POLITIE-SIRENE
Tot mijn vriendenkring op de middelbare school hoorde Frans. Frans was geboren met een handicap. Hij had een open verhemelte waardoor hij hard en nauwelijks verstaanbaar sprak. Bovendien was zijn gezichtsvermogen uiterst beperkt. Enkele jaren geleden is hij, nog jong, na een hartaanval gestorven. De bandrecorder van de school waar mijn vader hoofd was, stond tijdens de vakantie bij ons thuis om veiligheidsredenen. We mochten er soms mee werken. Dan namen we hoorspelen op. Frans vond dit fascinerend en vroeg of hij mee mocht doen. Maandenlang heb ik getobd over zijn vurige wens. Ik was bang dat hij zijn harde, metalen en vrijwel onverstaanbare stem zou horen en er op af zou knappen. Ik wilde hem de wrede confrontatie met zijn handicap besparen. Maar Frans bleef aandringen. Op zekere avond, toen enkele Maastrichtenaren moppen aan het tappen waren, bleek mij dat Frans met zijn misvormde stem als geen ander de sirene van een politieauto kon nadoen. Dat was de oplossing. We schreven een hoorspel: “Het lijk in het koffer”. Toen mijn ouders een avond weg waren haalden we de hele gang leeg. Kapstok, traploper, matten, alles weg; er moest echo zijn. Het hoorspel begon met een ijselijke gil. Frans deed voortreffelijk de sirene na. Het duurde even voor hij begreep dat die sirene zijn stem was, maar toen bromde hij tevreden!\
TOEN ER BIJNA GEEN SPIEGELS WAREN
Hier doet zich een typisch verschijnsel voor. Je eigen stem herken je niet op een bandrecorder als je hem voor de eerste keer hoort. Je kent jezelf niet zoals anderen je kennen. Aan je eigen stem moet je wennen. De voorstelling die je ervan hebt klopt geenszins met de werkelijkheid. Realiseren we ons dat dit in de oudheid niet alleen voor het oor maar ook voor het oog gold. Mensen hadden wel een vaag beeld van zichzelf, maar ze zagen zichzelf zelden of nooit in een spiegel; rijken misschien wat vaker. Jan Modaal had geen duidelijk idee van hoe hij bij anderen overkwam. Als hij voor het eerst in een spiegel keek, had hij het idee een vreemde te zien. Dit beeld gebruikt Jakobus. Er zijn mensen die voor de eerste keer naar zichzelf in een spiegel kijken en even vergeten zijn wat ze zagen. Jakobus bedoelt: er zijn mensen die eigenlijk geen gezicht hebben. Mensen die geen ruggengraat bezitten; geen “identiteit” zouden wij zeggen. Ze verschieten in elke situatie van kleur en van gedachte. Ze hebben geen consistente.\
EEN “PLOTSELING” MENS
Jaren geleden in een Drents hotel zat ik te ontbijten. Twee tafels verder zat een Limburgs gezinnetje. Ze spraken over iemand die ik niet kende. Slechts flarden van hun gedachten drongen tot mij door. “Die heeft ’t karakter van ’n tractor!” hoorde ik ineens heel duidelijk. Ik heb nooit geweten of ze het positief bedoelden: een stevig karakter waar je voor opzij gaat, of negatief, een doordrammerig iemand. Ik houd het op het eerste. Iemand met karakter, die weet waar hij voor staat. Mijn grootouders heb ik nooit gekend. Wel heb ik een nicht van mijn vader uit Simpelveld horen vertellen over diens ouders. Ze stuitte vooral over mijn grotmoeder. Zij was een zeer speciale vrouw geweest. Ze was zo een “plötzlich mins”, herhaalde ze enkele keren. Ik kende die uitdrukking niet, “een plotseling mens”. Bedoelde ze impulsief? Ik vroeg ernaar. Ze bedoelde “rechtuit”, direct, zonder iets achter de hand of in de mouw." Dat bedoelt Jakobus. Er zijn mensen die een karakter als een tractor hebben. Je kent hun koers, ze gaan recht door zee, ze weten wie ze zijn en hoe ze bij anderen overkomen. Dat zijn de mensen die een duidelijk en herkenbaar waardepatroon bezitten, die in het evangelie hun idealen lezen en daarnaar streven. Als je jezelf herkend hebt in Jezus’ bedoelingen dan zal dat voortaan een onderdeel zijn van je identiteit, dan geeft het je consistentie en stevigheid.\
GELOVEN IN DADEN
Het is ook duidelijk waar Jakobus moeite mee heeft. Er zijn zoveel mensen die Jezus aanhangen, maar die niets doen doen voor weduwen en wezen. Ze zijn niet zachtmoedig en kwetsen anderen met hun boosheid. Dat zijn de mensen die hun eigen stem niet kennen, die niet weten hoe ze bij anderen overkomen, ze hebben hun gezicht verloren. Ze hebben geen karakter. Ze zeggen het een en doen het ander, ze handelen vandaag zo en morgen zus. Na maanden piekeren hadden we Frans in ons hoorspel een politiesirene laten imiteren. Maar toen wilde hij meer. Hij zei het klip en klaar: hij wilde een echte rol. Er was niet meer onderuit te komen. We gaven hem een tekst als hulpje van de rechercheur. We lieten het gsprek plaatsvinden tijdens een onweersbui in de hoop dat Frans’ stem zo overstemd werd door de klank van de kachelplaat. Ik hield mijn hart vast toen we het hem voor het eerst lieten horen. Maar tot mijn opperste geruststelling reageerde Fans tevreden. Hij vond niets mis met zijn stem. Bij Frans was er geen verschil tussen zijn zelfbeeld en hoe hij bij ons overkwam. Een tractor zal ik maar zeggen.\
TAFELMANIEREN
Lieve kinderen. Heb je straks het evangelie gehoord? Nou, daar waren mensen boos, omdat sommige leerlingen van Jezus de handen niet wasten voor het eten. Nou dat is niet netjes. Voor het eten moet je de handen wassen! “Jantje, handjes wassen, we gaan aan tafel”, gilt moeder door het huis. Jantje vindt het niet nodig. Hij staat bij het kraantje van de w.c. Hij doet ineens de kraan helemaal open. Het water spettert om zijn oren. Dan doet hij de kraan weer dicht en jokt naar zijn moeder: Ja hoor, ik heb ze gewassen." Jantje had ze niet echt gewassen, hij deed maar alsof. Zo was het ook in de tijd van Jezus. De mensen wasten niet echt hun handen, Ze lieten voor de vorm een paar druppeltjes over de vingers lopen. Voor Jezus is dat schijnheilige gedoe moe. Het gaat God toch niet om een tafelmanieren. Het gaat God om wat echt in je hart leeft. Ben je lief voor vader en moeder, roddel je niet, en steel je niet. Wat praten we over handen wassen; het is toch veel belangrijker of we ook aan de mensen hebben gedacht die te weinig hebben! Dat zijn echte tafelmanieren.