Een mens wil houvast; ook al is hij het zich niet zo bewust, hij merkt het vooral in tijd van nood. Iemand aan wie iets ergs gebeurd is, zeker als hij of zij alleen is komen te staan, zegt al gauw: ik ben mijn houvast kwijt. Iemand die ernstig in dubio is en heen en weer wordt geslingerd, merkt dan dat hij houvast nodig heeft. Iemand die zich alleen maar pelgrim voelt, eenzaam, en alleen maar een stok heeft, merkt houvast als Iemand die stok ineens vast houdt.
In de 1e lezing roept Jozua de stammen van Israël bijeen nadat ze gesetteld zijn in het beloofde land. Hij verhaalt in Gods Naam het hele heilsverhaal, te beginnen bij Abraham tot en met hun eigen verhaal vanaf Egypte tot in het beloofde land. En nu vraagt hij in Gods Naam “Wie willen jullie dienen? De Heer of die aan de overkant van de Rivier, van Egypte, die van Abraham of die van de Amorieten die verslagen zijn? Het volk antwoordt dat ze hun God willen, die hen heeft beschermd. Hij is hun houvast. Hij was er in Egypte, Hij was er in de woestijn, Hij is er tegen de Amorieten en Hij zal er altijd zijn als zij belaagd worden. Hij was en is en zal zijn: hun houvast.
Er zijn onder ons mensen die kunnen en willen getuigen dat God ook hun houvast is geweest in hun nood en dat het ook zo is geworden voor de toekomst. Moge dat ook de ervaring zijn/worden voor ieder van ons als wij in tegenspoed zijn, worden beproefd. Dat ieder van ons persoonlijk kan zingen/bidden wat in de psalm staat: Ervaart het, ziet, mild is de Heer/Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is.
Maar dat is niet alles. Gods Naam, JHWH, betekent niet alleen ‘Hij is er’ maar ook ‘Hij is’; niet alleen Hij laat Zich zien in onze nood maar ook Hij is de zijnde, de eeuwige, onveranderlijke; Hij is volmaakt wat wij gebrekkig zijn. M.a.w. het gaat niet alleen om voortbestaan van het leven dat beschermd moet worden maar ook om hoé het leven is, wat het leven eigenlijk is, ook om de vraag waarom zijn wij zo zoals we graag goed willen zijn; om aansluitmogelijkheden die in ons liggen met die Eeuwige, Algoede, oneindige; om beeld zijn van en gelijkenis hebben met Hem. HijZ zij ook ons houvast als we tasten naar de aard van ons wezen, als we zoeken naar waartoe we geroepen worden, als we proberen te ontvangen hoe die Roepende is.
Jezus geeft ons in zijn goede boodschap een hulpmiddel. Hij heeft zo juist gezegd “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven” en verscheidene leerlingen pikken dat niet op. Het is ook nogal wat. Iemand die zo iets tegen je zegt, die is of gek of God. Maar Jezus houdt vol; hij gooit bij wijze van spreken zijn hele gewicht ertegen aan: Als gij de Mensenzoon ziet opstijgen naar waar hij vroeger was? Als jullie zien wie ik ben, waar ik vandaan kom? Als jullie zó vrij zijn, zó openstaan in geloof dat je mijn goddelijkheid vermoedt? Het is de Geest die dat levend maakt; het gewoon waarneembare, het gewone vlees, is slechts een hulpmiddel. ‘Let op wat ik zeg, let op mijn woorden; die betreffen dat eeuwig leven, dat maximale zijn. Je hebt geloof nodig; leven, zien vanuit geloof.“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft met mij verbonden en ik met hem. Zoals ik leef uit de Vader, de lévende, zo zal ook hij die zich met mij voedt, leven uit mij.” ’ Jezus die uit de Vader leeft, leeft met ons. Hij is de inhoud van ons leven; hij is maximaal, wat wij gebrekkig zijn maar wél zijn: Godskinderen.
Net als JHWH in de 1e lezing vraagt Jezus om een keus: wie erken je? met wie ga je mee? Ik dwing je niet, je krijgt dat van de Vader, die je graag zijn Geest geeft als je Hem erom vraagt. Geloof krijg je als je wil luisteren, wil ontvangen. Heb je niet genoeg tekenen gezien om te willen luisteren? Jezus vraagt dat aan de twaalf, de apostelen die het op zich zullen nemen zijn werk voor te zetten. Simon Petrus is de leider, hij antwoordt: “Wij kiezen voor U want u heeft woorden van eeuwig leven”. Kennelijk heeft hij zoveel vertrouwen in Jezus gekregen, zo’n geloofsleven, dat hij dat kan zeggen.
Maar er is nog een aspect: “Jezus wist inderdaad van het begin af aan wie het waren die hem niet geloofden en wie het was die hem zou overleveren”. Of dat nu mensenkennis is van Jezus of een godsweten weten we niet. Maar ook al wist Jezus het, hij wilde het niet, want hij bood Judas gemeenschap met hem aan - net zoals aan Petrus - door hem de voeten te wassen. Hij wilde ook voor Judas het houvast zijn. Hij is immers maximale liefde, die geloof aanbiedt.
Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. Zeker in puberteit en in uitzien naar toekomst is een houvast wel zo plezierig, zowel voor steun voor nu als voor wat worden zal. In Jezus kun je een houvast vinden die het al zo’n 2000 jaar uithoudt, levend blijft en inspirerend. Je kunt over hem te weten komen door te lezen en te luisteren … en te bidden.
Hij is en Hij is er; woorden van eeuwig leven, van de Heilige Gods, voor ons. Zullen we ons een paar minuten tijd gunnen dat te laten bezinken?