Dit evangelie vertelt hoe Jezus in conflict komt met Joodse tradities. Aanleiding daartoe was het gedrag van de apostelen: ‘Waarom gedragen uw leerlingen zich niet volgens de overlevering van de voorvaderen, maar eten zij met onreine handen?’ Achter deze vraag horen wij duidelijk het verwijt: ‘Dingen die al eeuwen lang algemeen gebruik zijn, gooi je zo maar niet overboord!'
Jezus geeft geen direct antwoord op deze vraag, maar met een woord uit de Schrift raakt Hij de kern van het probleem: ‘Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij!’ Jezus wil heel bewust de dienst aan God verinnerlijken. God wordt niet gediend door uiterlijke praktijken, Hij wil gediend worden door heel de persoon en in iedere levenssituatie. Niet dat Jezus zich verzet tegen gezonde tradities, maar Hij verzet zich wel bewust tegen verstarde gewoonten en zinloze praktijken uit het verleden, waarin de levende mens zichzelf niet meer kan terugvinden, die niet meer aangepast zijn aan het levensgevoel van de mens.
Wij hoeven tegenwoordig niet meer te discussiëren over het wassen van vingertoppen of over het afwassen van bekers en kruiken, maar ook bij ons bestaat het gevaar van oppervlakkige praktijken, die de toegang tot het werkelijke leven versperren. Het gaat dikwijls niet zozeer om het afschaffen van tradities maar wel om aan eeuwenoude tradities weer een actuele zin te geven. Er zijn ook nu talloze christenen die zich vastklampen aan aloude tradities van de Kerk, die geen aansluiting meer vinden in hun dagelijks leven. Zij laten hun kindje dopen, ze trouwen voor de Kerk, zij laten zich christelijk begraven… dat alles is goed, als deze tradities gedragen worden door een christelijke levenshouding, maar als dit alles niet méér is dan een uiterlijke formaliteit, dan zal Jezus ook voor hen het Schriftwoord herhalen: ‘Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij!'
Als je wel op bedevaart gaat naar Scherpenheuvel of Lourdes, wel eens een kaarsje opsteekt bij de heilige Rita of Sint Antonius, maar vergeet zondags samen de eucharistie te komen vieren, zelfs als je zondags trouw naar de mis komt, maar weigert broederlijk lief en leed met elkaar te delen, dan bestaat het gevaar dat je God eert met je lippen, maar je hart kan aan heel wat andere dingen vasthangen. God staat niet te wachten op onze uiterlijke handelingen, Hij vraagt een eredienst van het hart, Hij wil een liturgie die heel het menselijk bestaan doordringt en verheft.
Jezus wil ook heel bewust de zedenleer verinnerlijken. God wil ons niet binden door wetten van buitenaf. Niet wat van buitenaf komt kan de mens bezoedelen, maar wat uit het hart komt bezoedelt de mens. Het is niet zo, dat wij ons eenvoudigweg kunnen beroepen op een wetboek of op een constante leer van de Kerk. Wij kunnen niet eenvoudigweg de bekende paden bewandelen van onze voorouders, want er zijn zoveel moderne problemen waarop de bijbel geen direct antwoord heeft. Gods wil ligt niet klaar voor ons open in een wetboek, want wat van de ene mens wordt verwacht, wordt nog niet verwacht van een ander. We hebben te maken met een levende God, met levende mensen, met het levende leven en daarvoor bestaan geen pas klare recepten.
Het gaat bij Gods wil nooit om een dictaat: zo is het opgeschreven, zo moet het uitgevoerd worden. Scheiden mag niet, abortus niet, euthanasie niet, wapengebruik niet enzovoort. Het gaat om een relatie met God en je medemensen, een relatie waarmee je je hele leven bezig bent. Vanuit die relatie komt er gevoeligheid voor Gods wil in je leven, niet als een wet die kant en klaar voor je ligt, maar als een weg die je met anderen, met God, moet gaan. Dit alles vraagt van ons een grote eerbied voor het persoonlijk geweten van elke mens.
Het gevaar bestaat altijd dat de Kerk te veel wet wordt en te weinig geweten, wanneer de wetten niet meer gedragen zijn door de liefde en eerbied. Het gevaar bestaat dat de Kerk te veel instituut is en te weinig leven, wanneer wij structuren in stand houden, die reeds lang door de tijd achterhaald zijn. Het gevaar bestaat dat de Kerk veel te zeer rots wordt en te weinig stroming, waardoor zij zich afsluit voor de problemen van de tijd. De Kerk zou heel wat aantrekkelijker worden, haar gezag zou veel boeiender worden, als zij meer zou willen leven, zoals Jezus wil, vanuit de diepte van het hart.