Wilt ook gij soms weggaan?

B-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Het aantal van hen die weggaan, is tegenwoordig groot. Jongeren gaan van huis weg: zij willen onafhankelijk en vrij zijn! Gehuwden gaan van elkaar weg: ze zijn elkaar beu en willen hun eigen weg gaan. Veel christenen gaan uit de Kerk weg en keren vaak genoeg het geloof de rug toe. Zelfs priesters en kloosterlingen gaan weg en proberen ergens anders hun geluk te vinden.

Waarom gaan zoveel mensen weg? Heel zeker omdat ze hun verwachtingen te hoog gesteld hadden en omdat ze zich alles heel anders hadden voorgesteld.

In de tijd van Jezus was het niet anders. De leerlingen hadden zoveel van Jezus verwacht. Zij waren begeesterd door de macht van zijn woord en door de kracht van zijn wonderdaden. Hij was dé man die ze nodig hadden en die hun welstand en voordeel zou kunnen bezorgen. Ja, zo iemand wilden zij wel als koning hebben, die hen tot verzadiging toe brood kon geven. Maar Jezus wil die verwachtingen niet inlossen. Hij sprak niet over het aardse brood, maar over de Geest. Niet het aardse leven werd hoofdzaak, maar het eeuwige leven. Geen brood dat vergaat, maar brood uit de hemel heeft de mens nodig. Jezus was niet gekomen om koning te worden en anderen brood te verschaffen. Hij was gekomen om brood te worden, dat door anderen wordt gegeten. Door de gave van zijn leven wilde Hij brood voor de wereld worden. Aan die gezindheid namen de leerlingen aanstoot en ze gingen weg. Een profeet, een politieke vernieuwer, die aan hun verwachtingen beantwoordde, zouden ze aanvaard hebben, maar iemand die zich tot onontbeerlijk levensbrood maakt… Neen, dat was te veel! Wie kan die taal áánhoren?

Eigenlijk staan velen van Jezus’ leerlingen nu voor dezelfde situatie. De Kerk, de godsdienst: ze beantwoorden niet meer aan hun verwachtingen. Vroeger behoorde dat alles tot de goede stand, je had het nodig om carrière te maken en de levenssituatie was vaak zo, dat schijnbaar God alleen kon helpen. Maar nu redden wij het zélf wel. Waartoe dient de godsdienst nog? Wat hebben we aan al dat bidden? Vroeger leefden wij in een goed verzorgde Kerk, alles kwam op uur en tijd, zoals we wilden: eucharistieviering, doop, huwelijksviering, begrafenis… Nu zitten we in een andere situatie! De uren van de eucharistieviering liggen ons minder goed; bij de doop wordt een ernstige christelijke opvoeding gevraagd; bij het huwelijk wordt de nadruk gelegd op de eerbied voor de wet van God en van een christen wordt sociale inzet gevraagd. Wie kan dat allemaal verdragen? Zo komt het dat sommige mensen zich ergeren aan de pastoor, die niet aan hun religieuze smaak voldoet, zich ergeren aan een Kerk, die andere wegen gaat en van kleed verandert, zich ergeren aan de tijd, dat er minder priesters zijn en er meer van de leken gevraagd wordt… Aan één ding komen we niet meer voorbij: vandaag de dag wordt van elke christen een persoonlijke beslissing gevraagd.

‘Wilt ook gij soms heengaan?’ Gods vraag richt zich tot vrije mensen, die hun antwoord geven. Misschien kan het antwoord van Petrus ons de weg wijzen. Hij zegt: ‘Heer, tot wie zouden wij gaan, Gij alleen hebt woorden van eeuwig leven’. Petrus was waarschijnlijk Jezus ook maar nagelopen, omdat Hij zo’n aantrekkingskracht had. Maar het aardse rijk en een goede carrière lieten op zich wachten. En nu staat hij op het punt in Jezus ontgoocheld te worden, omdat diezelfde Jezus een andere weg aanwijst, die hij liever niet zal gaan. Maar toch breekt bij Petrus een diepere ervaring door. De weg van Jezus verliep wel anders, de boodschap reikte veel hoger en was veel ruimer dan zijn horizon. Maar omdat Petrus zich eenmaal met Jezus verbonden had, omdat hij naar zijn woord geluisterd had, werkte dat woord ook iets in hem uit. In de navolging van Jezus had hij begrepen dat het hier niet ging om goedkope beloften of zinloze vorderingen. Hij had ervaren dat er iets verandert in de mens als hij van dat woord gaat leven. Daarom heeft hij het woord van Jezus in zich opgenomen en er zich door laten leiden tot over de klippen van de ergernis en het onbegrip. Hij is Jezus gevolgd en heeft eigen maatstaven en voorstellingen naast zich neergelegd.

Is dat ook onze situatie? Hoe staan wij tegenover het evangelie? Ergeren wij ons vaak aan de Kerk? Menen wij niet dat we de eisen van het geloof onmogelijk kunnen vervullen?

Maar ervaren wij ook, als wij geluisterd hebben naar Gods woord, dat ons leven meer licht, meer vrijheid, meer waarachtigheid krijgt? Dat licht, die vrijheid, die waarachtigheid mogen ons de moed schenken om in uren van crisis en duisternis met Petrus dezelfde woorden uit te spreken: ‘Heer, naar wie zou ik gaan, Gij alleen hebt woorden van eeuwig leven.’

Zoeken in Preken Online