Zij wilden niet meer met Hem meegaan

B-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

“Zij ergerden zich aan Jezus en wilden niet meer met Hem meegaan” (Joh. 6, 66), omdat Hij niet meer voldeed aan hun verwachtingen.

Het zal een pijnlijk ogenblik geweest zijn voor Jezus, maar ook voor hen die Hem volgden. Zij hadden gehoopt, waren Hem enthousiast gevolgd, en nu… gingen ze ontgoocheld heen.

In een zelfde situatie staan velen vandaag tegenover de Kerk. Naar hun zeggen beantwoordt de Kerk niet meer aan hun verwachtingen, zij zijn ontgoocheld en willen niet meer met haar meegaan. Dat is pijnlijk voor hen, maar ook voor de kerkgemeenschap.

De brief van onze Paus, “Sacerdotalis ordinatio” heeft veel beroering teweeg gebracht, vooral onder de mensen die direct bij het beleid van de Kerk betrokken zijn. Ik vraag me af: Moest dat allemaal wel zo opgeschroefd worden door de pers? Moest de hamvraag telkens zijn: “Verlaat u nu de Kerk niet?” Moeten zulke polemieken niet met geduld en wederzijds begrip gevoerd worden volgens de wijze levensregel van rabbi Gamaliël uit de Handelingen der Apostelen: “Gaat deze stelling louter van mensen uit, dan zal ze mislukken. Gaat ze van God uit, dan zal niemand de verwerkelijking kunnen tegenhouden” (5, 38-39).

Ik denk dat lijden aan de Kerk wezenlijk is voor alle mensen die de Kerk liefhebben. Vergeet niet, die Kerk dat zijn wij, jij en ik en ook de anderen, allemaal kleine zwakke mensen.

Alle profeten en heiligen hebben geleden aan de Kerk. De H. Ignatius heeft niet gewezen op de laksheid van de priesters maar heeft met zijn orde mensen bezield tot ‘soldaten voor Christus'.

St. Franciscus is niet uitgevaren in bittere protesten tegen de rijkdom van de Kerk, maar hij heeft zichzelf gehuld in de mantel van de armoede. Als je de Kerk wilt verbeteren, als je de onevangelische structuren wilt veranderen, dan moet je niet buiten de Kerk gaan staan, want zo maak je jezelf tot een buitenstaander. Dan heb je zelf niets meer te zeggen.

“Naar wie zouden wij dan gaan?” zo vroegen de apostelen… het is ook onze vraag. Naar Christus, naar zijn Kerk, want ook de Kerk bezit woorden van eeuwig leven, want waar de Kerk is, daar is Christus. Wij kunnen Christus en zijn Kerk niet tegenover elkaar stellen. Ik zie in de Rooms-katholieke Kerk nog steeds voldoende herkenningspunten om daarin het gelaat van Christus te ontdekken. Omdat elke mens, ook in de Kerk ‘eigen-aardig’ mag zijn, is de werking van Gods Geest zo verschillend. Deze menigvuldigheid van werking moeten wij bij elkander eerbiedigen.

Als wij samen het gelaat van Christus in zijn Kerk meer herkenbaar willen maken, zullen wij daarvoor een prijs moeten betalen, we zullen ons actief moeten inzetten voor de Kerk en tezelfdertijd geduldig en lijdzaam moeten toezien dat ze nog fouten en tekorten heeft. Maar ik vind dit wel een boeiend gebeuren dat ik enkel kan mee maken en mee doen binnen de Kerk, samen met anderen, die bereid zijn mee te gaan op die weg.

Neen, de Kerk is me veel te dierbaar om weg te gaan, deze Kerk was goed genoeg voor mijn voorouders en ouders en ook goed genoeg voor mij. Binnen deze Kerk heb ik het Evangelie ontvangen, heb ik mensen gevonden, die mij het geloven mogelijk gemaakt hebben, in deze kerkgemeenschap vier ik met geloofsgenoten de maaltijd totdat Hij wederkomt. Neen, ik hoef niet weg te gaan.

Zoeken in Preken Online