op de deur.

Wij kiezen voor een deur die plots opengaat.

Zoeken in Preken Online