Weet u wat het betekent, als een mens niets of niemand meer heeft om naartoe te gaan? Ieder mens moet iemand hebben waar hij naartoe kan gaan. Wie dat begrijpt, begrijpt ook in welke crisissituatie Petrus zich bevindt als hij Jezus vraagt: ‘Heer, naar wie zouden wij gaan?'
Dat is ook de crisissituatie van onze tijd: de mensen weten niet meer waar ze met hun angsten en zorgen naartoe moeten gaan. Zij zijn niet meer geïnteresseerd in de politiek, waar niet nagekomen beloften en fraude schering en inslag zijn. De economie ervaren wij als een kolos, die op lemen voeten staat, na Tsjernobyl, algenplaag en robbendood, gifgassen en milieuvervuiling…, zijn wij niet meer zo gelukkig met onze vooruitgang.
En ook in de Kerk vinden veel mensen geen thuis meer: de banken blijven leeg, de jeugd blijft weg en als men voor 20 jaar nog zei: ‘Jezus wel, maar de Kerk niet’, stelt men nu de vraag: ‘En waarom Jezus? Is Hij niet één van de velen?'
Naar wie zullen wij gaan? Het moet voor Jezus wel een pijnlijke situatie geweest zijn: bij het begin van zijn optreden liepen de mensen Hem begeesterd achterna, de menigte volgde Hem tot in de woestijn, maar toen bleek dat Jezus niet hun broodkoning wilde zijn, maar brood van eeuwig leven wou schenken, toen namen zij aanstoot aan Hem, veel leerlingen trokken zich van Hem terug en gingen niet meer met Hem mee.
Elke zielzorger moet tegenwoordig iets dergelijks beleven: de geruisloze afval van de Kerk doet hem pijn, de mensen blijven weg, zij doen niet meer mee. Wat ondernemen wij allemaal niet om die uittredenden in de Kerk te houden. ‘Blijf toch bij ons’, is dikwijls het leidmotief van onze arbeid in de parochie.
Het evangelie zegt ons dat Jezus eigenlijk een heel andere weg ging. Hij doet schijnbaar geen moeite om die menigte bij Hem te houden, van zijn woorden doet Hij niets af en als dan zijn twaalf getrouwen bedremmeld achterblijven, stelt Hij hun eenvoudigweg voor de keuze: ‘Willen ook jullie soms weggaan?'
Het is heel duidelijk dat het ons vandaag niet gaat om de mensen die toen zijn weggegaan, het gaat nu om ons. Wat zouden wij gedaan hebben, als wij toen bij die menigte geweest zouden zijn? Zouden wij dan, zoals die menigte, weggebleven zijn, omdat Jezus ons geen materieel voordeel wilde aanbieden? Wij kennen toch die menigte van gedoopten, die een tijdlang bij Jezus waren en zich nu weer los maken. Hebben zij dan niets van die nabijheid van Jezus ervaren? Jezus roept ook hen niet terug. In het evangelie staat nergens dat zij teruggekeerd zijn. Dat is de huiveringwekkende vrijheid die de mens heeft om aan Gods oproep voorbij te kunnen gaan.
Of zouden wij misschien zoals Petrus bij Jezus gebleven zijn? Petrus begrijpt ook niet alles wat Jezus wil, maar vanuit zijn persoonlijke verbondenheid met Jezus durft hij zich wel aan de persoon van Jezus toevertrouwen. Hij begrijpt dat met weg te gaan alleen niets is opgelost. Naar wie zouden wij gaan?
Woorden en ideologieën zijn er genoeg, maar woorden, waarvan je echt kunt leven, die heeft Jezus alleen. Waar is er een mens, die met Jezus te vergelijken is? Volgens Petrus bestaat er geen alternatief: ‘Gij alleen hebt woorden van eeuwig leven'.
Geloven is blijven, is bij Jezus blijven ofwel naar Hem terugkeren. Geloof is genade, want niemand komt tot Jezus, als het hem niet door de Vader gegeven is, maar geloof is ook een persoonlijke beslissing. Jezus heeft geen meelopers nodig, maar navolgers, die Hem willen volgen waarheen Hij ook gaat. Zoals Petrus hoeven wij niet precies te weten wat dat inhoudt, hoeven wij niet alles te kunnen rechtvaardigen voor anderen, maar wij moeten wel ons helemaal aan Christus durven toevertrouwen, want Hij alleen heeft woorden van eeuwig leven. Wij weten naar wie wij kunnen gaan.