Er is een tijd geweest en dat is nog niet zo heel lang geleden, dat velen op de zondagmorgen hun tanden niet durfden te poetsen, omdat ze bang waren daarbij een druppel water binnen te krijgen, want dan mochten ze niet meer te communie. De ouderen onder u weten dat vast nog wel.
Dat was ook de tijd dat het gebeuren kon dat een eerste communiefeest niet doorging, omdat het communicantje in kinderlijke onnadenkendheid voor de viering een snoepje gepakt had.
Het was de tijd dat alles heel streng georganiseerd was met talloze wetten en regels, geboden en verboden. Daarop terugkijkend zijn er nu velen die zeggen: hoe is het mogelijk dat ik toen ook dacht dat het allemaal zo moest. Er zijn er ook die tegen de priesters zeggen: jullie hebben ons toen maar wat wijs gemaakt.
Er zijn echter ook mensen die heimwee hebben naar die tijd van vroeger, toen alles zo heel precies geregeld was, want toen wisten ze tenminste precies waar ze aan toe waren, tegenwoordig is alles zo verwarrend. Als het gaat om wetten en regels heb je eigenlijk twee uitersten: aan de ene kant degenen die vinden dat alles van bovenaf geregeld moet worden, en aan de andere kant hen die zeggen: niet alles regelen van hoger-hand, want dat tast mijn vrijheid aan: iedereen moet zijn eigen geweten volgen. Zoals altijd ligt ook hier de waarheid ergens in het midden.
Geen enkele geordende samenleving, ook de kerk niet, kan zonder regels, anders wordt het een chaos. Laten we vooral niet vergeten dat wetten en regels bedoeld zijn om het welzijn van elke mens te waarborgen. Doen ze dat niet dan zijn ze verkeerd. Probleem is wel dat de leiders van een gemeenschap vaak teveel willen regelen en daarbij vaak verstrikt raken in allerlei kleine details.
Ook de kerk kent heel sterk dat probleem, wetten kunnen soms een eigen leven gaan leiden en los komen staan van de werkelijkheid. Er wordt vaak te veel naar de letter van de wet gekeken en te weinig naar de geest, naar de eigenlijke betekenis. Dan gaat men mazen in de wet zoeken om via allerlei slinkse wegen toch aan die wet te kunnen ontsnappen. En we vinden nogal gemakkelijk excuses waarom bepaalde wetten en regels op ons niet van toepassing zijn.
Jammer genoeg heeft de wetgever, ook in de kerk, dat zelf een beetje in de hand gewerkt, door een teveel aan wetjes en regeltjes, door geboden en verboden te handhaven ofschoon ze in een veranderde maatschappij hun zin verloren hebben, door vaak teveel aandacht te geven aan de letter van de wet en te weinig aan de geest.
Ieder moet uiteindelijk zijn eigen geweten volgen, zeggen velen. En dat is waar. Het probleem is echter: wat is je geweten. Het probleem is dat velen hun geweten wat al te gemakkelijk zo laten spreken zoals het hun het beste uit komt.
In het algemeen gesproken, zijn we meesters in het in slaap sussen van ons geweten. En als iedereen het maar doet is het altijd goed, maar is dat wel zo? Echt leiddraad voor je handelen is alleen dat geweten dat in alle eerlijkheid openstaat voor God en Jezus’ boodschap, dat in alle eerlijkheid openstaat voor de bedoelingen van de wetgever, welke dan ook.
Echt norm in je leven is alleen een geweten dat het leven en de waarden van het leven serieus neemt, dat de medemens respecteert en een goed hart toedraagt. En zo’n geweten zal ook niet gauw in conflict komen met bestaande wetten en regels.
Tweeëntwintigste zondag door het jaar (1997)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen