Geloof 2003

B-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

De meesten van ons, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; de meesten van ons hebben nergens om gevráágd … We hebben er niet gevráágd om het geloof; om God, om Jezus Christus, om de kerk … We zijn er gewoon ingerold … Het zijn onze ouders geweest die, bij de meesten van ons, dat hebben gedaan; zij hebben het ons meegegeven; zij hebben ons doen opnemen in de kerk. En waaróm hebben zij dat gedaan? Ach, kind geboren, hiep-hiep-hoera. En dan moet er ook gedóópt worden. Dan moet er natúúrlijk ook gedoopt worden. Zo ging dat vroeger. Dat deed je gewoon. Dat was geen vraag … Maar die vanzelfsprekendheden van de kerk, veelgeliefden, daar kun je toch wel grote vraagtekens bij plaatsen. Want: wat vind ik er eigenlijk zèlf van? En: wil ik het eigenlijk allemaal wel: geloven - in God, in die Jezus en in wat de kerk daar allemaal over zegt, verkondigt, léért?

Door God geschonken
Het is helemaal niet moeilijk eigenlijk, vind ik niet althans: om mij te verplaatsen in de positie èn in de houding van de mensen die in Jezus’ eigen dagen zo hun vragen en bedenkingen hadden bij die figuur die zó vol was van God, zó overtuigd ook van zijn eigen boodschap, roeping en rol ten aanzien van God - al moeten we bij het Johannes-evangelie, waaruit we zoëven hoorden voorlezen, nooit vergeten dat de evangelist Johannes de zaak waarschijnlijk behoorlijk heeft “overgeschilderd” in de zin dat hij in zijn weergave van de woorden, de daden, de persoon en de gebeurtenissen van en rond Jezus van Nazareth; we mogen nooit vergeten hoe in Johannes’ weergave van dat alles sterk een rol: Johannes’ eigen in de loop van de jaren gegroeide geloof in Jezus en hoe hij, Johannes, in gesprek en in wisselwerking met de groep gelovigen, de gemeenschap, waarvan hij deel uitmaakte; hoe Johannes over Jezus en zijn betekenis heeft nagedacht. Met de jaren groeide Johannes’ zekerheid. Het werd voor hem steeds duidelijker en onontkoombaarder: Jezus is van God. Hij is ons door God geschonken. God heeft Hem, Jezus, naar ons toegestuurd. Jezus is de ménsgeworden God. Hij is God zelf. En dit gegroeide en gerijpte inzicht dat Johannes heeft gekregen omtrent Jezus heeft hij uitgedrukt in zijn evangelie, het Johannes-evangelie. En de manier waarop in dat evangelie Jezus geschilderd wordt, hoe Hij daar spreekt en optreedt - het getuigt allemaal óók van Johannes’ sterke geloof in die Jezus. En het is heel moeilijk te scheiden wie Jezus nu “werkelijk was” en wat Hij “werkelijk gezegd” heeft aan de ene kant en wat Johannes, ook achteraf vooral, nadat alles was volbracht, in Hem, in Jezus is gáán zien en in Hem gehoord heeft.

Hel
Kunt U het nog volgen, lieve mensen? Ingewikkeld niet? Maar ja, wie ben jezelf? En wie zijn de mensen met wie je dagelijks omgaat nu precies? Het is al moeilijk om dáár vat op te krijgen. En we kunnen het zéér met elkaar oneens zijn over hoe het nu precies zit met Piet of met Marie. Wat voor iemand hij of zij is. En na de dood van Piet of Marie ga je soms ook weer anders tegen hem of haar aankijken, milder vaak. Dan krijg je misschien meer begrip waaróm hij of zij zo was. Gisteravond was daar nog een heel goed voorbeeld van te zien op de t.v. In een programma ging het om een vrouw die bij zusters in een internaat was geweest. Ze had er zich als een gevangene gevoeld, zéér beklemd, gecontroleerd en opgesloten. De programma-makers gingen met haar ook op bezoek bij de nu bejaarde zusters van dat internaat. Arme zusters! dacht ik; die het allemaal zo goed bedoeld hebben; die hun léven hebben gegeven voor kinderen die tussen wal en schip dreigden te vallen destijds. “Ja”, zei één van die zusters, “ik heb ook wel eens gehoord van meisjes die vroeger bij ons zijn geweest: Het was de mooiste tijd van ons leven …” Ongetwijfeld is dat wáár. Het is óók waar, net als de beleving van de vrouw om wie de uitzending draaide en voor wie het verblijf op dat internaat een gevangenis en zeg maar gerust: een hel was. Dus ik bedoel maar, veelgeliefden: Als mensen al zo van opvatting kunnen verschillen over het heden en het recente, in zekere zin nog lévende verleden … hoe moet het dan niet zijn met zo’n figuur als Jezus die tweeduizend jaar geleden op aarde was … Wat moet je van Hem vinden? Van Zijn zogenaamde “aanspraken” - die Hem misschien eerder door Johannes in de mond zijn gelegd? Wat van hem te denken? Wat is Zijn betekenis nú, voor mij, voor jou, vandaag?

Omstreden
Hij was een omstreden figuur - in Zijn eigen dagen al. De mensen gáven zich niet zonder slag of stoot aan Hem over. Hij riep ook wéérstand op. En er waren mensen … die werden aanvánkelijk wel door Hem geraakt, en die liepen ook een tijdje mee, maar die haakten dan vervolgens áf. Het staat er heel duidelijk, veelgeliefden, in het evangelie van vandaag: “Toen keerden velen van zijn leerlingen Hem de rug toe en trokken niet langer met Hem mee.” Nee, niet voor mij, was hun conclusie. Dit gaat te ver. Zijn vlees eten, Zijn bloed drinken. Dat het leven, ééuwig leven nota bene daarin te vinden zou zijn. Huw! Om van te gruwen. Dat is niet meer te volgen, niet meer mee te maken, wat Hij daar zegt en wie Hij zou zijn. Ik kan dat uiteindelijk toch niet geloven, er niet in meegaan …

Weggaan
“Hierop vroeg Jezus aan de twaalf: Jullie willen toch niet óók weggaan?” En die vraag, veelgeliefden, kan ook óns treffen als een mokerslag. Die vraag kan mogelijk ook ons heel erg aan het twijfelen brengen … Ja of nee? Blijf ik geloven of laat ik het geloof los? Blijf ik bij de kerk of zeg ik de kerk vaarwel? Heel veel mensen zijn daarover nog elke dag in dubio, over dit soort vragen - en de balans kan naar beide kanten doorslaan - zoals we zien in onze eigen familie en vriendenkring en in ons eigen hart ook. “(En) Simon Petrus antwoordde: “Maar Heer, naar wie zouden we gaan?” Zegt hij dat, Simon Petrus, bij gebrek aan beter als het ware? Maakt hij als het ware een soort nuchtere en koele afweging in de zin van: We hebben geen betere dan jij … nog niet … kan misschien nog komen, maar tot die tijd … doen we het nog maar met jou … (Je zou de mensen eens de kost moeten geven die daarom “maar” bij elkaar blijven - bij gebrek aan beter … maar elk vuur, elk enthousiasme, de liefde is eruit …). Maar veelgeliefden, zo ís het voor Petrus niet … Want “in uw woorden vinden we inderdaad eeuwig leven” voegt hij eraan toe …

Waar
Een oudere priester die ik onlangs sprak, iemand die veel alleen is maar daar niet onder zegt te lijden, hij vertelde mij dat hij een tijdje terug in een klooster was … En wat doe je daar, in zo’n klooster: je gaat naar de kerk, heel veel, de hele dag door eigenlijk en steeds maar weer hoor je die psalmen en het evangelie en de rest van de bijbel … En je denkt na over wie je bent, over je eigen leven, over wat er allemaal gepasseerd is … en dat zijn dan eigenlijk, tijdens zulke klooster-dagen, twee lijnen die náást elkaar lopen: aan de ene kant de lijn van de bijbel, van God, van Jezus - en aan de andere kant: je eigen lijn. “En wat ik heel sterk voelde” zei mijn collega, “wat ik voelde en dat gevoel is ook bij mij gebleven sindsdien … ik voelde: dat het wáár is.” “Dat Jezus inderdaad heil-brengend is …” En zo, veelgeliefden, brengt hij zijn dagen door, mijn collega … Er zijn dagen waarop hij niemand spreekt. Maar alleen is hij niet. Want de Heer is bij hem … Zijn leven is, mèt Jezus, geborgen in God.

Hart
Je bent een gelukkig mens als je dat zó mag ervaren. Je kunt niet naar Mij toekomen tenzij je dat door de Vader geschonken wordt … Er zijn ook mensen die kúnnen het niet geloven … Maar zeg dat niet te gemakkelijk van jezelf en tégen jezelf zou ik zeggen … “Ik-kan-niet is dood” zei m’n oma en zei ook m’n moeder altijd. Maak van het geloof ook niet iets té moeilijks … Ik denk wel eens: al die ons gezond verstand-tartende bijbelverhalen, Jezus en ook de apostelen waar je gewoon met je verstand niet bijkunt wat je allemaal over ze hoort … Ik denk wel eens: het lijkt wel met opzet zó geschreven in de bijbel - opdat we dat niet zouden proberen … het allemaal begrijpen, er met ons verstand bij willen komen … Nee, dát is het begin van het heil: dat je de steigers en stutten van het verstand die het hart maar al te vaak inperken, inpakken en klein houden … dat we dat verstand eindelijk loslaten … niet doorgaan met dáárop ten diepste te willen vertrouwen en bouwen … Lieve mensen, het kan niet … Vertrouwen en bouwen kun je ten diepste alleen op God en Jezus is voor ons naar God de weg, de toegang. En in Hem geloven vraagt … dat je Hem je hart geeft.

Juwelen
En wat is er dan niet mógelijk mensen, als je dat dóet. Heerlijk hoe in de eerste lezing van vandaag die Tabita geschilderd wordt. “Gazelle” betekent haar naam. Zo zou je bewoners en bewoonsters van het zorgcentrum Tabita aan de Amstel niet willen noemen … Of misschien juist wel. Jonge mensen kunnen soms verbazingwekkend duf en lusteloos zijn. Terwijl oude mensen juist héél wakker, vitaal en vlug van geest kunnen zijn … Tabita “deed veel goede werken en bewees veel liefdadigheid in overvloed.” Ontroerend. Een echte christin - zoals er in onze dagen en in onze eigen parochie gelukkig nog altíjd zijn: juwelen van mensen. Mogen wij het allen zijn. Amen.

Zoeken in Preken Online