“Doe maar mee speel maar mee en win maar mee. Een euro er in en een horloge eruit. Kom gerust naar onze showroom. Er is geen betere. Gegarandeerd schoner dan welk product ook en gaat ook nog eens langer mee”.
Wat worden er op een dag toch veel woorden gesproken. Als je in de auto zit of thuis aan het werken bent of zomaar even naar de radio luistert dan wordt je elke minuut iets aangesmeerd. Vol overtuiging wordt van alles gepresenteerd. Er is niets mooiers beters geweldiger, fantastischer dan dit. Woorden kunnen je proberen te overtuigen, maar kunnen ook pijn doen. Je kunt een ander met woorden monddood maken, kwetsen, bezeren, chanteren raken tot in het diepste van een ziel. “Nee… ik wil jou niet meer. Nee ik ga van je weg. Nee ik wil niets met jou te maken hebben. Jouw overtuiging…daar lach ik om. Jij bent dom, onecht. Ik wil je vriendschap niet meer” . Zo maken woorden ook veel kapot.
Woorden kunnen ook uitnodigen: Doe je mee met mij. Speel je mee. Wil je je leven met mij delen. Als we het samen doen gaat het beter. Ik wil graag bij je zijn
De Bijbel is een boek vol woorden en alle menselijke emoties vind je erin terug. Het gaat over hoe mensen geloven, hoe mensen hun God, onze God beleven. Soms is Hij ver weg en afstandelijk, soms heel dichtbij nog dichterbij dan ons eigen hart.
In de eerste lezing komt Jozua aan het woord. Hij spreekt Gods woord en nodigt mensen uit om Jahwe te dienen, dwz. Om zijn volk te zijn Zijn Geest uit te dragen, te zorgen voor de zwakkeren van de samenleving, gerechtigheid te brengen, naastenliefde te beoefenen en er te zijn voor elkaar voor de gemeenschap om je heen en voor hen die daar buiten staan. Als je hier " ja" tegen zegt dan is dat niet zomaar een woord. Dan is dat een plechtige belofte voor heel je leven, net zoals je belofte van trouw aan je geliefde, zoals de belofte van een vader en moeder om goed voor hun kinderen te zorgen. Een kort woordje met ontzettend veel kracht. Via Jozua en alle andere profeten worden wij uitgenodigd een krachtig liefdevol en hartelijk woord te spreken.
Jezus spreekt ook krachtige en duidelijke woorden. Hij wordt dikwijls afgebeeld als een heel zacht vrome figuur op allerlei romantische schilderijen, maar zijn omgeving, zo staat er in het evangelie, ervaart zijn woorden als hard en mensen worden er boos van. Ze voelen zich aangesproken, omdat Jezus de menselijke verhoudingen omdraait. Zalig de armen, de zieken, de bedroefden. Kom op voor kwetsbaren, eenzamen, uitgestotenen. Jezus vraagt aan zijn leerlingen of zij willen meedoen om die nieuwe verhoudingen op aarde te brengen. Voor de mensen uit Jezus’ tijd een moeilijke keuze en ook voor ons, want het vraagt om keuzes. Het vraagt ons om woorden van liefde te spreken ook tot hen die we haten. Het vraagt ons onszelf om te keren en kritisch te kijken naar wat we zelf verkeerd doen in onze woorden en daden. Jezus’ woorden dagen ons uit. Ze vragen overgave en overtuiging soms tegen alles en iedereen in. Ons antwoord moeten we elke dag opnieuw geven. Het is elke keer weer een open vraag. Aan ons dat woord van God steeds weer opnieuw te overdenken, te beleven, uit te spreken en uit te dragen.
Woorden (2009)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen