Mensen die afhaken

B-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Je moet geen geleerde statistieken lezen om te weten dat in de voorbije dertig jaar veel mensen hebben afgehaakt. Je ziet dat met het blote oog. Het is een geruisloos proces. Het zet zich in alle stilte door. Wij worden een Kerk met vele lege stoelen. In heel West-Europa en Noord-Amerika zijn er vele mensen die afhaken. Ook elders gebeurt dat.

Precies over deze vraag gaat het vandaag in de eerste en de derde lezing. Jozua vraagt aan het verzamelde volk: ‘Als gij de Heer niet wilt dienen, kies dan wie gij wel dienen wilt.’ In het vierde evangelie vraagt Jezus aan de leerlingen: ‘Wilt ook gij soms weggaan?’ De vraag van het afhaken van mensen is dus al heel lang actueel. Misschien doet het ons goed te lezen wat er toen aan de hand was? Wellicht werpt het een licht op onze vraag vandaag? Ook al is de sociologische omgeving van de vraag grondig verschillend. Het moge ons iets leren over het primaire gegeven waar het eigenlijk om gaat.

Jozua plaatst een heel volk voor de vraag of ze willen doorgaan met de God van Israël of met andere goden. Het volk moet dus kiezen. En die keuze wordt gemaakt op basis van een sterk motief: ‘De Heer onze God heeft ons en onze vaderen uit Egypte geleid, uit het land van de slavernij.’ Ter wille van de ervaring van deze bevrijding is de keuze vlug gemaakt. Andere goden voeren ons terug naar de slavernij. Naar dat rotland keren we nooit meer terug. Hoewel dit heel logisch klinkt, is dat toch niet evident. Die andere goden charmeren de mens namelijk op zijn zwakke plek: zij geven de mens wat deze het liefst ontvangt. Ook al voert het hem regelrecht naar het land der slaven. Deze vreemde paradox is blijkbaar des mensen.

Ten aanzien van die tweede Jozua, die wij Jezus noemen, wordt ook een keuze gemaakt. Het gaat om voor en tegen. Het gaat om het ‘woord teveel’. Jezus heeft een woord teveel gezegd: ‘Ik ben het brood dat leven geeft.’ Daarmee ging Hij een stap te ver. Johannes typeert Jezus zo: Hij is voor mensen als brood zo nodig. Hij is basisvoedsel voor de mens. Zo gesteld klinkt dit eventueel als een braaf cliché. Voor dit soort ‘braafheid’ zouden velen van zijn toehoorders niet hebben afgehaakt. Er is dus iets meer aan de hand.

Volgens de vierde evangelist zet Jezus hier de waarde van de rituele offerspijzen op de helling. Hij raakt aan het religieuze statuut van de tempel. Voor tempelbedienaars een aanslag, een slag in het gezicht. Om God te dienen is er voortaan een andere weg. Jezus is Gods Woord. Pas als je dat woord eet en drinkt, pas als je dat woord doet, heb je het echte leven. De tempelgebruiken kunnen dat niet bieden. Deze uitspraak zal Hem het leven kosten, maar dit woord zal verder leven dankzij hen die er zullen van leven. De eeuwen door. Altijd opnieuw.

Jezus was een brug te ver gegaan. De twaalf werden nu voor de keuze geplaatst. Daarop antwoordt Petrus uit naam van de twaalf: ‘Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Tot wie zouden wij anders gaan?’ Ze zijn dus bereid ook een stap te ver te gaan. Aan afhaken denken ze niet. Ze hebben iets begrepen wat ze voor geen goud willen missen.

Het zal hen niet leiden naar het land der slaven.

Zoeken in Preken Online