Smetvrees of vreze Gods?

B-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

Mozes was de grondlegger van de godsdienst van Israël. Aan hem dankte het joodse volk de Wet en daarop was het buitengewoon fier. Mozes zei zelf: ‘Is er een andere grote natie die zulke volmaakte voorschriften en bepalingen heeft als de Wet die ik u heden geef?’ De wet regelde het dagelijkse leven tot in de kleinste details. Zo stond er een reeks hygiënische voorschriften in. Voor mensen die in een zeer warm klimaat moesten samenleven, was dat van levensbelang. De Farizeeën legden zich met veel ijver toe op de naleving van de wet.

Jezus zegt van zichzelf dat Hij niet gekomen is om de wet af te schaffen. Toch komt Hij frontaal in botsing met juist die mensen die zich strikt aan de voorschriften houden. Wel waren er in de loop der eeuwen nog heel wat bepalingen aan de wet van Mozes toegevoegd. Vaak waren die overdreven gedetailleerd. Jezus neemt die overdrijvingen regelmatig op de korrel.

Toch is zijn kritiek niet rechtstreeks tegen de reinheidsgebruiken van de Farizeeën gericht. Hij gaat zo fel tegen hen tekeer omdat ze van de godsdienstige verplichtingen, en vooral van die reinheidsvoorschriften, een doel op zich hebben gemaakt. Alles is uiterlijk geworden. Als de regels onderhouden worden, is alles in orde. Het gaat meer op smetvrees dan op vreze Gods lijken. De wet is ontaard tot ‘wettisme'.

Dat los je niet op door de wet af te schaffen. Integendeel, want anomie (normloosheid) is het ergste wat een samenleving kan overkomen. De tere plek is de innerlijkheid van de mens. Een strikte naleving van godsdienstige voorschriften kan een scherm zijn en zelfs een masker om iets te verbergen. De gepolijste buitenkant verbergt een vuile binnenkant. Dat brengt Jezus met een nietsontziende scherpte aan het licht.

Hij zegt daarbij heel lelijke dingen over de mens: zijn hart zit vol boze gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk enzovoort. Niemand hoort dat graag zeggen, zeker niet over zichzelf. Betekent dit dat Jezus een pessimistische kijk heeft op mensen? Je zult Hem nooit horen zeggen dat de mens van nature goed is. Dat werd pas beweerd door filosofen uit de achttiende eeuw. Een zogenaamd optimistisch mensbeeld, zoals dat van Jean-Jacques Rousseau, heeft Jezus zeker niet. Het is bij Hem geen kwestie van optimisme of pessimisme,maar van eerlijkheid en waarachtigheid. Zowel in zijn kritiek op de Farizeeën als in zijn woorden over de menselijke binnenkant gaat het hierom: wij mogen onze godsdienstigheid niet gebruiken om iets weg te stoppen, niet tegenover de andere mensen en vooral niet tegenover God. Daar dienen geloof en godsdienst niet toe. Ze dienen wel om ons helemaal voor God open te leggen. Dan pas kan gebeuren waarvoor Jezus gekomen is: om ons te genezen en te helen, om van ons echt liefdevolle mensen te maken.

Zoeken in Preken Online